Sushichefs riepen massaal 'banzai'

Op de Tsukiji-markt in Tokio is de handel in blauwvintonijn voor sushi springlevend. Weinig Japanners maken zich zorgen.

In Japan is opgetogen gereageerd op het uitblijven van een handelsverbod op Atlantische blauwvintonijn, een belangrijk ingrediënt van sushi. „We riepen hier massaal ‘banzai’ toen het bekend werd”, zegt sushichef Ogawa van het restaurant Sushiyasu, een eenvoudig zaakje in de traditionele wijk Asakusa in Tokio.

„Die blauwvin wordt helemaal niet met uitsterven bedreigd”, meent hij. Bovendien vraagt hij zich af: „Welke vis zou hierna aan de beurt zijn voor een handelsverbod?”

De meeste Japanners zijn fel tegen toevoeging van de Atlantische blauwvintonijn aan de lijst van beschermde diersoorten waarin internationale handel verboden is. „Japan juicht nadat handelsverbod op tonijn is afgewezen”, kopte de liberale krant Asahi Shimbun afgelopen week. De beslissing bracht „zuchten van opluchting bij vissers, handelaren, sushirestaurants en miljoenen tonijnliefhebbers in Japan”, aldus het hoofdartikel van de krant.

Toch is de Japanse liefde voor hon-maguro, zoals de Atlantische blauwvintonijn er wordt genoemd, betrekkelijk recent. Tot de jaren vijftig werd de blauwvintonijn beschreven als neko-matagi: vettige vis die zelfs de kat niet lust. Pas sinds eind jaren zeventig wordt de Atlantische blauwvintonijn, wegens economische voorspoed, verbeterde koeltechnieken en groeiende waardering voor vettig eten, op grote schaal verkocht.

„Het speciale aan de hon-maguro is dat elke vis anders is,” zegt Yasunari Sawai, een handelaar op de Tsukiji-markt, de grootste vismarkt ter wereld. Sawai loopt langs rijen bevroren blauwvintonijn en kijkt bij elk exemplaar bij een snede in de staart of het vlees fel rood van kleur is, hoeveel vet er aan de vis zit, en of de witte pezen goed te zien zijn.

Toch bestaan ook in Tokio zorgen over de houdbaarheid van de vangst. Met name het gebruik van ‘buidelnetten’, die zich als een portemonnee sluiten, is omstreden. „Omdat de vloten met die netten vissen, worden geslachtsrijpe tonijnen gevangen voordat ze zich kunnen voortplanten, en loopt de populatie terug,” zegt Takashi Kobayashi, een handelaar op de Tsukijimarkt.

Wadao Hanaoka van Greenpeace Japan vindt blijdschap over het uitblijven van een handelsban dan ook misplaatst. „De Japanse overheid moet zich sterker inzetten om duurzame vangst van de Atlantische blauwvintonijn te garanderen”, zegt hij. „Er moeten reservaten komen waar de tonijn zich kan voortplanten zonder opgevist te worden. Maar er is geen geschikte vismanagement in Japan. De regering laat zich te veel leiden door belangen van de industrie.”