Expositie over een mythe zonder verhaal

Tentoonstelling: Goud uit Georgië, de mythe van het Gulden Vlies, Drents Museum in Assen, t/m 27 juni 2010, di-zo 11-17 uur, Inl: www.drentsmuseum.nl, 0592-377 773 **

De tekst in de tentoonstellingsfolder van het Drents Museum in Assen liegt er niet om: „De makers van de succesvolle tentoonstelling Het Terracotta Leger van Xi’an presenteren opnieuw een spectaculaire tentoonstelling over bijzondere geheimen uit het verre verleden.” Goud uit Georgië staat deze keer in de spotlights. De meeste van de ruim honderdvijftig objecten uit het Nationaal Museum in Tblisi waren al eerder te zien in onder andere Berlijn, New York, Athene en Stockholm. Maar ‘de makers van...’ beloven een nieuwe verhaallijn, met als centraal thema ‘de mythe van het Gulden Vlies’.

Die mythe gaat over de Griekse held Jason die om op de troon van zijn stad Iolkos te kunnen komen, in het verre Colchis het Gulden Vlies, de vacht van een gouden ram, moet gaan halen. Daarvoor krijgt hij de hulp van een uitgelezen groep vrienden, die in het schip de Argo naar het land aan de Zwarte Zee meevaren. De koning van Colchis wil Jason het Gulden Vlies, dat door een nooit slapende draak wordt bewaakt, pas meegeven als hij enkele onmogelijke opdrachten volbrengt. Medea, de koningsdochter met toverkracht, helpt uit verliefdheid Jason de opdrachten toch tot een goed einde te brengen. Als daarna de koning alsnog weigert het Gulden Vlies af te staan, steelt Jason de gouden vacht en vlucht met Medea, die de draak in slaap heeft gebracht.

Archeologisch onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat het goudrijke Colchis in het westen van Georgië gezocht kan worden. In graven zijn kunstig bewerkte gouden sieraden uit met name de vierde en derde eeuw voor Christus de gevonden. Uit vroegere tijden dateren versierde bronzen bijlen.

Enkele van deze vondsten zijn in Assen mooi uitgelicht en smaakvol tentoongesteld. Maar om nou te zeggen dat een verhaallijn te ontdekken valt?

Zeker, de mythe van het Gulden Vlies komt aan bod, maar onbevredigend summier. Een enkel fragment uit de Argonautica van Apollonios van Rhodos (295-215 v. Chr.) op de muur en in het bijschriftenboekje, dat is het wel. Op een tentoonstelling die de mythe als centraal thema heet te hebben mag je meer verwachten. ‘De makers van...’ hadden kunnen vertellen dat Homerus het zes eeuwen voor Apollonios ook al over de tocht van de Argonauten heeft.

Ze hadden kunnen ingaan op de vraag waar de mythe vandaan komt en hoe oud hij is en duidelijk kunnen maken wat de mythe zegt over de verhoudingen en contacten tussen Grieken en Colchiërs. Ze hadden kunnen uitleggen waar het Gulden Vlies voor staat. Is het bijvoorbeeld alleen een verwijzing naar het aloude gebruik om goudstof te winnen door schapenvachten in de goudrijke waterstromen te leggen?

En wat te denken van het feit dat er door de eeuwen heen zeker zestien andere interpretaties zijn geweest, waaronder de theorie van de Georgische archeoloog Otar Lordkipanidze, die zelf veel van de goudvondsten heeft opgegraven en zegt dat het Gulden Vlies koninklijke macht symboliseert. Tot slot hadden ze ook nog de betekenis van de mythe voor Georgië, dat zo graag bij Europa wil horen, aan de orde kunnen stellen.

Bij wijze van ‘verdieping’ van het thema laten ‘de makers van..’ aan het einde nog wel wat Nachleben uit de lucht vallen. Met een portret van Karel V, een vijftiende-eeuws statutenboek, een wapenbord van Willem van Oranje en een gouden hanger laten ze zien dat sinds 1430 de Orde van het Gulden Vlies bestaat. Punt. En dan hebben ze ook nog een groot schilderij van de Victoriaanse schilder Herbert James Draper opgehangen. Medea die haar broertje overboord laat gooien om de achtervolgers van haar en Jason af te schudden, dient echter alleen als decoratie. Geen woord over wie Draper was en wat zijn schilderij betekent.

Typerend voor de hele tentoonstelling is het bijschrift bij een terracotta kruik uit de vierde eeuw voor Christus: „De rode beschildering met geometrische figuren is geraffineerd en stijlvol.” Meer vorm dan inhoud.