Geweld uit angst of misschien wel uit tegenzin

Arnon Grunberg reist van Istanbul naar Bagdad en doet verslag van zijn belevenissen. Vandaag komt hij aan in Bagdad en ontmoet hij een oude bekende. Aflevering 17.

De laatste etappe van deze ‘road trip’ voert van Kirkuk naar Bagdad. Onder normale omstandigheden zou je er niet langer dan drie uur over de reis mogen doen.

Ik doe er ruim vijf uur over.

Ten zuiden van Kirkuk heet het onveilig te worden. De door mij ingehuurde beveiligers dwingen mij een scherfvest aan te trekken.

Verleden jaar logeerde ik in het Al-Hamra Hotel, in de wijk Karada in Bagdad. Samen met twee andere hotels werd het Al-Hamra in januari van dit jaar gebombardeerd. Noodgedwongen neem ik mijn intrek in een guesthouse naast de villa waar CNN verblijft.

Het guesthouse doet mij aan een gevangenis denken.

Het probleem met beveiligers is dat je moeilijk van hen afkomt als je hen eenmaal hebt ingehuurd. Ik ben in het verleden aan hen ontsnapt, ik zal ook dit keer aan hen ontsnappen.

Na het avondeten ontmoet ik in mijn gevangenis Jassim, die een hoge positie bekleedt op het Iraakse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Tijdens mijn eerste bezoek aan Irak, in 2008, heb ik met hem in het Al-Rasheed Hotel geluncht.

Jassim is een lieve man. Dat hij qua uiterlijk een beetje aan Mr. Bean doet denken, maakt hem alleen liever.

„Over een paar dagen zijn de resultaten van de verkiezingen bekend”, zegt Jassim. „Waarschijnlijk heeft Allawi de meeste stemmen, maar Maliki krijgt de meeste zetels in het parlement vanwege ons stelsel. Het zou het beste zijn als Allawi in de oppositie gaat, want de sjiieten kunnen niet in de oppositie, dan worden ze gewelddadig. Allawi is ook een sjiiet, maar zijn project is een nationaal project, hij is ook populair bij soennieten. Ik denk niet dat Maliki weer premier wordt, iemand anders uit zijn partij wordt naar voren geschoven.”

Er is oploskoffie in de gevangenis.

„En het geweld”, informeer ik.

„Als groeperingen ontevreden zijn met de uitslag zal het toenemen. Hakim al-Zamili, de voormalige assistent-minister van Gezondheidszorg, een man die duizenden doden op zijn geweten heeft, was verkiesbaar en kreeg twintigduizend stemmen. Geweld brengt mensen in Irak niet noodzakelijkerwijs in diskrediet. De grote aanslag in augustus op het ministerie van Buitenlandse Zaken was een inside-job, het geweld komt van bepaalde mensen in de regering. Misschien doen zij het op verzoek van buitenlandse regeringen, misschien uit angst, misschien met tegenzin.”

De moeder van Jassim, die ik nog nooit ontmoet heb, heeft een cadeautje voor me meegeven, een boek over Kirkuk.

(wordt vervolgd)