Asymmetrische Matthäus van Bach is geen succes in Naarden

Concert Nederlandse Bachvereniging en Kampen Boys Choir o.l.v. Jos van Veldhoven. Bach: Matthäus-Passion. Gehoord: 24/3 Grote Kerk, Naarden. Herh. t/m 3/4, Inl: bachvereniging.nl ***

Niemand weet hoe Bach zelf zijn Matthäus-Passion uitvoerde, en dus kunnen er eindeloos nieuwe theorieën worden ontwikkeld op zoek naar de heilige graal, ‘authenticiteit’. Na de ingrijpende verkleining van de twee koren van groot naar micro - zo zou Bach het eigenlijk bedoeld hebben - zet de Nederlandse Bachvereniging nu een nieuwe stap: asymmetrie.

Volgens dirigent Van Veldhoven is Coro II (bestaande uit koor, orkest en solisten) minder belangrijk dan Coro I, dat de rode draad van het verhaal mag vertellen. Coro II benadert hij daarom zoals de Britse dirigent Paul McCreesh, met als zangers uitsluitend vier solisten die ook de koorstukken voor hun rekening nemen. Ook in Coro I zingen de solisten in de koorpassages, maar zij worden wel door acht extra koorzangers versterkt.

De opstelling in de zaal is eveneens asymmetrisch: Coro I staat op het hoofdpodium, Coro II schuin weggestopt in het transept. En achter de eerste rijen publiek duiken ook nog eens zomaar vijf jongenssopranen op.

Hoewel de asymmetrie op zichzelf nog plausibel is, blijkt vooral de ruimtelijke opstelling geen succes. Bij vraag- en antwoordspelletjes („Kommt!/ Wohin?” „Suchet!/ Wo?”) gaat het nog prima, omdat de ruimtelijkheid een muzikaal contrast versterkt. Maar samenspelen als één groep, wat ook vaak moet, blijkt door de grote afstand tussen de groepen praktisch onmogelijk. Onder meer in het slotkoor van deel 1, „O Mensch, bewein dein Sünde Groß”, leidt het verschil in timing (Coro II is structureel te laat) tot chaos.

Op andere momenten is beter te horen dat er prachtig gezongen wordt - allereerst in de verzorgde koralen. Van Veldhoven kiest bedachtzame tempi, maar weet zwaarte zorgvuldig te vermijden.

Gerd Türk is een zeer bewogen Evangelist, die van ogenschijnlijk eenvoudige zinnen muzikale pareltjes maakt. Bas Peter Harvey zet een wat opgepoetste Jezus met Brits-Duits accent neer, maar weet niettemin te overtuigen. De invallende sopraan Amaryllis Dieltiens valt door een gebrek aan kracht en klaarheid tegen, net als de wat brullerige tenor Julian Podger. Countertenor Tim Mead (in een subliem „Erbarme Dich”) en tenor Charles Daniels (met een oprecht en kraakhelder „Geduld!”) vallen in positieve zin op.