Aafismen

Als je een stukje van Aaf leest, dan is er bijna altijd een moment waarop je denkt: „Ha! Dit woord had niemand gebruikt behalve Aaf.” Bij dit soort ‘ha!’-momenten is er sprake van het taalkundige fenomeen dat ‘Aafisme’ wordt genoemd. Soms betreft dat nieuwe woorden die je nog helemaal niet kende. Jaren geleden, zo rond de eeuwwisseling, heeft Aaf mij het woord ‘kookeiland’ geleerd. Ze vertelde dat een of andere pas afgestudeerde hi-po (ook zo’n woord van toen) daar op een feestje compulsief over had doorgeleuterd, de gehele avond. Vonden we triest. Maar sindsdien kan ik geen kookeiland zien (en ze bestaan nog steeds!) zonder aan Aaf te denken.

Andere Aafismen zijn woorden die je allang kende, maar die toch met Aaf geassocieerd zijn, omdat Aaf ze meer (of anders) dan andere mensen gebruikt. Een kleine inventarisatie:

Mal

Hoedjes zijn mal, een legging kan mal zijn, mensen zijn mal, dansjes zijn mal.

Hilarisch

Tuurlijk, iedereen zegt hilarisch. Maar ik denk dat Aaf aan het voorfront van de trend heeft gestaan. Dus is het nog steeds haar woord.

Duister

Dingen die te maken hebben met dood en verderf, en dingen in het geniep, die noemt Aaf duister.

Hermetisch

Als mensen vaag en onbegrijpelijk doen, dan noemt Aaf dat graag ‘hermetisch’, alsof het hermetische poëzie betreft.

Goeiig

We zouden dit het oer-Aafisme kunnen noemen. Ik kende goeiig altijd als een zogenaamd positief woord dat eigenlijk een belediging was (‘Tja, Johan… het is vooral een heel góéiige man’). Maar bij Aaf is goeiig zonder meer positief. Een internetforum kan goeiig zijn, mensen die dieren redden zijn goeiig, dieren zijn goeiig. Goeiig zijn alle dingen waar het hart van Aaf een beetje van smelt.

We kunnen ons afvragen waarom juist deze woorden Aafismen zijn. Is het een willekeurige verzameling? Ik denk het niet. Ik denk dat als juist deze woorden steeds weer opduiken, ze iets zeggen over de essentie van Aaf, over ‘Aaf-ness’. Het is een soort onbewust zelfportret. Aaf wil ons laten weten dat ze een malle, hilarische vrouw is, met een duistere, soms zelfs hermetische kant. Maar bovenal is ze erg goeiig, in de Aaf-betekenis dan.

In het kader van dit diepgravende wetenschappelijke artikel heb ik de laatste honderd columns van Aaf geanalyseerd op Aafismen. Zoals wel vaker met wetenschappelijk onderzoek is de hypothese interessanter dan de uitkomst. ‘Goeiig’ en ‘duister’ komen elk twee keer voor. ‘Mal’ en ‘hilarisch’ elk maar een keer. Hermetisch komt nul keer voor.

Toch weiger ik het begrip ‘Aafisme’ overboord te gooien. Dus houd ik het hierop: een Aafisme is wel echt iets, maar het is vooral een kwestie van gevoel. Als je een woord ziet waarbij je denkt: „Ha! Aaf!” dan is het een Aafisme. Anders niet.