Trappers blijft een ijshockeyfamilie

De ijshockeyers van Tilburg Trappers verloren ook de tweede wedstrijd in de play-offs voor het Nederlands kampioenschap van de Nijmegen Devils. „We gaan nu niet opgeven, want alles is nog mogelijk.”

Boven het ijs van ijshockeyclub Tilburg Trappers hangt trots een lijst met de jaren waarin de ploeg kampioen van Nederland werd. Een lange lijst waar elke supporter met een blauw-geel hart vlak voor aanvang van de wedstrijd even naar moet hebben gekeken.

Deze avond moet het gebeuren: de Trappers zijn vrijdag met 5-1 door de Nijmegen Devils verslagen en zinnen op sportieve revanche. In het ijssportcentrum van ijshockeybolwerk Tilburg wordt het tweede duel in de play-offs (best-of-five) om het Nederlands kampioenschap gespeeld.

In het programmaboekje is niets heel gelaten van de prestatie van de Tilburgse ijshockeyers van afgelopen vrijdag. „De eerste match is er een om snel te vergeten. Wat was het bedroevend slecht. Vanavond moeten de vonken eraf springen, Trappers kan zich niet nog een nederlaag permitteren.”

Een uur voor de wedstrijd loopt de kantine van de Trappers – de Trapperij – vol met een gevarieerd publiek. Veel supporters dragen blauw-gele ijshockeyshirts of een Trapperssjaaltje. Boven de bar prijkt een reeks bokalen die Tilburg Trappers door de jaren heen sinds de oprichting in 1939 heeft verzameld.

In de kantine geen tafelvoetbalspel zoals in veel voetbalkantines, maar een tafelijshockeyspel. Ook geen voetbal of tennis op de televisie, maar honkbal: alle tv’s zijn afgestemd op Amerikaanse sportzenders.

Als de ijshockeyers zich een half uur voor tijd warm spelen zijn de tribunes al volgestroomd. Boven het ijs hangen spandoeken met teksten als ‘Let’s go Trappers, Let’s go’. Tilburg kan altijd rekenen op een goede opkomst in het stadion dat plaats biedt aan 2.500 mensen. Een kwartier voor aanvang wordt het ijs nog een keer geveegd, daarna dimmen de lichten en projecteren spotlights gekleurde ballen op het ijs. De stadionspeaker meldt het publiek dat de wedstrijd „strak uitverkocht” is en op de tribune worden sterretjes ontstoken. Er wordt op trommels geslagen en rustige Amerikaanse popmuziek heeft plaatsgemaakt voor opzwepende elektrobeats. De fans zijn klaar voor de strijd.

Onder luid gejuich komen de spelers door de rook uit de poort het ijs op. Het uitvak van Nijmegen, gevuld met de meest fanatieke supporters van de Devils, roert zich ook.

Op het ijs stelen Canadezen en Amerikanen de show en net als in de VS wordt op elk dood spelmoment muziek gestart. De wedstrijd had zich in Noord-Amerika kunnen afspelen, al klinkt het commentaar van het publiek – met Brabantse tongval – nog steeds erg Nederlands: „Schiet dan jongen!” en „Das toch een bodycheck, nie?”.

Na de eerste periode staat Tilburg 1-0 achter, maar heeft het ook enkele kansen gehad. De vorige play-offwedstrijd ging het vooral in de tweede periode mis tegen de Devils en ook nu krijgt Tilburg Trappers meteen een goal tegen: 0-2. In tegenstelling tot vrijdag blijft het team echter geconcentreerd spelen en na een opleving staat het aan het einde van de tweede periode 2-2.

Deze keer gaat het mis in de derde periode. Beide teams hebben kansen, maar de goals vallen aan de kant van Nijmegen. Met een eindstand van 3-6 keren de Trappers-fans gedesillusioneerd naar huis. „Vrijdag is het afgelopen”, zegt een van hen.

Mark Pederson, de Canadese coach van de Trappers en voormalig speler van grote ijshockeyteams in de Noord-Amerikaanse profcompetitie NHL als Montreal Canadiens en Philadelphia Flyers blijft optimistisch: „De teamspirit voor de wedstrijd was geweldig en die is nog steeds goed, ondanks de nederlaag. We moeten vooruitkijken, naar de wedstrijd van vrijdag. Dit was een belangrijk duel, maar de play-offs zijn een best-of-five. Nijmegen moet nog één wedstrijd winnen en die laatste is altijd een zware. Bovendien heeft Nijmegen dit seizoen niet alleen laten zien dat ze kunnen winnen, maar ook dat ze opeens kunnen verliezen.” Pederson houdt moed: „This team is not going to lie down.”

Casey Vanschagen, de Canadees-Nederlandse aanvaller van Tilburg, gaf zijn eigen spelers complimenten voor de inzet. „Deze wedstrijd had alle kanten op kunnen gaan. Misschien hadden we gewonnen als we iets langer in bed waren blijven liggen. Ons team is als een familie, we gaan nu niet opgeven want alles is nog mogelijk. It’s hockey.”