Waarom mislukt de eerste pannekoek (bijna) altijd?

Pieter Stoel uit Utrecht heeft weinig woorden nodig voor zijn vraag. Zijn mail bestaat uit één zin: „Waarom mislukt de eerste pannekoek altijd?”

Bij pannekoekebakker Ton van der Veen van Pannekoekenhuis D’n Berepot in Nieuwkuijk mislukt de eerste pannekoek nooit, zegt hij. Maar hij weet wel waardoor bij bakkers thuis de eerste wél vaak mislukt.

Het euvel bij die eerste pannekoek, vertelt Van der Veen, is dat mensen thuis vaak pannekoeken bakken in een pan die ze ook voor andere gerechten gebruiken. „Daardoor blijven er vaak kruiden, stukjes vlees of andere etensresten achter in de pan.” De eerste pannekoek blijft dan, hoe schoon de pan ook lijkt, toch ‘haken’ achter die restjes, zegt Van der Veen: „Daarom is het beter om een mooie nieuwe pan te kopen, en die voortaan alleen te gebruiken om er pannekoeken in te bakken.”

Wat voor koekepan je het beste kunt gebruiken? Belangrijkste voorwaarde is een goede antiaanbaklaag. „De koks van D’n Berepot gebruiken speciale pannen van gietaluminium, maar een standaardkoekepan met antiaanbaklaag is ook goed.”

Niet alleen de kwaliteit van de (schone) pan doet ertoe, ook andere randvoorwaarden moeten kloppen om die eerste pannekoek te laten lukken. Emmy Bolhuis van pannekoekhuis De Bolle Karel denkt dat het mislukken van de eerste pannekoek vaak te maken heeft met de temperatuur van de pan. „Als die nog niet warm genoeg is, blijft de pannekoek standaard vastplakken.” Desastreus is vervolgens de poging om de pannekoek tóch los te krijgen.

De pan moet – niet alleen in het midden, maar ook aan de randen – zo heet zijn, dat het beslag direct ‘aanbakt’. Of je olie of boter gebruikt, maakt niet uit voor de slagingskans van de eerste pannekoek. Als het maar goed heet is.

En niet té veel beslag gebruiken, want dan blijft de pannekoek zacht of wordt het baksel taai, waarschuwt Bolhuis.

Als de pannekoek loskomt van de pan, is het een kwestie van omdraaien, de andere kant aanbakken en klaar is je pannekoek.

Annemarie Kas