Hardhorende paus

Als er één hoge rooms-katholieke prelaat is die niet kan zeggen wat voormalig aartsbisschop Simonis deze week wel zei, dan is het paus Benedictus XVI. Los van de vraag of Simonis de waarheid sprak – zeker is alleen dat de kardinaal een historische klassieker wereldvreemd gebruikt – de paus kan hoe dan ook niet zeggen ‘ich habe es nicht gewusst’.

In juli 1996 kreeg kardinaal Ratzinger, toen als prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer de chef-ideoloog van het Vaticaan, een brief van de aartsbisschop van Milwaukee in de Verenigde Staten. De aartsbisschop vraagt Ratzinger daarin om raad over twee priesters in het diocees. Zij hadden zich schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van jongeren die aan hun zorg waren toevertrouwd. Een van hen had dat gedaan op een school voor dove kinderen, zonder dat de kerkelijke autoriteiten, die op de hoogte waren, ingrepen. Ratzinger nam nooit de moeite de brief te beantwoorden.

The New York Times heeft dit relaas van desinteresse en arrogantie in het Vaticaan vandaag onthuld. De kerk speelt intussen op tijd. „Een tragisch geval”, aldus de pauselijke woordvoerder Lombardi. Het Vaticaan zou er volgens hem pas eind jaren negentig van hebben geweten. Eerder baarde Lombardi al opzien met een vlucht naar voren door op zich correct maar lomp op te merken dat seksueel misbruik buiten de Kerk ook voorkomt. Maar door het artikel in The New York Times worden dit soort jij-bakken van het type ‘de pot verwijt de ketel’ steeds onwaarachtiger.

Het net rond niemand minder dan paus Benedictus VI sluit zich. Zijn brief aan de gelovigen in Ierland van afgelopen weekeinde, waarin veel troostende woorden stonden maar geen maatregelen, was politiek van aard en vooral gericht op schadebeperking. Nu blijkt dat hij zich afzijdig heeft gehouden toen hij had kunnen ingrijpen, wordt de paus zelf onderdeel van het probleem. We kunnen ervan uitgaan dat het schandaal binnen de Kerk nog niet ten einde is en dat we ooit te weten zullen komen of kardinaal Simonis echt niets wist.

Wat hebben niet-katholieken hiermee te maken? De Kerk beschikt immers over machtsmiddelen: het canonieke recht. Als het Vaticaan dit eigen tuchtrecht onvoldoende inzet, is het aan de geloofsgenoten binnen de gemeenschap hiermee al dan niet genoegen te nemen. De op gang gekomen stroom van afvalligheid is een voorbeeld van die laatste optie.

Maar zo eenvoudig is het niet, ondanks de grondwettelijke vrijheid van vereniging en godsdienst. De beschuldigingen jegens katholieke geestelijken gaan over misdrijven waarop, afhankelijk van de leeftijd, in Nederland straffen staan van maximaal acht tot twaalf jaar. De verjaringstermijn is twaalf tot twintig jaar. Beschuldigingen over misbruik van na 1990 kunnen in beginsel dus worden onderworpen aan opsporing en vervolging door de seculiere staatsorganen. De Katholieke Kerk mag strafrechtelijke sanctie niet voorkomen door zich te verschuilen achter brieven van de paus, het canonieke recht of een commissie onder leiding van een ex-politicus.