Democratisch fatsoen

Het Westen ziet er meestal niet tegenop om anderen te corrigeren als de democratische moraal in het geding is. Soms trekt het zelfs ten strijde om het beginsel van de rechtsstaat in den vreemde te verspreiden. Om verscheidene redenen is democratie immers superieur aan dictatuur.

Een van de westerse politici die in de afgelopen tien jaar nauw betrokken zijn geweest bij de praktische vertaling van deze ideële opvatting, is de Britse parlementariër Geoff Hoon van de Labour Party. Hoon was van 1999 tot medio 2005 minister van Defensie in de regering van Tony Blair. In die rol heeft hij de verantwoordelijkheid genomen voor de militaire bevrijdingsinterventies in zowel Afghanistan (2001) als Irak (2003). Hoon is nu lid van het Lagerhuis. Net als Patricia Hewitt en Stephen Byers, beiden ook voormalige ministers op hoge posten voor Labour. Dit trio maakte, kortom, deel uit van een regering die democratische moraliteit hoog in het vaandel had staan.

Het blijkt een dun vernislaagje te zijn geweest. Een Britse televisiezender heeft de persoonlijke moraal van de drie ontmaskerd. Channel 4 onthulde dat Hoon, Hewitt en Byers geld vragen voor lobbywerk in het Lagerhuis. Byers noemde zichzelf een taxichauffeur die op bestelling te huur is. Hoon zei voor de verborgen camera dat hij zijn kennis en contacten in de wereld nu wel eens wilde omzetten in geld.

De drie zijn geschorst door Labour dat, nu de verkiezingen in aantocht zijn, opmerkelijk genoeg zo stijgt in de peilingen dat een Conservatieve regering niet meer vanzelfsprekend is.

Toryleider David Cameron sprak uiteraard schande van het gedrag van de drie. Maar hij gaf impliciet toe zelf ook niet te kunnen instaan voor zijn eigen partijgenoten en waarschuwde ze dus op voorhand.

Die vrees van Cameron is begrijpelijk. De gevoeligheid van Britse parlementariërs voor gunsten wordt ook door het electorale systeem bevorderd. In een districtenstelsel, waarin kiezer en gekozene dicht op elkaar staan, verlenen politici concrete diensten aan de burgers. Volksvertegenwoordigers houden daarom spreekuur. Dat daarbij handel wordt gedreven, ligt voor de hand. De Britse politiek is vergeven van dit soort voor-wat-hoort-wat. Dat partijen zich van oudsher openlijk verbinden met belangengroepen – Labour is opgericht als politieke arm van de vakbonden – versterkt dat.

Maar Hoon, Hewitt en Byers hebben nu toch de laatste grenzen van de politieke onkreukbaarheid overschreden. De schade die ze daarmee aanrichten, overstijgt ook de Labour Party. Ze hebben de borreltafel in de kaart gespeeld. Daar wordt al sinds jaar en dag gezegd dat politici zakkenvullers zijn. Probeer die anti-democratische dooddoener maar eens te ontkennen, met ‘taxichauffeur’ Byers, lid van de moeder van alle parlementen in de wereld, in het achterhoofd.

Toch moeten democratische politici dat blijven doen. Wie zich erbij neerlegt dat parlementariërs worden gedreven door materialistisch egoïsme, ondergraaft de democratische moraal waarop het Westen in den vreemde zo prat gaat.