Paus greep in 1996 niet in bij klacht tegen pedofiele priester

Leidende kardinalen binnen het Vaticaan, onder wie de huidige paus Benedictus XVI, hebben in 1996 een Amerikaanse priester die tussen 1950 en 1977 tweehonderd dove jongens zou hebben misbruikt, niet gestraft. Een dubbele oproep hiertoe van Amerikaanse bisschoppen bleef zonder resultaat. Dit schrijft de New York Times vandaag op basis van correspondentie tussen Amerikaanse bisschoppen en het Vaticaan.

De krant suggereert dat Benedictus – toen hij als Joseph Ratzinger nog prefect van de Congregatie van de Geloofsleer was – medeverantwoordelijk is geweest voor het toedekken van seksueel misbruik.

Ratzinger ontving in 1996 een brief van de aartsbisschop van Milwaukee. Hij vroeg om het ontslag van een pedofiele priester die had bekend dat hij in een doveninstituut 200 jongens had misbruikt, en geen berouw toonde. Ratzinger antwoordde niet. Acht maanden na een tweede brief reageerde Ratzingers toenmalige en huidige tweede man kardinaal Tarcizio Bertone. Er zou een geheim proces komen gericht op de afzetting van de priester.

Deze schreef vervolgens Ratzinger en stelde dat de zaak al was verjaard: „Ik wil simpelweg de tijd die mij nog rest in de waardigheid van mijn priesterschap uitleven”. Het proces werd stopgezet. De priester overleed in 1998 en werkte tot zijn dood met kinderen.

Vaticaan-woordvoerder pater Federico Lombardi stelt in de New York Times dat het Vaticaan niet ingreep, omdat de dader ziek was op het moment dat de bisschoppen in 1996 aan de alarmbel trokken. Ook bestonden geen recente aantijgingen tegen hem.

Paus Benedictus sprak zich afgelopen zaterdag fel uit tegen het toedekken van seksueel misbruik door de Kerk. In een brief aan de Ierse katholieken schreef hij dat er decennialang een „misplaatste neiging” bestond om „de goede naam van de Kerk te beschermen en schandalen te voorkomen’’.