In de Moederkerk loop je niet lichtvaardig weg

Rooms-katholieken hebben vaak kritiek op het reilen en zeilen van de kerk.

Maar ze vertrekken niet zo snel. De kerk is tenslotte meer dan zo maar een vereniging.

Tot dusver zijn het maar enkelingen die vertrekken, volgens de opgaven van de bisdommen. Twee in Groningen, twee of drie in Haarlem, tien in Roermond, zo blijkt uit een kleine rondgang van het ANP. De berichten over seksueel misbruik in internaten en kleinseminaries en de weigering van de communie aan homoseksuelen leidden vooralsnog niet tot een exodus uit de Rooms-Katholieke Kerk.

„Er is vrij weinig onderzoek naar de motieven van uittreders”, zegt socioloog Erik Sengers van de Vrije Universiteit te Amsterdam. „Maar vaak gaat het om teleurstelling over leiders van de kerk die zich zelf niet houden aan de boodschap die ze verkondigen.”

Als protestanten onvrede hebben met hun kerk, dan verhuizen ze naar een andere. Kerken en genootschappen genoeg. Of ze stichten een nieuwe kerk, zoals in 2004 nog gebeurde. Meer dan 50.000 hervormden die het niet eens waren met het opgaan van hun Nederlands Hervormde Kerk in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), verenigden zich in de Hersteld Hervormde Kerk.

In het algemeen vertrekken leden van de Rooms-Katholieke Kerk niet snel. Van de ruim 4 miljoen katholieken komt weliswaar maar zo’n 7 à 8 procent ’s zondags in de kerk, maar dat is voor de rest geen reden om zich te laten uitschrijven. In het rapport Geloven in het publieke domein (2006) werd de prognose gedaan, dat er in 2020 nog altijd 3,4 miljoen Nederlanse rooms-katholieken zullen zijn.

Hoe komt dat? Waarom blijft men katholiek, ook al doet men er weinig aan? Er is een praktisch probleem. Je moet er wel wat voor doen om je te laten uitschrijven, zo blijkt uit navraag bij het bisdom Rotterdam. Bij de parochie of bij het bisdom kun je een formulier voor uitschrijving aanvragen. Dat moet je invullen en weer inleveren bij de parochie waartoe je behoort. Die zorgt ervoor dat je uitgeschreven wordt uit het digitale register van de kerk en stuurt daar een bevestiging van. Vanaf dat moment krijg je geen post van de kerk meer. Maar wil je compleet zijn dan moet je ook een brief sturen naar de parochie waar je gedoopt bent. Daar zal in het doopboek worden aangetekend, dat je je als lid aan de Kerk hebt onttrokken.

Dat is een drempel, die voor gemakzuchtigen al gauw te hoog is. „In dat licht bezien geeft het opzeggen van het lidmaatschap eerder blijk van een grotere betrokkenheid bij de kerk, omdat je daarmee duidelijk maakt dat het je raakt wat daar gebeurt”, zegt Sengers.

In de tweede plaats betekent het predicaat rooms-katholiek meer dan het lidmaatschap van een kerkgenootschap. „Katholieken zijn trouw”, zegt Sengers. „Je treedt niet zomaar uit. Je hoort bij een brede gemeenschap. Je bent er gedoopt en dat kan sowieso nooit ongedaan gemaakt worden, zelfs al laat je je uitschrijven.”

Katholiek staat niet alleen voor een kerk, maar ook voor een cultuur en levensstijl. Sengers: „Je zit in een katholieke sfeer en er zijn talrijke mogelijkheden om je daarmee verbonden te voelen, ook zonder kerkgang.”

In de katholieke familie is er, zoals in elke familie, altijd wel gedoe en gezeur, vervelende ooms bederven de sfeer soms, maar iedereen kan zich er op een of andere manier wel thuis voelen. En daarom stap je niet zo maar op. Als je de kerk intussen op afstand wil houden, dan noem je je gewoon ex-katholiek. Je geeft dan aan uit welk nest je komt én je maakt duidelijk dat je je distantieert van wat daar gebeurt.

De Rooms-Katholieke Kerk is breed met een veelheid aan stromingen en richtingen. Tegelijkertijd is ze ook exclusief. Dat hangt samen met haar overtuiging – haar pretentie zullen niet-katholieken zeggen – dat zij de algemene en universele organisatie is waaraan God het geloofsgoed heeft toevertrouwd. Kort door de bocht geformuleerd: buiten de kerk is er geen heil.

De kerk deelt dat heil tastbaar uit tijdens de communie. Dat is een heilig en exclusief gebeuren, waarop de kerk het alleenrecht heeft. In de hostie is Jezus Christus lichamelijk aanwezig. Daarom knielt men er ook voor. Eerbied is vereist. Om die noodzaak te onderstrepen zei op 28 februari de plebaan van de Bossche kathedraal, Geert-Jan van Rossum, toen demonstranten actie voerden tegen het weigeren van de hostie aan homo’s: „Wie te communie wil gaan, belijdt daarin het geloof in de waarachtige aanwezigheid van het lichaam van Christus en verbindt zich ertoe, zij het ook met vallen en opstaan, om in eenheid met Jezus Christus en zijn kerkgemeenschap te leven. Daartoe moet hij het doopsel hebben ontvangen en wanneer die doopgenade door een zware zonde werd verstoord, moet dit worden hersteld in het sacrament van de biecht.”

Op het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) werd die pretentie wat gerelativeerd, omdat het toch wel sneu was tegenover lidmaten van andere kerken en derhalve niet bevorderlijk voor de oecumene, de onderlinge samenwerking tussen de kerken. Het concilie stelde toen: „Zij die in Christus geloven en op de juiste wijze het doopsel hebben ontvangen, bevinden zich, zij het onvolmaakt, in een zekere gemeenschap met de katholieke kerk.” De protestantse doop wordt daarmee erkend, maar het betekent niet dat protestanten ook te communie mogen gaan.

In het credo, de geloofsbelijdenis die ook onderdeel is van de mis, staat (artikel 9): „Ik geloof één heilige, katholieke kerk.” En voor veel rooms-katholieken is en blijft dat de kerk van Rome, de kerk van de paus, die opvolger heet te zijn van Jezus’ eerste apostel Petrus. Bij die Moederkerk loop je niet lichtvaardig weg.

Ondanks misstanden, misbruik en discriminatie is de Rooms-Katholieke Kerk altijd aantrekkingkracht blijven behouden. Altijd waren er mensen die toetraden tot de kerk. In het verleden bijvoorbeeld de auteurs Frederik van Eeden, Herman de Man, Gerard Reve en Gabriel Smit en schilder Jan Toorop. Meer recent de schrijvers Vonne van der Meer en Willem Jan Otten, het afgelopen jaar commissaris van de koningin Jan Fransen. In de periode 1985-1995 ging het om zo’n duizend mensen per jaar. De laatste jaren is dit gedaald tot zo’n 700 à 800, zo blijkt uit gegevens van het Kaski, een sociaal-wetenschappelijk onderzoeksinstituut verbonden aan de Universiteit van Nijmegen.

Vooral de esthetische kant van de kerk blijkt toetreders aan te spreken. In KRO Magazine zei Jan Fransen vorig jaar dat hij in de Protestantse Kerk in Nederland last kreeg van de steriliteit en het kille gedrag: „Ik ervoer in de katholieke kerk veel meer warmte en uitstraling. Ook de sacramenten en de liturgie vormden voor mij uiteindelijk zo’n mooie ervaring dat ik ten slotte heb moeten zeggen: ja, bij die kerk wil ik horen.”

Sengers: „Naast verum (het ware) en bonum (het goede) speelt ook pulchrum (het schone) een belangrijke rol. In de katholieke kerk gaat de verkondiging voor een belangrijk deel via het uiterlijke. Je kunt God ervaren in de schoonheid. Daarnaast speelt ook een rol dat religies momenteel in het verdomhoekje zitten. Sommige mensen ontwikkelen juist belangstelling voor bewegingen die in de verdrukking zitten, misschien een underdog-effect. Ze verdiepen zich erin en ontdekken zo de waarde ervan.”

De Rooms Katholieke Kerk is zo breed dat je selectief kunt winkelen. Je kunt de kerkelijke ethiek en dogmatiek aan je voorbij laten gaan. Dan hoeft ook homoseksualiteit geen probleem te zijn.

Commissaris der koningin Jan Franssen zei daarover in KRO Magazine: „Geen enkel geloof met een christelijke achtergrond is voluit positief over homoseksualiteit. Tegelijkertijd weet ik ook dat de boodschap van het evangelie liefde is. […] Ik heb deze geaardheid niet gevraagd, maar gekregen en dat heeft mij genoeg tranen in mijn leven gekost. Ik heb haar op een gegeven moment aanvaard en ik geef haar nu in geweten een plek. Ik geloof stellig dat Onze-Lieve-Heer dat aanvaardt.” Daar voegde hij aan toe: „Ik heb ook een partner.”