Rio Tinto-zaak politieke kwestie

De rechtszaak in Shanghai tegen vier managers van Rio Tinto, die worden beschuldigd van het stelen van geheimen en het aannemen van steekpenningen, is een geheugensteun voor iedereen die belegt en zaken doet in China. Hoewel de behandeling van de ‘vier van Rio’ hardvochtig lijkt, is zij kenmerkend voor een land dat nog lang geen echte rechtsstaat is. De snelle economische groei kan beleggers blind hebben gemaakt voor de risico’s.

Het is waar dat het juridische systeem van China de afgelopen jaren een heel eind is gevorderd in de goede richting. Meer dan de helft van alle rechters heeft nu een universitaire graad, tegen slechts 7 procent in 1995. De wetten over monopolies, effecten en insolvabiliteit zijn allemaal gemoderniseerd. Individuen gebruiken nu doorgaans de gerechtshoven om geschillen te beslechten, en het aantal zaken dat jaarlijks wordt gehoord is in vijf jaar tijd met 25 procent toegenomen.

Bovendien lijkt de beschuldiging dat de problemen van Rio louter een politiek opzetje waren nu op wankele gronden te berusten: de aangeklaagden hebben bekend steekpenningen te hebben aangenomen. Rio was zo verstanding afstand te nemen van eerdere beweringen dat zijn stafleden niets verkeerds hadden gedaan.

Toch blijven er vreemde aspecten aan de affaire kleven. Een aparte aanklacht wegens het stelen van handelsgeheimen zal achter gesloten deuren worden behandeld. En hoewel de nadruk heeft gelegen op de managers die worden beschuldigd van het aannemen van steekpenningen, is minder aandacht besteed aan de vraag waar die steekpenningen vandaan kwamen.

Zelfs als de politiek niet verantwoordelijk was voor de arrestaties, kan zij wel bepalen hoe deze zaak zal aflopen. In China is de scheidslijn tussen de rechterlijke en de uitvoerende macht vaag. Rechters worden benoemd door politici. De doctrine van de ‘Drie Opperste Waarden’ die president Hu Jintao in 2007 formuleerde, heeft het primaat van de Communistische Partij bekrachtigd en het idee van de rechtsstaat ondermijnd. Partijleden adviseren dikwijls de gerechtshoven over gevoelige zaken.

De juridische vaagheid van China is niet alleen een probleem voor degenen die van witteboordencriminaliteit worden beschuldigd. Plaatselijke rechters bevoordelen doorgaans lokale partners en bedrijven in handelsgeschillen, zeggen advocaten, met name als er staatsbedrijven bij zijn betrokken.

Niettemin zijn beleggers, aangetrokken door de snelle groei van China, als vliegen op de stroop afgekomen. De directe buitenlandse investeringen stegen in januari en februari met 5 procent, nadat ze vorig jaar enigszins waren teruggevallen. Voor degenen die niet voor de rechter hoeven te verschijnen, kunnen de risico’s kleiner zijn geworden dan ooit. Maar voor degenen die zich wel moeten verantwoorden, zoals de managers van Rio Tinto, kon wel eens blijken dat een rijker China niet altijd een eerlijker China is.

John Foley