Opgepakt op zee, terug naar Libië

Italië stuurt bootmigranten terug naar Libië. Zo probeert het een juridisch vacuüm te creëren, zeggen critici.

Dat beleid is nu de inzet van een rechtszaak.

Geen van hen heeft ooit voet op Europese bodem gezet. De meesten zitten vast in detentiecentra in Libië. Sommigen zijn misschien al teruggestuurd naar hun land van herkomst. Toch dagen 24 migranten uit Somalië en Eritrea de Italiaanse staat voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. Ze probeerden op 6 mei vorig jaar van Libië naar Italië te varen, maar 35 kilometer buiten het eiland Lampedusa werden ze onderschept. De Italiaanse kustwacht stuurde hen terug. Weer in Libië kwamen de migranten in contact met twee Italiaanse asieladvocaten, die namens hen de zaak begonnen.

De zaak is uniek. „Voor het eerst”, zegt Thomas Spijkerboer, hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit, „buigt Europa’s hoogste rechter inzake mensenrechten zich over de meest omstreden aanpak van illegale migranten door een EU-lidstaat.”

Geconfronteerd met groeiende illegale immigratie besloot Italië vorig jaar om op zee onderschepte migranten terug te sturen naar Libië, waarvandaan de meesten vertrekken. Gebruikelijk is dat kuststaten onderschepte mensen naar hun havens brengen. Ze behandelen asielaanvragen en gaan na of migranten bij uitzetting gevaar lopen, zoals internationale mensenrechtenverdragen voorschrijven. Omdat migranten vaak in de illegaliteit verdwijnen, stuurt Italië ze nu bij voorbaat terug, waarbij de kustwacht tot diep in internationale wateren patrouilleert. Daar zijn de migranten nog niet in ‘Europese’ wateren, zo redeneert Italië, en hebben ze dus geen recht op een toelatingsprocedure. De preventieve grensbewaking werkt, de immigratie is gehalveerd.

Spijkerboer: „Voor het eerst kan het Europees Hof zich uitspreken over pogingen van lidstaten om contact van bootmigranten met hun rechtsordes te voorkomen en zo het hele immigratievraagstuk weg te toveren. Italië probeert een juridisch vacuüm te creëren op zee.”

Mensenrechtenorganisaties en VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR hebben zich hard uitgesproken tegen het Italiaanse terugkeerbeleid. Human Rights Watch en UNHCR stellen dat Italië migranten in levensgevaar brengt in Libië. De organisaties hebben hun bezwaren kenbaar gemaakt aan het Europees Hof via een schriftelijke ‘interventie’ in de rechtszaak ‘Hirsi tegen Italië’, vernoemd naar een van de 24 Somaliërs en Eritreeërs.

Rome verdedigde het terugsturen vorig jaar al. Premier Silvio Berlusconi zei dat op Italiaanse kustwachtschepen „normaal gesproken niemand asiel kan aanvragen”.

De uitkomst van de zaak is ook van belang vanwege de mogelijke precedentwerking voor andere Zuid-Europese landen. Spanje stuurt onderschepte migranten op zee terug naar vertreklanden als Senegal en Mauretanië. Spaanse patrouilleboten hebben Afrikaanse agenten aan boord die eventuele asielaanvragen beoordelen. Deze praktijk wordt ook bekritiseerd, omdat het onmogelijk zou zijn op zee te bepalen wie asiel toekomt. Maar Italië bekijkt asielaanvragen überhaupt niet. „Als het Europees Hof Italië gelijk geeft, kunnen andere kuststaten hetzelfde doen”, zegt Spijkerboer.

Vanuit West-Afrika vertrekken vooral economische migranten naar Spanje, terwijl Italië veel asielzoekers aantrekt uit de Hoorn van Afrika en het Midden-Oosten. Spijkerboer: „Als je zulke mensen terugstuurt, is de kans nog groter dat je ze in gevaar brengt. De Italiaanse aanpak is het ernstigst.” De Italiaanse advocaat Anton Giulio Lana is gemachtigd namens de 24 teruggestuurde Somaliërs en Eritreeërs. Hun contact kwam tot stand via een internationale organisatie. „Welke ngo ons helpt, zeg ik liever niet”, zegt Lana aan de telefoon vanuit Rome. „Die moet de komende tijd nog in Libië kunnen opereren.” Hij gaat zelf niet naar Libië, om te voorkomen dat hij Tripoli in verlegenheid brengt.

Volgens Lana heeft Italië drie verdragsbepalingen geschonden. Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens stelt dat niemand mag worden onderworpen aan „folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen en bestraffingen”. Dat risico zouden teruggestuurde migranten lopen in Libië. Het verdrag verbiedt ook „collectieve uitzetting van vreemdelingen”. En volgens het vluchtelingenrecht mogen asielzoekers niet worden teruggestuurd naar een land waar ze vervolging moeten vrezen. De ‘agent’ die de Italiaanse staat verdedigt bij het EHRM, laat per e-mail weten dat zij „niet op een lopende zaak wil reageren”.

Spijkerboer noemt de zaak-Hirsi glashelder. „Wat Italië doet, mag niet. Een Europese rechter moet daar voor gaan liggen.” Spijkerboer twijfelt er niet aan dat de 24 migranten zich binnen Italiaanse rechtsmacht bevonden toen ze werden opgepikt, en dus recht hadden op Europese bescherming. Het Italiaanse schip opereert immers namens de Italiaanse staat. Jurisprudentie wijst uit dat het EHRM deze zienswijze deelt, zegt Spijkerboer.

Een vonnis kan een paar jaar op zich laten wachten. Wel is Italië versneld om een reactie gevraagd. Spijkerboer: „De rechters vinden de zaak belangrijk.” Toch kunnen de rechters de zaak niet-ontvankelijk verklaren. Italië kan er bij Libië op aandringen de 24 migranten te herhuisvesten in een veilig land. Dan vervalt mogelijk het argument dat Italië de migranten in een onveilige situatie heeft gebracht. „Dan is het probleem voor de 24 opgelost”, zegt Spijkerboer, „maar ontloopt Italië veroordeling en blijft jurisprudentie uit.”

Daarnaast kunnen de advocaten alsnog het contact met hun cliënten in Libië kwijtraken. Spijkerboer denkt dat de machtigingen van de migranten dan wellicht geldig blijven, maar erkent het risico. „Dat zou het toppunt van ironie zijn: omdat de teruggestuurde migranten niet met Europa in contact staan, kunnen ze hun rechten in Europa niet opeisen. Zo beloon je het Italiaanse beleid.”

Getuigenissen van bootmigranten: nrcnext.nl/links