Een jas voor maart, of september, of, toch ook wel vaak, augustus

Het is tijd voor een tussenjas, dacht ik toen ik gisteren, zwetend en rood, in mijn winterjas een brug opfietste.

De tussenjas is een uitvinding van mijn liefste tante L., die in oktober is overleden. De tussenjas is geen zomerjas, en ook geen winterjas, maar iets ertussenin. Een jas voor maart, of september, of, toch ook wel vaak, augustus.

De juiste tussenjas vinden is een kunst, want hij mag niet te warm zijn, niet te koud, niet te lang, niet te kort, niet te donker van kleur, maar ook niet te licht. De aanschaf van een tussenjas is, kortom, een bijna onmenselijke opgave.

Mijn tante besteedde daar gerust een paar maanden aan. Gelukkig was ze met pensioen en vond ze het leuk om maanden over een aankoop te doen. ‘Ik moet een nieuwe ijskast!’ mailde ze dan opgetogen. ‘Je begrijpt, ik ben in alle staten.’ En dan volgden er vele mails en telefoongesprekken over de grootte van de gewenste ijskast (de grootste), de kwaliteit (de beste) en het uiterlijk – ze wilde het liefst een ijskast in ‘zwarte pianolak’, maar die bleken nergens te krijgen.

De ultieme tussenjas vond ze een paar jaar geleden in New York. Hij was grijs, van lichte wol, met een roze voering. Ze noemde deze tussenjas ook wel de ‘militaire kinderjas’ omdat hij een dubbele rij knopen had en omdat zij, vond ze zelf, een kindermaat had.

Je kon mijn tante uittekenen in de militaire kinderjas. Dat kan ik trouwens nog steeds, gelukkig. Sterker nog, ik stuur haar bijna dagelijks een mail, of sta op het punt haar op te bellen, om dan pas te bedenken dat ze er niet meer is. Je kon mijn tante namelijk ook uittekenen in mijn leven, en mij in het hare, en dan bel en mail je iemand nu eenmaal vaak – ook nadat ze overleden is.

Haar woorden, grappen en uitdrukkingen zijn er gelukkig nog. Daarom kwam de tussenjas in me op.

Ik ging naar huis, naar mijn klerenkast, waar de perfecte tussenjas hing. Grijs, van lichte wol, met een roze voering. Na enig getwijfel had ik hem meegenomen toen we het huis van mijn tante gingen opruimen.

Hij paste me perfect, ondanks het feit dat het volgens haar een kinderjas was. Ik heb inmiddels een uitgelubberde moedermaat, dus ik begreep niet hoe het kon. Maar het kon, en met haar tussenjas aan ging ik naar buiten, de lente in.