EU Hof: Google heeft geen toestemming nodig voor merknamen als zoekwoorden

vuitton_google2Merkhouders zijn er niet in geslaagd de positie van Google op internet via het merkenrecht in te perken. Het Hof van Justitie van de Europese Unie bepaalde dinsdag dat zoekmachines als Google voor het gebruik van merknamen als zoekwoorden geen toestemming nodig hebben van de merkhouders. Lees hier het arrest.

Drie Franse fabrikanten van bekende merkartikelen - Vuitton (luxeartikelen), Viaticum (reizen) en Thonet (relatiebemiddeling) - wilden verhinderen dat hun concurrenten (soms ook producenten van namaakartikelen) advertenties plaatsen op internetsites die verschijnen als hun merknamen op de zoekmachine van Google worden ingetikt.

De drie Franse firma’s waren naar de Franse rechter gestapt, die de kwestie voorlegde aan het EU-hof in Luxemburg. Daar vingen ze dinsdag bot: het gebruik van hun beschermde merknamen als zoekwoorden vormt als zodanig geen inbreuk op hun merkenrecht. De uitspraak geldt ook voor soortgelijke zoekmachines van andere exploitanten, zoals Microsoft en Yahoo!

Merkhouders in verschillende Europese landen - België, Duitsland, Italië, Nederland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk - hebben eerder geprobeerd het gebruik van hun merknamen als zoekwoorden in cyberspace te beteugelen. Telkens was de uitkomst dat dit gebruik in beginsel rechtmatig is.

De zaak van de drie Franse fabrikanten is de eerste die bij de hoogste Europese rechter belandde. Nu het Europees Hof Google in het gelijk heeft gesteld, lijkt de poging van de merkhouders om de omvang van hun merkenrechtelijke bescherming uit te breiden tot zoekmachines definitief mislukt. Alleen als de zoekmachine-exploitant in zijn rol als dienstverlener “niet neutraal” opereert, zou de merkhouder hem (mede-)aansprakelijk kunnen stellen voor merkinbreuk. Maar dat was in deze zaak niet aan de orde.

Het Hof wijst erop dat merkhouders die advertenties van concurrenten willen weren bij de presentatie van de resultaten van zoekacties op hun merknaam, meer kans maken als zij zich rechtstreeks op deze adverteerders richten. Als hun reclameboodschappen “verwarring” stichten omtrent de herkomst van hun producten of diensten en zo afbreuk doen aan merkartikelen, kunnen merkhouders aanspraak maken op bescherming. Het is, aldus het Hof,  aan de nationale rechter om van geval tot geval te beoordelen of dit verwarringsgevaar bestaat en welke sanctie bij zulk merkbederf past. Het Hof volgt daarmee het advies van advocaat-generaal Poiares Maduro dat hier is te vinden. Lees hier een analyse van de uitspraak op businessweek van Bloomberg.com

Lees het persbericht over het Adwords arrest hier.

Dit weblog is geheel gewijd aan merkenrecht in Nederland.