De ene kreeft is de andere niet

Morgen begint op de Oosterschelde het kreeftenseizoen.

Sjoemelen met vis is van alle tijden, maar het blijft gesjoemel.

Morgen zal een kleine vloot met ingescheepte bobo’s op de Oosterschelde het kreeftenseizoen openen. De Oosterscheldekreeft geldt als kroonjuweel van de provinciale streekproducten. Alom geprezen, zoals door de mondiaal actieve Slow Food-beweging. De kreeften gaan gedurende het seizoen van veertien weken weer veel geld in het Zeeuwse laatje brengen.

Maar de prijzige Oosterscheldekreeft, die twee decennia terug nog erg schaars was, heeft een probleem. Wat de consument nog niet weet, is dat hij soms een echte Zeeuwse kreeft eet, en soms ook een fake. „Als de consument doorkrijgt dat hij wordt bedonderd, dan voorzie ik een ramp”, meent Robert Zonnevylle, oud-voorzitter van de Stichting Promotie Oosterscheldekreeft „met een omvang van het Oostenrijkse wijnschandaal”.

Wat is er aan de hand? Het succes van de Oosterschelde kreeft heeft kapers naar de Zeeuwse kust gelokt. Volgens Zonnevylle vliegen slimme handelaren vanuit Canada en andere goedkope kreeftenlanden levende exemplaren in. Zij laten die dieren vervolgens een tijdje in Zeeuws zeewater ‘verwateren’. Ze stoppen de kreeften in een soort betonnen bakken in zee. Om ze vervolgens te verkopen als Zeeuwse kreeft. Dat scheelt al snel een tientje de kilo.

Na het verwateren door grotere ondernemingen in Yerseke, nemen ‘kreeftenmannetjes’, zoals Zonnevylle ze noemt, een deel van de distributie van de delicatesse over. Zeeuwse kreeften duiken op in restaurants, op de markt en in viswinkels. „Dáár ontbreekt de controle. Dáár zit het lek. Ik zie iedere dag een restaurant dat ‘Zeeuwse kreeft’ verkoopt, buiten het seizoen.”

Sjoemelen met vis is van alle tijden. In Engeland wordt de gewone hondshaai verkocht als het duurdere rock-salmon, Nederlandse visdetaillisten verkopen bijvangsthaai niet zelden als ‘zeepaling’. Afgelopen zomer bracht een Brits warenonderzoek aan het licht dat de fish & chips-winkels massaal vlees van de Aziatische meerval, pangasius, verkopen in plaats van de geadverteerde kabeljauw. En toen de auteur van dit verhaal beroepsvissers aan het Volkerak-Zoommeer vroeg naar de bestemming van kratten met bot, verklaarden ze met een knipoog: „Ken je die tongrolletjes in garnalensaus?”

Van alle tijden, maar daarom niet minder gesjoemel. Het lijkt een duidelijke zaak: andere kreeft ‘Zeeuws’ noemen, is bedrog. Maar zo eenvoudig ligt het ook weer niet. Navraag bij de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) leert dat die de ‘Zeeuwse’ kreeft helemaal niet erkent. „Wij maken slechts onderscheid tussen drie soorten kreeften: de Canadese, de Europese en de Noorse”, zegt een VWA-woordvoerder. „Een Canadese kreeft mag na verwatering in Europees water nooit Europese kreeft gaan heten.”

Hoewel Zonnevylles stichting in een laboratorium liet aantonen dat genetisch onderscheid bestaat tussen de Oosterscheldekreeft en andere kreeften, meent de VWA: „Die ondersoort bestaat officieel helemaal niet.” De toevoeging ‘Zeeuws’ is daarmee net zo gratuit en onbeschermd als ‘ambachtelijk’ of ‘naar grootmoeders recept’. Dat kreeften in groten getale ook in het Veerse Meer en Grevelingen voorkomen, vergroot de naamsverwarring nog.

Vorig jaar besliste een rechter dat een ander zilt paradepaard, mosselen, ook best het predicaat ‘Zeeuws’ mochten krijgen, ook al werden ze in Denemarken gekweekt, gevangen, verpakt en naar Belgische Lidl’s verscheept. ‘Zeeuws’, redeneerde de rechter, hoeft niet iets met Zeeland te maken te hebben.

Nu kan terecht worden tegengeworpen dat, zoals wel in het geval van de bot en de tong, geen knollen voor citroenen worden verkocht: Canadese kreeft is immers óók kreeft – en dus ook exquise voedsel. Bovendien hoef je geen schaaldierdeskundige te zijn om het verschil te kunnen zien tussen gewone kreeft en de Zeeuwse variant. De Oosterscheldekreeft is staalblauw, Canadese importkreeften zijn groenig.

In de promotiepraat over de Zeeuwse geleedpotige is vaak sprake van „Rolls-Royce onder de kreeften”, maar smaakdeskundige en oprichter van de Academie voor Gastronomie Peter Klosse, is minder uitgesproken. „Leg een Oosterscheldekreeft en een Canadese kreeft naast elkaar en je ziet een duidelijk verschil in structuur van het vlees. Een Oosterscheldekreeft is zeker fijner en subtieler van smaak. Maar die subtiliteiten gaan snel verloren als ze op het bord de strijd moeten aangaan met allerhande andere sterke smaken.”

Toch is dat lastig traceerbare smaakverschil volgens Zonnevylle niet waar het hier om gaat: „Ik durf de stelling aan, dat wij Nederland met de publiciteit rond de Oosterscheldekreeft naar een hoger culinair plan hebben gebracht. Die heeft ervoor gezorgd dat veel buitenlandse culinaire pers komt kijken. Bovendien: de paling is bijna uitgestorven en de kreeft is daarvoor in de plaats gekomen.” En dat dreigt bij publieke perceptie van bedrog allemaal in duigen te vallen.

Dat de ‘kreeftenmannetjes’ aan de haal gaan met het verkoopsucces van de Zeeuwse kreeft is dus lastig tegen te gaan. Maar wat moet er dán gebeuren? „De naam van zowel de Oosterscheldekreeft als die van Zeeuwse kreeft moet worden beschermd. Dan weet de consument zeker wat hij op zijn bord krijgt. Importkreeften zouden gewoon nimmer Zeeuwse kreeft mogen heten.” Zo’n naamsbescherming zou, aldus Zonnevylle, kracht kunnen worden bijgezet met een certificaat van de Marine Stewardship Council (MSC). Wie een ‘gepatenteerde’ Zeeuwse kreeft op zijn bord krijgt, zou dan zeker weten dat het dier milieuvriendelijk en duurzaam is opgegroeid en gevangen. In de Oosterschelde, het Veerse Meer of de Grevelingen.