Beveiligen kun je prima thuis leren

In Nederland volgen circa 300.000 volwassenen een opleiding op afstand.

Ze studeren voor kapper, psycholoog, beveiliger of leraar. Maar er zijn nadelen.

Tim Sparidans (30) werkt overdag als docent met gedragsgestoorde en moeilijk lerende jongeren op een ROC. Als hij thuis komt, gaat hij zitten blokken voor zijn studie toegepaste psychologie bij het Nederlands Talen Instituut (NTI). Drie avonden per week, twee uur per avond en in het weekeinde. „Iedereen denkt dat zo’n thuisstudie niets voorstelt, maar je moet er echt wel wat voor doen.”

Volgens cijfers van het ministerie van Onderwijs volgde in Nederland één op de zes personen tussen de 24 en 64 jaar in 2008 enige vorm van scholing. Naast de bijscholing en cursussen die bedrijven of de overheid aanbieden, volgt een toenemend aantal volwassenen een thuisstudie.

Precieze cijfers zijn niet bekend, maar in Nederland volgen naar schatting 300.000 leerlingen zo’n ‘studie op afstand’. Dat blijkt uit een rondgang langs de grotere aanbieders van afstandsonderwijs. De Leidse Onderwijsinstelling (LOI) en het Nederlandse Talen Instituut (NTI) zijn marktleiders met in totaal ongeveer 200.000 leerlingen.

De meeste instituten hebben sinds de crisis te maken met een stijgend aantal leerlingen. De inschrijvingen voor middelbaar en hoger beroepsonderwijs (mbo en hbo) stegen bijvoorbeeld bij het NTI de afgelopen twee jaar met zo’n 10 procent per jaar.

Ook de Nederlandse Handels Academie (NHA), die naar eigen zeggen enkele tienduizenden leerlingen onderwijst, merkt de invloed van de economische crisis. De NHA ziet steeds meer personen een diplomaopleiding volgen om de positie op de arbeidersmarkt te verbeteren. Mbo-kinderopvang is in trek, terwijl bijna niemand zich meer aanmeldt voor de makelaarsopleiding.

„Mensen zijn op zoek naar direct toepasbare praktische opleidingen”, zegt Robert Meijn, marketingmanager van het NTI. „Ook steeds meer mensen van lagere sociale klassen melden zich aan, om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.” Bij het NTI is van de mbo-studies vooral de opleiding tot beveiliger in trek. Voor de hbo-studies geldt dat voor toegepaste psychologie.

De LOI constateert vooral veel vraag naar de lerarenopleiding en de opleidingen voor de zorg sinds begin vorig jaar. Volgens Jan Jelle Bouma van het LOI waren dit voornamelijk switchers en mensen die wilden profiteren van de positieve arbeidsmarktontwikkelingen in de zorg.

De kosten zijn relatief laag. Een volledige mbo-studie kost bij de LOI gemiddeld zo’n 1.600 euro, bij het NTI is dit gemiddeld 200 euro duurder. Het LOI biedt ook duurdere studies aan, van tegen de 5.000 euro. In de meeste gevallen betaalt de werkgever de opleiding, of anders een gedeelte.

Los van de particuliere instellingen, stimuleert de overheid het volwassenenonderwijs. Ook de Europese Unie investeert tussen 2007 en 2013 circa 280 miljoen euro in volwassenenonderwijs. Voor Nederland betekent dit jaarlijks 1 miljoen euro.

Lex Borghans, hoogleraar arbeidsmarkteconomie en sociaal beleid aan de Universiteit Maastricht, vindt het raar dat het regeringsbeleid gericht is op zoveel mogelijk volwassenenonderwijs. „Als het onderwijs voor kinderen en tieners goed is, is volwasseneneducatie veel minder nodig.”

In een reactie noemt staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) het initiële onderwijs in de huidige arbeidsmarkt slechts „een startpunt”. Volgens Van Bijsterveldt bezitten veel volwassenen niet de gewenste diploma’s en willen ze deze later toch nog halen.

Toch is het aantal volwassen afstandsstudenten gezien de ambities van de overheid relatief laag, legt Borghans uit. Dit is volgens hem mede te wijten aan het gebrek aan overzicht op internet. „Als de overheid het zo belangrijk vindt, moeten ze het veel transparanter maken.” Op internet zijn weliswaar de instellingen te vinden die afstandsonderwijs verzorgen, maar een site met het volledige aanbod is niet beschikbaar.

Sparidans struikelde twee jaar geleden ook over dit probleem. „Door te googlen kom je in eerste instantie bij de bekende aanbieders, zoals de LOI en de Open Universiteit (OU). Maar een duidelijk overzicht bestaat er niet.”

Een probleem van de afstandsstudie is het gebrek aan contact. „Kennelijk hebben de mensen toch de behoefte bij elkaar te komen en een docent te zien”, zegt Borghans.

En dit contact is bij afstandsstudies vaak niet verplicht. Naast complete studies bieden de afstandsinstellingen ook korte cursussen aan. Onderwijsinstituut Studieplan, dat zich volledig op de verkoop hiervan richt, stuurt alleen een boek, cd-rom of dvd op. Met de thuisgestuurde informatie kan men zichzelf onderwijzen, bijvoorbeeld op gebied van haarknippen, yoga of in kinderpsychologie.

Sparidans koos uiteindelijk voor toegepaste psychologie, een studie die deels ook fysieke aanwezigheid vereist. „We moeten een aantal zaterdagen per jaar van ’s ochtends negen tot ’s middags vijf uur ouderwets in de collegebanken zitten. Dat is toch wel een goede stok achter de deur.”