Groene winkel slaat tussenhandel over

De door een voormalige Ahold-manager opgerichte duurzame supermarkt Marqt koopt geen producten in, maar geeft leveranciers schapruimte in ruil voor commissie.

‘Écht eten’ staat er in grote bruine letters op de witte muur onderaan de roltrap. Daar draait het om bij Marqt: producten die op een eerlijke manier zijn gemaakt. Vandaag opent de duurzame supermarktformule zijn derde filiaal in een voormalig bankgebouw aan de Utrechtsestraat in Amsterdam, vlakbij het Rembrandtplein. De winkel, met een oppervlakte van 1.000 vierkante meter het grootste filiaal van Marqt, biedt een groot aanbod van verse producten.

Marqt is opgericht door Quirijn Bolle (1975), die in 2004 zijn baan bij Ahold opzegde omdat hij vond dat het anders moest. „Als je de markt wil doorbreken, dan moet de producent weer direct in contact komen met de consument”, bedacht hij. „Hoe kan dat beter dan op de aloude marktplaats?”

Bolle bedacht een bedrijfsmodel waarbij leveranciers direct een plaats in zijn winkel kunnen krijgen. Hij levert de ruimte, het personeel en de kassa’s, de leveranciers hun producten in ruil voor een percentage van de omzet. Voor alle grote versgroepen – vis, vlees, kaas en brood – heeft Marqt vaste partners die de voedingswaren zelf produceren. Door het uitschakelen van tussenhandel kan de prijs redelijk blijven.

De duurzame supermarkt met authentieke voedingsmiddelen slaat aan bij het grootstedelijke publiek. Met de derde vestiging erbij denkt Bolle een maandomzet van 1 miljoen euro te halen. Tegelijk met de opening van het nieuwe filiaal heeft hij het assortiment met 1.000 artikelen uitgebreid. Hij wijst op het schap met olijfolie. „We hebben een fles van 11,99, maar er is er ook een voor 1,69. Er is nu meer keuze, maar de basis blijft altijd echt eten. Daaraan hebben we geen concessies gedaan.”

Bolle hoopt nu dat klanten al hun dagelijkse boodschappen bij Marqt gaan doen, en zijn winkel niet meer zien als speciaalzaak. Echt voordelig is het nog niet. De vraag hoeveel duurder een consument nu uit is bij Marqt in vergelijking met een reguliere supermarkt kan Bolle niet beantwoorden. „De producten die je hier koopt zijn niet te vergelijken met het aanbod van een gewone supermarkt.” En dan fel: „Het gaat er bovendien niet om de goedkoopste te zijn. Het is díe manier van denken die de hele markt verziekt.”

„90 procent van ons dagelijks voedsel komt uit supermarkten”, zegt Bolle. „En die verkopen allemaal hetzelfde. Het gaat er alleen nog maar om wie het goedkoopste is. Geen wonder dat veel van het aanbod gemanipuleerd is met geur-, kleur- en smaakstoffen. Er worden veel stoffen aan toegevoegd om de houdbaarheid te verlengen, of substituten gebruikt als ingrediënten om het product nog goedkoper te maken. We moeten ophouden troep toe te staan.”

Opmerkelijke woorden voor iemand die zes jaar geleden nog bij Ahold werkte. „Ik kwam van school en ging bij een bedrijf werken. Daar zag ik pas hoe het er werkelijk aan toe ging. Ik had bij Ahold een glansrijke carrière en een goed salaris, maar ik stapte eruit.” Binnen Ahold zou hij het nooit voor elkaar krijgen iets te veranderen, dacht hij. Na twee jaar van voorbereiding en contacten leggen opende Bolle begin 2008 de eerste Marqt aan de Overtoom in Amsterdam. In de zomer van dat jaar volgde een filiaal in Haarlem. Het bedrijf zit voorlopig vast aan Amsterdam en omgeving, vanwege „de logistieke puzzel” die het werken met voornamelijk streekproducten oplevert. Bolle wil daar dit jaar nog enkele winkels openen. Vanaf volgend jaar wil hij verder het land in. Volgens Bolle is er in heel Nederland uiteindelijk ruimte voor 60 vestigingen.

Voor de expansie heeft Marqt een lening gekregen van de Triodos Bank. Ook de investeerders van het eerste uur, vermogende particulieren die Bolle in 2006 wist te interesseren en die hij niet bij naam wil noemen, wilden meegroeien. „Zij wilden behalve en financieel rendement ook een sociaal rendement op hun investeringen”, aldus Bolle.

Marqt is niet per sé een natuurvoedingswinkel. „Wij vinden dat het gaat om lekker, biologisch is daarbij een gegeven, maar niet een noodzakelijke voorwaarde”, zegt Bolle. Hij vertelt dat hij een blinde boer en zijn zoon uit Drenthe op zijn kantoor op bezoek kreeg. Ze hadden gehoord van Marqt en wilden dolgraag meedoen. „Ze teelden prachtige groenten volgens oude methoden, maar hadden geen geld voor het EKO-keurmerk. Maar het gaat mij niet om het keurmerk. Ik heb de producten van deze boeren liever dan producten van iemand die tegen de grenzen van het toelaatbare van het keurmerk werkt. Hun groenten liggen nu hier in de winkel.”

De ondernemer haalt zijn schouders op bij de opmerking dat reguliere supermarkten ook steeds duurzamer worden. „Dat zijn niet meer dan speldenprikjes. Ik vind het niet geloofwaardig als je één ding doet, maar het andere laat liggen.” Ethiek kost geld, zegt Bolle, en daarom kost het bedrijven zoveel moeite echt duurzaam te worden. „We hebben nu diverse zeepbellen gehad, moeten we nu lijdzaam wachten tot de volgende uiteenspat? We moeten elkaar aanspreken op verduurzaming, en kritisch naar onszelf zijn.”