Luisteren met schaapsleer, zonder moe te worden

gadget

Bowers & Wilkins P5 hoofdtelefoon voor iPod/iPhone

299 euro *****

Een hoofdband van schaapsleer uit Nieuw-Zeeland. Zou dat het geheim zijn van het draagcomfort van de P5 koptelefoon van Bowers & Wilkins? Deze hifi-fabrikant, vooral bekend van zijn speakersets, introduceerde onlangs een hoofdtelefoon speciaal voor iPhones en iPods.

De P5 valt behalve door zijn prijskaartje op door een afwijkend design. Het lijkt erop dat de oorschelpen aan twee gedraaide ijzerdraadjes hangen. Die draden houden de aansluiting op de oren voldoende ‘op druk’ om de meeste omgevingsgeluiden buiten te houden. Daarom hoef je het volume niet ver open te schroeven.

B&W moest lang met lede ogen aangezien hebben hoe concurrerende merken als Bose de lucratieve iPod-markt veroverden met goede, maar ook relatief prijzige audioaccessoires. Het antwoord ligt er nu: een luxe hoofdtelefoon die mogelijk nog duurder is. En wie legt er nou 300 euro neer voor een koptelefoon? Muziekliefhebbers die regelmatig een lange trein- of vliegreis maken, bijvoorbeeld. B&W gaan er prat op dat de P5 het meeste draagcomfort biedt, zodat je niet snel vermoeid raakt als je een paar uur met deze hoofdtelefoon op zit. Vandaar dat zachte schaapsleer op je hoofd.

Zo klinkt de P5 ook: als een gelikte hifiset die niet mag vermoeien. Er zit veel druk in de laagweergave om ook in lawaaierige omstandigheden genoeg bas te horen, maar de details in de hoogte worden er niet door overstemd. Voor de test zijn verschillende muziekstijlen beluisterd, van country en bluegrass tot rock, van dance tot metal. Bij elk album valt op dat er met de P5 meer te horen valt dan met zelfs de betere in ear-sets. Slechte mp3-tjes vallen ook door de mand: muziekbestanden onder de 160 kbps komen hoorbaar vlakker over dan 256 of 320 kbps-rips.

De P5 is met z’n 195 gram en platte ontwerp niet zo groot en zwaar als een volwaardige studiokoptelefoon, maar wel een stuk minder handzaam dan de gangbare oortjes die je snel in je jas of tas propt.

Marc Hijink