Een kostbaar leger zonder vijand

Griekse jongeren klagen volop over de dienstplicht. Je doet er niets, leert er niets, je carrièrestart wordt uitgesteld en het leger is duur. Maar de regering wil niets van besparen weten.

pyrgos, 25 maart. - De Griekse dienstplichtige Dimitris Bounias (27), gelegerd in de stad Pyrgos, heeft zijn vriendin in Athene aan de lijn. Zij vertelt over een feestje, galeriebezoek en haar plannen voor een vervolgstudie in Zwitserland. „En hoe is het bij jou?” Bounias somt op: eten, schoonmaken, marcheren, eten, slapen. Hij heeft een vrije middag en slaat zijn tijd dood met koffie in een bar en spelen met zijn iPhone.

De weerzin onder Griekse jonge mannen tegen de negen maanden durende dienstplicht is groot. Wie kan, stelt uit. Na je studie wil je direct solliciteren, geen tijd verspillen op een afgelegen basis tegen de Turkse grens, vertelt Thanassis Gouglas (30) uit ervaring. Hij is een van de bloggers van ‘Generatie 700’, een groep die aandacht vestigt op de jeugdwerkloosheid (29 procent in december 2009) en het lage salaris (700 euro) van jongeren die wel iets vinden. De dienstplicht maakt een soepele start van een carrière nog moeilijker en jongeren langer afhankelijk van hun ouders, schetst hij.

Griekenland (10,7 miljoen inwoners) heeft een leger van ongeveer 100.000 militairen, bijna de helft daarvan dienstplichtigen. Binnen de EU geeft het land relatief het meeste geld uit aan wapens. Wereldwijd staat het – met China, India, de VS en Zuid-Korea – in de top vijf wapenimporteurs.

Een twijfelachtige eer, beaamt plaatsvervangend minister van Defensie Panos Beglitis. Als onderdeel van de bezuinigingen in verband met de financiële crisis poogt de regering de defensie-uitgaven terug te brengen, vertelt hij.

Maar afschaffing van de opkomstplicht is voorlopig beslist niet aan de orde. Dat Griekenland een groot leger nodig heeft, staat voor de regering buiten kijf. Dat komt vooral door buurland Turkije, dat volgens Beglitis „helaas” een bedreiging blijft. „Bijna dagelijks beginnen de politieke jongerenpartijen over afschaffing. Het kan gewoon niet.”

Aan de noodzaak van een groot Grieks leger kan worden getwijfeld, zegt Nigel Adderley van het International Institute for Strategic Studies in Londen. Het is deel van de Turkse en Griekse geschiedenis om elkaar als rivalen te zien, maar in werkelijkheid valt de spanning mee. „Ik kan me niet voorstellen dat twee NAVO-leden in oorlog raken.” Ook de Turkse ambitie om EU-lid te worden, dempt volgens de defensieanalist eventuele risico’s.

Blijven spreken van een Turkse dreiging „kan een militaire doctrine zijn om meer geld van politici te krijgen.” Behoud van een groot dienstplichtigenleger noemt Adderley „eerder een politieke” dan een militaire of zelfs financiële keuze, want een professioneel leger is veel breder inzetbaar en trainen van burgers kost veel tijd. Ook veel Grieken denken dat de Defensie-uitgaven andere doelen dienen dan verdediging tegen Turken.

„Mijn salaris verdwijnt, maar de fregatten blijven”, scandeerden demonstranten tijdens de laatste nationale staking tegen de bezuinigingen. Het is een verwijzing naar de recente bestelling van zes Franse oorlogsschepen voor 2,5 miljard euro. Kort nadat de koop was gesloten verklaarde president Sarkozy zich voorstander van Europese steun aan Griekenland.

„Wij kopen hun wapens, zij geven ons hulp”, kopte krant To Vima. Beide tweederde van het Griekse wapenbudget wordt in Duitsland en Frankrijk uitgegeven. Solidariteit van de Franse of Duitse belastingbetalers wordt in Griekenland mede daardoor in hoge mate als eigenbelang gezien. Een Duitse krant vergeleek hulp aan Griekenland met een „slooppremie voor Duitse tanks”.

Plaatsvervangend minister Beglitis ontkent dat de lobby voor financiële steun en wapenaankopen verband houden. Hij zegt wel dat een „echt gezamenlijk Europees defensie- en veiligheidsbeleid” waarbij landen elkaar helpen hun buitengrenzen te bewaken, het Griekenland gemakkelijker zou maken op defensie te korten. „Nu is er geen duidelijke solidariteit.”

In de haven van Piraeus, vlakbij Athene, vertrekt op vrijdagavond de boot naar de eilanden Chios en Lesbos, aan de grens met Turkije waar grote militaire bases zijn. Het is ruim een nacht varen. Terwijl de schemering inzet, groeit op de kade de groep jongens in camouflagepakken, omringd door bemoedigende vrienden, trotse vaders en sniffende moeders en vriendinnen. Een nootjesverkoper stalt zijn waar uit naast de laadklep.

Dimitris Papoutsanis (21), een magere jongen met een open gezicht, is de komende acht maanden gelegerd op het eiland Lesbos, waar hij ook vandaan komt en in het familierestaurant werkt. Bedreigd door de Turken voelt hij zich er niet, hoewel je het buurland kunt zien liggen. „Oudere mannetjes zeggen dat er een dreiging is. Het staat in de schoolboeken. En in het leger geldt het mantra ‘een goede Turk is een dode Turk’.” Hij neemt het niet al te serieus. ,,Het zou leuk zijn als er eens wat meer Turkse toeristen kwamen.”

Film leger en rapport wapeninvoer op nrc.nl/buitenland

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In de inleiding van het artikel Een kostbaar leger zonder vijand (25 maart, pagina 4) staat dat de Griekse regering niet wil bezuinigen op Defensie. Dat is onjuist. Griekenland bezuinigt wel, maar wil de dienstplicht niet afschaffen.