Compensatie verzekeraars voor woekerpensioenen

Ongeveer 100.000 deelnemers aan de zogenoemde beleggingspensioenen krijgen van de pensioenverzekeraars in totaal 200 miljoen euro terug aan te veel betaalde kosten. Dat heeft het Verbond van Verzekeraars gisteren bekendgemaakt.

De compensatie is gebaseerd op een nieuwe kostennorm die het Verbond samen met de Stichting van de Arbeid heeft opgesteld. De Nederlandse pensioenverzekeraars onderschrijven de nieuwe norm. Door de regeling bouwen deelnemers aan beleggingspensioenen op termijn 600 miljoen euro meer pensioen op dan in de oude situatie.

Beleggingspensioenen, ook bekend als woekerpensioenen, waren in de jaren negentig in opkomst. Deelnemers, met name in het midden- en kleinbedrijf, konden zelf bepalen wat zij met hun pensioenpremie zouden doen. Zij konden er een pensioenuitkering voor kopen, een verzekering afsluiten van een gegarandeerd kapitaal of de premie kon belegd worden tot aan de pensioendatum. Met name die laatste categorie deelnemers raakte bij beurscrashes veel geld kwijt, terwijl kosten voor tussenpersonen, beleggingskosten en kosten voor de verzekeraar zwaar op de premies drukten. De exacte kosten waren bij afsluiting van de regeling vaak niet bekend. 745.000 deelnemers sloten zo’n 1,5 miljoen polissen af. Ongeveer 15 procent komt voor correctie in aanmerking.

De woekerpensioenen vertonen veel overeenkomsten met woekerpolissen bij beleggingshypotheken. Ook daar is inmiddels een regeling getroffen die slachtoffers deels compenseert voor te veel gemaakte kosten.

De nieuwe norm voor beleggingspensioenen bepaalt nu dat de kosten voor bestaande contracten maximaal 1,5 procent van het belegd vermogen en 9,5 procent van de premie mogen zijn. Vanaf begin dit jaar krijgen deelnemers aan een beleggingspensioen ook een gedetailleerd overzicht van kosten, risicopremies en beleggingsresultaat.

Aegon, dat naar eigen zeggen de afgelopen jaren al veel contracten in positieve zin heeft aangepast, zet 13 miljoen euro opzij voor „enkele duizenden polissen”. Delta Lloyd (zo’n 4.000 polissen) reserveert 40 miljoen euro, SNS (ruim 30.000 polissen) 25 miljoen en Nationale Nederlanden (enkele tienduizenden polissen) 50 miljoen.