De strijd om de toekomst van Europa

Iedereen pleit voor beter management in de eurozone. Maar hoe? Berlijn wil dat landen zélf hun begroting op orde houden. Parijs wil coördinatie van het hele financiële en economische beleid.

In elf jaar tijd hebben de regeringsleiders van de eurolanden éénmaal een uitzondering gemaakt op de regel dat zij geen formele vergaderingen hebben: in oktober 2008. Toen moesten ze de banken redden.

Deze week hangt er wéér zo’n ‘euro-top’ van de zestien regeringsleiders in de lucht. Ditmaal moet de euro gered worden. Volgens sommigen dreigt de Griekse crisis zo uit de hand te lopen, dat zelfs het voortbestaan van de Europese Unie op het spel staat.

Veertien eurolanden, Frankrijk en Spanje voorop, willen zo’n speciale eurotop. Zij worden gesteund door de voorzitters van de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en EU-president Herman van Rompuy. Duitsland weigert als vooraf niet zeker is of er resultaat is. Ook premier Balkenende vindt een eurotop „te riskant”.

Een speciale top van de eurolanden kan in de marge van de gebruikelijke economische ‘voorjaarstop’ van 27 regeringsleiders, vandaag en morgen. De geplande discussie over de strategie voor de komende tien jaar wordt overschaduwd door de kwestie-Griekenland. Die kwestie wordt acuut.

Hoe langer Europa Griekenland alleen laat aanmodderen, hoe hoger de rentes oplopen die het land op leningen betaalt. Griekenland heeft geen cash nodig. Maar iemand moet de Grieken tegen eind april, als het opnieuw moet lenen, kredieten aanbieden tegen normale rentes. De vraag wie die ‘iemand’ is, is deze week eindelijk beantwoord: in eerste instantie het Internationaal Monetair Fonds. Daarna, eventueel, komen er kredieten van eurolanden.

Eén van de twistappels tussen Duitsland enerzijds en Frankrijk anderzijds is hoe groot het IMF-aandeel wordt in dit pakket. Eenderde? Tweederde? Als bilaterale bijdragen in mei nodig zijn – waarschijnlijk, want het IMF kan Athene 10-15 miljard lenen, wat niet genoeg is -, wie coördineert die dan? De Europese Commissie, de eurogroep of ook het IMF? Dit lijken technische details. Maar het is politiek van de bovenste plank. Wat op het spel staat, is wie het voor het zeggen heeft in Europa.

Kanselier Angela Merkel krijgt binnenlands problemen als zij Griekenland nu te hulp schiet. Er zijn binnenkort regionale verkiezingen, en sommigen willen naar de rechter zodra er één cent naar Athene gaat. Daarom eist Merkel dat Griekenland bij het IMF aanklopt. Frankrijk en andere eurolanden, behalve Nederland en Finland, vinden het een zwaktebod als een organisatie van buiten problemen in Europa oplost. Ook wil president Nicolas Sarkozy vermijden dat de Franse IMF-voorzitter, socialist-met-presidentiële-aspiraties Dominique Strauss-Kahn, de euro komt redden.

Maar zonder Duitsland kom je in Europa nergens. Vandaar dat Merkel begin deze week haar zin kreeg: het IMF komt erbij. Nu willen de anderen dat zij water bij de wijn doet. De geschiedenis leert dat er in Europa geen winnaars en verliezers kunnen zijn – althans als het om grote landen gaat. Merkel kan victorie kraaien. Maar de andere regeringsleiders moeten óók met opgeheven hoofd naar huis kunnen. Een diplomaat zegt: „Sarkozy en Zapatero kunnen niet zeggen dat ze verslagen zijn. Zij moeten kunnen zeggen: ‘Ja maar, het blijft een Europese operatie met het IMF in een bijrol’.”

Daarom is een eurotop belangrijk voor Sarkozy: dit stelt hem in staat de reddingsactie te verkopen als Europees initiatief. Anders dan tijdens de bankencrisis houdt de Franse president zich muisstil. Volgens ingewijden wil hij geen olie op het vuur gooien. Keiharde ruzie met Merkel zou speculatie door beleggers verder aanwakkeren, met mogelijk desastreuze gevolgen voor Franse banken vol Griekse staatsschuld. Nu er een deal in zicht is, kan Sarkozy niet over zich heen laten lopen. Dus riep hij om een eurotop.

Hij ontmoette gisteravond EU-president Van Rompuy in Parijs. Merkel sprak Papandreou. Iedereen sprak iedereen. Maar er kwam géén eurotop vóór de reguliere top. Reden: Duitsland stelt nóg een eis. Het wil het Europese verdrag wijzigen om de spelregels van het Stabiliteitspact te verscherpen, zodat een ‘geval’ als Griekenland zich nooit meer voordoet. Merkel eist dat andere landen instemmen. Anders geen eurotop.

Gisteren, in één dag, liep de Griekse rente op, daalde de euro in waarde en waardeerde kredietbeoordelaar Fitch Portugese staatsschuld af tot AA-. In Brussel worden velen desperaat. „Het is oorlog,” roept er één: „Overheden tegen financiële instellingen. Nu gaan beleggers de euro te lijf. Straks pakken ze het pond. Dan de dollar. Ziet Merkel dat niet?”

De meeste eurolanden willen geen verdragswijziging. Niet dat ze tegen beter management van de euro zijn. Die les trekken allen wel uit het Griekse wangedrag, dat Europa jarenlang heeft getolereerd. Probleem is dat Duitsland een ander idee heeft over dat management dan Frankrijk. Duitsland wil dat ieder euroland zelf zorgt voor zuinigheid en prudentie, zodat er geen rotte appels in de mand komen. Frankrijk wil juist meer coördinatie van financieel-economisch beleid. Eurolanden die samen grote lijnen uitzetten – dat is wat de Fransen willen, onder Franse regie uiteraard. Frankrijk wil vermijden dat één land concurrentievoordelen boekt ten koste van de andere. Frankrijk wil voorkomen, aldus een hooggeplaatste, „dat één land 36 uur werkt en in productiviteit achteruit gaat, terwijl het buurland mensen harder laat werken voor hetzelfde loon.” Dit is geen meningsverschil over een technisch detail. Dit gaat over de toekomst van Europa.