Onvergoed verdriet

Na bijna tien jaar hangen en wurgen is een goede regeling voor vergoeding van affectieschade toch nog gestrand. De Eerste Kamer verwierp gisteren een nieuwe wet die nabestaanden recht geeft op vergoeding van hun leed na letsel of overlijden van een naaste door geweld. Denk aan de moeder wier kind is overreden, de man wiens vrouw is vermoord.

Het zou gaan om relatief bescheiden bedragen tussen de 12.500 en 17.500 euro, te betalen door de dader of diens verzekeraar, na goedkeuring door de overheid. Aan deze vorm van smartengeld is in de praktijk grote behoefte, zo is al in 2001 door minister Korthals (Justitie, VVD) vastgesteld.

Dat werd in 2008 nog bevestigd door een onderzoek van de Vrije Universiteit op verzoek van de senaat, waar twijfel heerste. Burgers proberen bij de rechter al jaren vergoeding van hun emotionele schade te krijgen na misdrijven die hun naasten troffen. Regelingen voor affectieschade bestaan ook in veel Europese landen.

De rechtspraak heeft zich ook in die richting ontwikkeld. De Hoge Raad erkende in 2002 schrikschade: omstanders die dírect worden geconfronteerd met een ernstige normschending, worden schadeloos gesteld voor de schok die dat teweegbracht. Pogingen van nabestaanden, die er niet bij aanwezig waren, om hun (afgeleide) schok ook vergoed te krijgen, worden afgewezen. Daarover was de wetgever immers met zichzelf in gesprek, jarenlang. En daar leek ook consensus te groeien.

Uit onderzoek was een brede behoefte gebleken. Zelfs verzekeraars waren voor. Het maatschappelijk belang van emoties en verdriet groeide: zie de heftige reacties op en het collectieve meeleven na geweldsmisdrijven. Het ‘calvinistische’ vergoedingsrecht op alleen zaakschade schoot duidelijk tekort.

Bijna een decennium hebben burger en rechtspraktijk dus vast gerekend op een beperkte regeling voor smartengeld. Met als rechtsbelang: erkenning van het slachtoffer. Dat de wet op de valreep van Balkenende IV nu in de senaat strandt, is meer dan zomaar een tegenslag. De wetgever haakt af en parkeert het probleem bij de rechter. De CDA-fractie brengt de eigen minister van Justitie een harde nederlaag toe.

De argumenten die in de senaat tegen het wetsvoorstel zijn ingebracht, waren overigens niet zonder waarde. Angst voor een claimcultuur, het spookbeeld van de punitive damages in het civiele recht: de schadevergoeding als vergelding.

Veel minder overtuigend, om niet te zeggen paternalistisch, was het normatieve argument dat menselijk leed niet ‘behoort’ te worden vertaald in geld. Kennelijk ook niet als het bedrag beperkt blijft. Ook zou een financiële compensatie geen erkenning voor emotioneel verlies kunnen vormen.

Dat wringt. Nu kunnen alleen materiële gevolgen op de dader worden verhaald: de kosten van de begrafenis. Wel voor de kist betalen, maar niet voor de leegte en het verdriet? Dat past niet meer. Het gemiddelde slachtoffer blijft met zo’n cynische en beperkte compensatie in de kou staan.