Centralebankier Servië afgetreden

De gouverneur van de Servische centrale bank Radovan Jelasic (42) is gisteren onverwacht afgetreden. Zijn besluit komt op een moment dat de financiën van het land onder grote druk staan. De afgelopen maanden is de koers van de dinar ten opzichte van de euro aanzienlijk verslechterd. Een euro kost nu 99,7 dinar. Afgelopen zomer was dat nog 76 dinar.

Servische ondernemers en een deel van de regering geven Jelasic hiervan de schuld. Ze willen dat meer geld wordt uitgetrokken om de eigen munt te steunen. Jelasic wijst echter op structurele zwakheden in de Servische economie en tegenvallende consumentenbestedingen. De afgelopen maanden is in Servië veel gestaakt, meestal voor loonsverhoging bij nutsbedrijven of door werknemers van geprivatiseerde ondernemingen die al maanden geen salaris hebben gehad.

Op een persconferentie zei de gouverneur dat zijn vertrek om „persoonlijke redenen” is. „Er was geen politieke druk.” Jelasic pleitte de aflopen tijd nadrukkelijk voor het beperken van de uitgaven, terwijl de regering onder zware binnenlandse druk staat om meer te spenderen.

Jelasic, gouverneur van de bank sinds maart 2004, is de spil in de communicatie tussen Servië en het IMF, dat Servië steunt met een krediet van 3 miljard euro om de gevolgen van de economische crisis op te vangen. Zijn grootste verdienste is het onder controle brengen van de inflatie. In Servië zijn de herinneringen aan hyperinflatie tijdens het uiteenvallen van Joegoslavië, de economische sancties en de NAVO-bombardementen in 1999 nog vers.

Velen zetten hun salaris om in euro’s uit angst voor inflatie. Grote betalingen gaan in euro's. De koersdaling ten opzichte van de euro zorgt voor veel onrust.