Stilzwijgen na overleg Obama en Netanyahu

De Amerikaanse president Barack Obama en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu hebben gisteren besloten overleg gevoerd in het Witte Huis. Anders dan gebruikelijk is, werd achteraf geen persconferentie gegeven over de gespreksonderwerpen.

De relatie tussen beide landen staat onder druk wegens het plan van Israël om 1.600 woningen te bouwen in de ultraorthodoxe nederzetting Ramat Shlomo in bezet Oost-Jeruzalem. In reactie op het plan hebben de Palestijnen deelname aan nieuwe vredesbesprekingen, waarvoor de VS het initiatief hebben genomen, afgezegd.

Obama en Netanyahu spraken elkaar gisteren eerst anderhalf uur in de Oval Office, volgens een woordvoerder van het Witte Huis. Vervolgens trok Obama zich terug in het woongedeelte en overlegde Netanyahu met zijn adviseurs in de Roosevelt Room. Netanyahu verzocht Obama vervolgens om een tweede overleg, dat nog eens een half uur duurde. Volgens een woordvoerder van Netanyahu verliepen de gesprekken in een „goede atmosfeer”.

Kort voor het eerste overleg werd via een Israëlische website bekend dat de gemeente Jeruzalem toestemming heeft gegeven voor de bouw van nog 20 woningen in Oost-Jeruzalem. Netanyahu, die heeft geëist vooraf over ieder bouwproject in Oost-Jeruzalem geïnformeerd te worden, werd door het nieuws overvallen, zo heeft een van zijn medewerkers anoniem meegedeeld. Volgens een woordvoerder van de gemeente is de toestemming vorige week al gegeven; media zouden de zaak opblazen als „provocatie”.

Het eerdere plan om 1.600 woningen te bouwen in Ramat Shlomo ligt extra gevoelig, omdat het twee weken geleden bekend werd gemaakt tijdens een bezoek van de Amerikaanse vice-president Joe Biden aan Israël.

Israël heeft de laatste maanden meer problemen met bondgenoten. De Britse regering heeft een Israëlische diplomaat uitgewezen in verband met het vervalsen van twaalf Britse paspoorten voor de liquidatie van een Hamas-leider, zo werd gisteren bekend. De relatie met Turkije is bekoeld na een publieke vernedering van de Turkse ambassadeur. (AP)