Invloed van de Amerikaanse 'bonustsaar' is beperkt

De limieten die de Amerikaanse toezichthouder op de bonusvergoedingen, Kenneth Feinberg, ook wel de ‘bonustsaar’ genoemd, heeft opgelegd aan de vijf bedrijven die hij onder zijn hoede heeft, zijn relatief onbelangrijk. De salarisbeperkingen bij deze kwakkelende firma’s, vooral autobedrijven, liggen zeer voor de hand.

Maar wat bij General Motors, GMAC, Chrysler en de financieringsdivisie van Chrysler gebeurt, heeft geen gevolgen voor de vergoedingen op Wall Street, waar toezichthouders die zich zorgen maken over de veiligheid van het financiële stelsel hun aandacht beter op zouden kunnen richten. De beste hoop van Feinberg op het bewerkstelligen van veranderingen is het gebruik van zijn positie als een kansel voor de prediking van de juiste handelwijze als het om de vergoedingen gaat.

De uitgangspunten zijn makkelijk op te sommen: de vergoedingen moeten bestaan uit minder contanten en meer aandelen – tot misschien wel 70 procent van het totaal of meer; de aandelen mogen pas na lange tijd worden verzilverd; en gegarandeerde bonussen zijn uit den boze. Feinberg heeft zelfs een voorbeeld achter de hand: na hem te hebben geraadpleegd, heeft zakenbank Goldman Sachs de bonus van topman Lloyd Blankfein van 9 miljoen dollar (6,7 miljoen euro) uitgekeerd in aandelen die vijf jaar niet mogen worden verkocht.

Het probleem voor Feinberg is dat sommige bedrijven die door de regering in hun ergste nood te hulp zijn geschoten, nu alweer een lange neus naar hem trekken. Neem American Express. Vorige week maakte de creditcardmaatschappij bekend dat baas Ken Chenault 17,4 miljoen dollar zou krijgen, waardoor hij na John Stumpf van Wells Fargo de best betaalde bankentopman wordt. Beide bonusuitkeringen lijken aan de hoge kant, maar waren lager dan in 2008. Stumpf werd tenminste grotendeels in aandelen betaald, maar Chenault krijgt zijn bonus voor het grootste deel – 11,6 miljoen dollar – in cash uitgekeerd.

Dat zou hem tot een ideaal doelwit voor Feinberg moeten maken, evenals andere topmannen wier vergoedingen alle perken te buiten gaan. Om nog meer effect te sorteren, zou hij zijn toorn zelfs kunnen laten neerdalen op bedrijven die geen geld van de overheid hebben aangenomen. Want als de buitensporige bonuspakketten tot de crisis hebben bijgedragen, moet het aanhoudende gebruik ervan door bedrijven die tot het werkterrein van de toezichthouders op de bankensector behoren, aan de kaak worden gesteld, ongeacht welke firma het betreft.

Feinberg heeft geen mandaat hen tegen te houden. Maar het vooruitzicht van een openlijke schrobbering zou de raden van commissarissen reden kunnen geven nog eens na te denken over hoge bonussen – of beter nog, de aandeelhouders ertoe kunnen aanzetten zich daadwerkelijk als eigenaren te gaan gedragen.