'Wij dienen als waarschuwing voor de eurolanden'

De Griekse hoogleraar Gikas Hardouvelis over de banken in Griekenland, de bezuinigingen en Europa.

Tijdens de laatste grote demonstratie tegen de Griekse bezuinigingen kreeg ook de EFG Eurobank in het centrum van Athene, recht tegenover het parlement, een flinke kwak rode verf. Wij moeten inleveren en dat is de schuld van de banken, was het verwijt. Gikas Hardouvelis, hoofdeconoom van de bank en hoogleraar aan de universiteit van Piraeus, ziet dat anders. „Ook de banken in Griekenland zijn slachtoffer van de financiële crisis”, zegt hij in zijn werkkamer, om de hoek van het besmeurde gebouw. „In het Westen brachten de banken de landen in moeilijkheden. Hier is het omgekeerde aan de hand: het land trekt de banken en gezonde bedrijven in zijn val mee.”

Hardouvelis (54) woonde en werkte twintig jaar in de VS en is sinds 1994 terug. Hij beziet zijn land nog altijd met de enthousiaste verbazing van een wetenschapper. De afgelopen tijd vormt boeiend studiemateriaal. De grafieken die hij in zijn colleges gebruikt stelt hij vrijwel dagelijks bij, als de financiële markten weer reageren op bezuinigingen of uitspraken van Europese leiders over de kans op financiële steun.

Als de positie van de banken in Griekenland zelf ter sprake komt klinkt professor Hardouvelis minder geamuseerd. Voordat de kredietcrisis Griekenland raakte, was die namelijk uitstekend, benadrukt hij. En zijn bank, met 83 miljard euro aan activa, actief in tien landen en 23.000 man personeel, is „nog steeds gezond”, zegt hij. „Wij hebben ruim voldoende vermogen. De winst over 2009 was weliswaar de helft van die in 2008, maar we maakten in 2009 wel winst.”

Sinds de toetreding van Griekenland bijna tien jaar geleden tot de eurozone zijn Griekse consumenten aan een inhaalslag begonnen, waaraan de banken goed verdienden. Tot 2001 hadden Grieken nog vrijwel geen hypotheken en grote leningen. Inmiddels zitten ze dicht tegen het Europees gemiddelde aan. Terwijl door de kredietcrisis overal ter wereld de kredietstromen opdroogden, leenden banken in Griekenland in 2009 nog 5 procent meer uit dan in het jaar daarvoor. „In de jaren dáárvoor was de groei 15, soms 20 procent”, zegt Hardouvelis.

De banken in Griekenland groeiden door traditionele bankdiensten, de stap naar complexe en hoogst riskante financiële producten was in de jonge markt nog niet gezet. Tot afgelopen najaar de volle omvang van het Griekse begrotingstekort (inmiddels 12,9 procent van het bbp) aan het licht kwam, leek Griekenland een relatief ongeschonden economie. Door de mondiale recessie kromp vorig jaar weliswaar ook de Griekse economie, maar minder dan de helft van dat van de hele EU.

Dachten Grieken serieus dat de kredietcrisis hen zou overslaan?

„De hoop was zelfs dat we ook aan de daaropvolgende recessie konden ontkomen. Maar die raakte ons toch en de kredietbeoordelaars kregen ons in het vizier.”

Heeft de Europese Centrale Bank de crisis voor Griekenland verergerd?

„Ja. Op hetzelfde moment dat de kredietbeoordelaars de Griekse kredietwaardigheid verlaagden, kwamen er vorig jaar december sterke geluiden van de ECB over terugtrekking van liquiditeit uit het Europese bankensysteem. In officieuze gesprekken met banken, ook met de onze, werd vanuit Frankfurt gezegd ‘word gezond, we gaan je niet nog meer lenen’. Die timing was erg slecht, dat was een fout.

„In feite zijn dubbele standaarden toegepast. In 2008 en 2009 zijn onvoorzichtige westerse banken die hun landen met grote problemen opzadelden, gered. En op zichzelf gezonde Griekse banken bleven met hun problemen zitten, simpelweg omdat ze de pech hebben te opereren vanuit een land dat het niet geweldig doet, waar de kredietwaardigheid van het land die van de banken aantast. Op dat moment is het de rol van de ECB geldschieter te zijn waarop banken kunnen terugvallen. Als centrale bank behoor je dan te helpen, not to screw them.”

De ECB leent nog, dus de problemen vallen mee?

„,De ECB veranderde begin dit jaar van toon en leent inderdaad nog aan de Griekse banken. En die hebben dat nodig. Want doordat het land in het brandpunt van de aandacht kwam te staan, hielden andere banken – die in mijn ogen inferieur waren aan de Griekse – er mee op nog langer aan ons uit te lenen. Daardoor moesten we wel van de Griekse centrale bank lenen (en die weer van de ECB, red.). Die afhankelijkheid is precies het omgekeerde van wat de ECB in december beoogde.

„Gebrek aan bankvermogen is hier het probleem niet. De Griekse banken kunnen ook heel gemakkelijk hun liquiditeit verbeteren door minder uit te lenen aan klanten. Daarmee zouden ze de recessie verergeren. Dat willen ze niet. Maar dan moeten ze een beetje gesteund worden.”

Hardouvelis laat op zijn beeldscherm zijn economische voorspelling voor Griekenland zien, een krimp van minimaal 2,8 procent van het bbp in 2010, tegenover een krimp van 0,8 procent waar de regering in haar jongste bezuinigingsplan nog vanuit gaat, een cijfer dat ook volgens de Griekse regering optimistisch is.

De mondiale recessie raakte Griekenland met vertraging, zegt Hardouvelis, „maar trof ons toen we op twee punten uit balans waren: een zwakke, conservatieve regering die dacht ieder probleem op te lossen door met geld te smijten. En een structureel gebrek aan concurrentievermogen. Griekse producten worden steeds duurder en we verkopen steeds minder in het buitenland. Het lidmaatschap van de eurozone werkte als een slaappil. Als je concurrentievermogen verslechtert kun je devalueren, maar over de munt beslist de ECB en niet langer Griekenland. Alles leek op orde, want de rentes waren laag. Iedereen consumeerde. Het aandeel van de consumptie in het bbp is hier met 73 procent het hoogste van de hele eurozone. Politici werden niet wakker geschud. Sparen deden Grieken toch al niet veel en de laatste tijd werd er ook betrekkelijk weinig geïnvesteerd. De vraag, dat wil zeggen de consumptieve vraag, werd aangedreven, maar het vermogen om iets te produceren en te verkopen niet.”

Heeft u vertrouwen in de jongste saneringsmaatregelen?

„Ja. De maatregelen die deze maand zijn afgekondigd zijn heel specifiek: salarisverlagingen, verlagingen van de toeslagen, bevriezing van staatspensioenen, verhoging van verschillende belastingen, van btw, van accijns. ”

Zal de regering erin slagen de maatregelen ook uit te voeren?

„Dat denk ik wel. Bij de overheid zitten zeven van de tien mensen niets te doen. Het enige wat je hoeft te doen is hen aan het werk zetten. De helft van deze groep bestaat uit heel capabele mensen die zich dood vervelen. Als ik zeg dat de overheid inefficiënt is, bedoel ik ook dat zij aan haar lot overgelaten is. De bevolking zag haar als een werkverschaffer. En politici met een horizon van twee jaar ook. Die dachten alleen aan hoeveel mensen ze konden ‘fixen’, want dat betekende stemmen.”

Zou IMF-hulp voor Griekenland goed zijn?

„Het zou niet slecht zijn het IMF hier te hebben. De bezuinigingen zouden dan aangevuld worden met IMF-kredieten. Nu, zonder het IMF, heb je alleen de bezuinigingen en een vage EU-belofte dat er misschien geld komt.

„Maar het is een Europese keuze om het IMF binnen te halen, geen Griekse. En het zou toch een heel verkeerd signaal afgeven over de stabiliteit van de eurozone. Het zou laten zien dat de Brusselse bureaucratie, die weet waar de zwakke plekken in de unie zitten, niet in staat is ze te repareren. Als je dat niet kunt, kan de eurozone op de lange termijn niet overleven. Als ik zou geloven in een verenigde toekomst van Europa, dan zou ik IMF niet binnen willen hebben.”

En, gelooft u in die verenigde toekomst?

„Ja, de Unie zal overleven. En Europa zal de tijd nemen om overeenstemming te bereiken over nieuwe begrotingsinstrumenten.”

Loopt de EU niet het risico te lang te talmen met nieuwe financiële regels?

„Europa zal alleen snel zijn als de crisis zich naar een groot land als Spanje verplaatst. Als dat gebeurt is er snel bereidheid tot compromissen en is er zo een financieel mechanisme bedacht. Zolang de crisis binnen de Griekse grenzen blijft, zal de harde opstelling blijven overheersen dat een land zijn eigen problemen moet oplossen. Dat dient als waarschuwing voor andere landen. ‘Hoe meer de Grieken lijden, hoe beter het is voor de stabiliteit van de eurozone.’ Uiteindelijk worden we daar zelf ook beter van.”