Doha toont onmacht vissoorten te behouden

In Qatar wordt de top over bedreigde diersoorten morgen afgesloten zonder akkoord over een verbod op de handel in de bedreigde blauwvintonijn.

Het staat inmiddels bekend als ‘Tunapocalypse Now’, de afwijzing van een verbod op de internationale handel in de bedreigde blauwvintonijn. Op de conventie over de wereldhandel in bedreigde plant- en diersoorten (CITES) in Doha werd geen akkoord bereikt over zo’n verbod. De Atlantische blauwvintonijn blijft daarmee onverminderd beschikbaar voor Japanse sushi.

Deze week trof vijf soorten van de hamerhaai een soortgelijk lot in Doha: ook die komen niet op de zogeheten Appendix I van CITES, de lijst van diersoorten waarin internationale handel verboden is. De vinnen van de bedreigde haaiensoort worden gebruikt in Aziatische soep, terwijl de rest van de vis vaak overboord gaat.

Japan, dat jaarlijks voor honderden miljoenen euro’s aan blauwvintonijn importeert, kwam zo als grote overwinnaar uit de bus in Doha, de hoofdstad van Qatar. Ook Noord-Afrikaanse landen als Libië en Tunesië, waar regimes verdienen aan de handel, zijn tevreden. Grote verliezers zijn de Verenigde Staten en de Europese Unie – hoewel in sommige landen van de EU, zoals Frankrijk, Spanje en Malta, de champagne zal zijn ontkurkt bij de grote tonijnbedrijven.

Welbeschouwd verliest echter iedereen: voor de blauwvintonijn en de betrokken haaisoorten houden wetenschappers nu rekening met uitsterving. De komende jaren voorzien zij een een plotselinge val van de populatie. Zo ging het in de jaren negentig ook met de immense kabeljauwpopulatie voor de Noord-Amerikaanse kust. Zeebiologen en deskundigen waren eensgezind in hun afwijzing.

De blauwvintonijn vormt, evenals de haaiensoorten, maar een fractie van de internationale vishandel. Maar, zo bleek de afgelopen dagen, ook de politiek en de vishandel zelf beginnen ongerust te worden over het onvermogen om de grote vissoorten in de oceanen te behoeden voor uitroeiing. „Dramatisch”, zegt europarlementariër Gerben-Jan Gerbrandy telefonisch vanuit Doha. „Geen enkele grote vissoort die door Europa is aangedragen voor een handelsverbod heeft het hier gered. Bij een boomkikkertje lukt het. Maar zodra de grote commerciële belangen meespelen, legt duurzaamheid het af. Kortetermijnbelangen wegen zwaarder dan het behoud van een diersoort.”

De conferentie in Doha vormde het voorlopig sluitstuk van bijna twee decennia aan pogingen om de blauwvintonijn voor de ondergang te hoeden. Dwergstaat Monaco nam vorig jaar het initiatief om het handelsverbod in Qatar op de agenda te zetten. Verdeeldheid onder EU-landen veroorzaakte echter problemen. Landen als Spanje, Frankrijk, en sinds kort Malta, verzetten zich tegen beperkingen wegens hun grote belangen in de sector.

De gang van zaken binnen de Europese Unie leidde in Qatar tot opmerkelijke taferelen. Na een aangenomen motie van het Europese parlement om in Doha aan te sturen op een handelsverbod, leek de Europese Commissie minder verdeeld. Samen met de VS leek er een belangrijk machtsblok te bestaan voor het handelsverbod.

Maar in Doha liep het dramatisch anders. In Europese kring hield het gekibbel aan voordat een moeizaam compromis werd bereikt. Het oorspronkelijke voorstel van Monaco werd daarbij uitgekleed met een reeks beperkende voorwaarden. Japan, in Doha aanwezig met een zware delegatie van vele tientallen vertegenwoordigers, stak ondertussen al zijn energie in het lobbyen tegen het handelsverbod. „Japan ging de hele wereld rond met grote zakken geld. Europa was vooral met zichzelf bezig”, vat Gerbrandy het Japanse lobby-offensief samen.

Ook Libië verzette zich fel tegen een verbod. Volgens de afgevaardigde van het land van kolonel Gadaffi, wiens familie zelf handelt in blauwvintonijn, was er sprake van een samenzwering tegen de ontwikkelingslanden, en waren de wetenschappelijke rapporten over de bedreigde tonijn leugens.

Zo is in Doha geen enkel serieus debat over de tonijn gevoerd, zegt de internationale visserijadviseur en tonijndeskundige Roberto Mielgo. „Iedereen met enig verstand van zaken weet dat het argument van Libië van een samenzwering tegen de ontwikkelingslanden onzin is. Ontwikkelingslanden worden niet benadeeld door een internationaal handelsverbod. Het gaat hier om het behoud van een collectieve voorraad vis die onder onze neus wordt weggeroofd.”

Daarmee lijkt bovenal de onmacht bevestigd van het internationale overleg over een duurzaam beheer van de visserij en het voorkomen van het leegvissen van de oceanen. „We stevenen met z’n allen af op een ramp. Wat nu met de blauwvintonijn gebeurt kan ook bij andere tonijn- en vissoorten gaan gebeuren”, zegt Henk Brus van Atuna, het internationale bureau voor handel en informatie over tonijn. Volgens Brus zijn de minder bedreigde soorten tonijn als de geelvin- en de grootoogtonijn op den duur de volgende kandidaten voor overbevissing. Zelfs de voorraad gestreepte tonijn (skipjack en bonito), die nu meer dan de helft van de wereldtonijnvangst beslaat, zou onder druk kunnen komen.

Visserij en handel kunnen alleen duurzaam voortbestaan als het beheer functioneert, aldus Brus. Als lichtpuntje van de uitkomst van ‘Doha’ ziet hij dat deze kwestie nu meer dan ooit op het bord ligt van regionale beheerorganisaties als de ICCAT, die zich buigt over de Atlantische blauwvintonijn. „Alle ogen zijn nu gericht op het besluit dat ICCAT in november zal nemen. Nu de Europese Unie zich voorstander heeft verklaard van een internationaal handelsverbod, kunnen ze binnen de ICCAT moeilijk terugkrabbelen”, aldus Brus. Met een nieuwe duurzame aanpak zou de ICCAT volgens hem de leiding kunnen nemen, als voorbeeld voor andere regionale visorganisaties.

Anderen delen dit optimisme niet. „Het is voorbij met de blauwvintonijn”, zegt tonijndeskundige Mielgo. Hij acht het uitgesloten dat de ICCAT alsnog de ondergang kan voorkomen. Zelfs als ICCAT zou besluiten tot een moratorium op tonijnvangst, dan nog kan een land als Libië hiertegen bezwaar aantekenen en het besluit naast zich neerleggen. Alleen zware politieke druk en sancties zouden dan nog een oplossing bieden. En daarvoor lijkt geen brede steun te vinden.