Subsidie eerste koopwoning is al bijna op

Starters op de woningmarkt die nog gebruik willen maken van overheidssubsidie, moeten snel zijn. Met het huidige tempo is de pot voor twee verschillende koopsubsidies op korte termijn leeg.

Het gaat om de Wet bevordering eigen woningbezit (BEW) en de startersleningen. Starters die een woning tot ongeveer 165.000 euro willen kopen, kunnen een beroep doen op de BEW. Ze krijgen dan een maandelijkse subsidie. Voor duurdere huizen zijn er startersleningen, waarbij tot 20 procent van de totale lening renteloos wordt verstrekt. Gemeenten en Rijk delen de kosten, gemeenten stellen zelf de voorwaarden vast.

Voor de BEW is veertig miljoen beschikbaar voor de periode 2007-2011. Maar dat geld is half april al op, schrijft demissionair minister Van Middelkoop (Wonen, ChristenUnie) in een brief aan de Tweede Kamer. Dat komt door de populariteit van de regeling, maar ook doordat het geleende bedrag per koper hoger is dan verwacht.

Naar verwachting is het potje voor startersleningen eind 2010 leeg, maar dat kan eerder zijn als kopers die geen beroep meer kunnen doen op de BEW, een aanvraag voor een starterslening indienen.

Juist starters zorgden er de afgelopen maanden voor dat de woningmarkt nog enigszins overeind bleef. Ze zijn sinds het begin van de economische crisis de belangrijkste huizenkopers. De Kamer riep eerder toenmalig minister Van der Laan (Wonen, PvdA) al op de BEW-pot aan te vullen met geld uit andere stimuleringsmaatregelen voor de woningmarkt. Door de BEW blijft de vraag naar huizen bestaan en houden bouwvakkers hun werk, aldus de Kamer.

Van der Laan stelde echter dat maar 10 procent van de subsidieaanvragen gebruikt wordt voor een nieuwbouwwoning, de rest voor bestaande huizen. Dus is het werkgelegenheidseffect klein.

Het is de vraag of koopsubsidies in de toekomst nog zullen bestaan. Volgende week komen de ambtelijke werkgroepen met ingrijpende bezuinigingsvoorstellen, onder meer voor de woningmarkt. Er gaat nu veel overheidsgeld als subsidie naar wonen, zowel naar de huur- als de koopsector.