Agent Wahdi durft weer thuis te slapen

Hoe is het leven in Irak, zeven jaar na het begin van de oorlog? Er is een nieuw parlement, de Amerikaanse troepen zijn uit de straat verdwenen. Bagdad door de ogen van een politieagent.

Wat er ook gebeurt, ze zullen eerst langs hem moeten, agent Mohammed Abdullah Wahdi, 36, vader van acht kinderen, poortwachter bij het ministerie van Olie in Bagdad. Kanonnenvoer. Alle wegen rond dit eigentijdse fort van gepantserde wachttorens, dit labyrint van betonnen muren, blast walls tegen de bommen, leiden naar hem. Hij houdt de auto’s tegen, doorzoekt, bepaalt met een korte wenk wie naar binnen gaat. Ministers, diplomaten, oliebaronnen. Het nieuwe Irak gaat door zijn handen.

Ruim veertien dagen na de parlementsverkiezingen en minder dan een half jaar voor de terugtrekking van de Amerikaanse gevechtstroepen is dit zijn perspectief op het land. Veiliger dan ooit in de afgelopen zeven jaar, politiek instabiel en door en door corrupt. „Ik zie wie hier de oliecontracten binnenslepen”, zegt Wahdi. „De Chinezen zijn de winnaars, de Turken timmeren aan de weg. De Amerikanen hebben nu zeven contracten, waarvan drie voor het bedrijf van de vertrekkend ambassadeur. Ik zie het allemaal voor mijn ogen gebeuren.”

Wahdi staat tenslotte op wacht bij het ministerie van Hebberigheid, zoals het ministerie van Olie op straat nog altijd heet: Wazaret al-Lafad, het enige departement dat de Amerikanen bewaakten toen Bagdad werd geplunderd na de val van Saddam Hussein. Het staat buiten de zwaarbeveiligde Groene Zone.

De Amerikanen zie je niet meer in de straten. De tanks en soldaten komen nauwelijks nog van de legerbasis bij het vliegveld, Camp Victory, waar eind augustus de uittocht begint. Je ziet soldaten hooguit nog overkomen in hun reusachtige gevechtshelikopters, of de diplomaten die door de stad rijden in hun geblindeerde Chevrolets.

De veiligheid van Irak is nu in handen van Irakezen als Mohammed Abdullah Wahdi. Deze week kreeg hij zijn certificaat na alweer een training op de politieacademie. Hij leerde te werken met het laatste snufje voor bommenspeurders, waarmee Irakezen nu alle wegversperringen in de stad bemannen. De ADE651 is een pistool met een antenne, die als een spitsroede uit moet slaan als er explosieve stoffen als Semtex of C4 in de buurt zijn. Zeker de helft van de pistolen, verkocht door een Brits bedrijf, werkt niet. Het was een schandaal van formaat toen het eerder dit jaar uitkwam. Agent Wahdi zweert nog altijd bij het apparaat: „Hij doet het, ik heb het zelf gezien.” Veiligheid in deze stad is wat je gelooft.

Neem het beroep van agent, in wiens handen een groot deel van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid nu ligt. Dat beroep is te koop, en agent Wahdi weet voor hoeveel. „2.000 dollar, en je bent binnen. Met de garantie dat je het geld terugkrijgt als je niet door de keuring komt.” Een westerling noemt dat misschien corruptie, maar agent Wahdi ziet het als vooruitgang. „Toen ik zes jaar terug agent werd, verklaarde iedereen me voor gek. Het was het gevaarlijkste beroep ter wereld. Dat is veranderd. Nu willen mensen zelfs betalen voor zo’n baan.”

Agent Wahdi woont in Sadr City, thuisbasis van de radicale shi’itische geestelijke Muqtada Sadr. Zijn milities, het Leger van de Mahdi, maar ook andere extremisten joegen op dienders als agent Wahdi. Ze waren het symbool van de vooruitgang, die gestopt moest worden. „Ik kwam nooit thuis, sliep op het politiebureau. Hooguit een keer per maand sloop ik naar binnen om mijn vrouw en kinderen geld toe te stoppen. Ik durfde zelfs mijn kleren niet thuis te wassen. Stel je voor dat iemand mijn uniform aan de waslijn zag hangen. Dan waren we er geweest.”

Vervolg Irak: pagina 5

‘Samenwerken is de enige optie in Irak’

Vlak na de val van Saddam Hussein in 2003 was de politie zelf instrument in de sektarische oorlog tussen sunnieten en shi’ieten. De wapens van de staat werden gebruikt in een reeks van executies, de slachtoffers droegen soms de handboeien nog. „Agenten zijn ook mensen van vlees en bloed, met angsten, vol liefde en vol haat”, zegt agent Wahdi. „Soms verlinkten we elkaar. Als een groep sunnitische collega’s op weg was naar een bepaalde wijk, gaven andere collega’s dit door aan terreurgroepen om ze af te maken. Maar die tijden zijn voorbij. Nu patrouilleren we zij aan zij, sunnieten, shi’ieten.”

Het Iraakse leger won de controle terug over Sadr-city. Duizenden extremisten werden opgepakt. Agent Wahdi woont weer bij vrouw en kinderen. En een keer in de week hangt zijn uniform buiten te drogen aan de waslijn.

Stroom is nog altijd een probleem in Sadr-city, waar net als in vele wijken in Bagdad elektriciteitsdraden als spaghetti voor de gevels van de huizen lopen. Het is vier tegen een, grapt hij. Vier uur geen elektriciteit, dan een uurtje wel, dan weer vier uur niks. Voor 50.000 dinar [32 euro, red.] koop je nu 5 ampère, waar een koelkast, een ventilator en een lamp gezamenlijk op kunnen draaien. Vijf kinderen gaan naar school, drie zijn nog te jong. Docenten keren terug naar Bagdad, nadat ze in de jaren 2005 tot 2007 massaal werden bedreigd, ontvoerd en vermoord.

Irak is nog lang niet klaar, beaamt agent Wahdi. De komende maanden zijn cruciaal. Noch de zittende shi’itische premier Nouri al-Maliki, noch de voormalige premier Iyad Allawi, een shi’iet die samenwerkt met sunnitische politici, heeft genoeg stemmen weten te winnen om zelfstandig te regeren. Er moeten coalities gesmeed worden. Misschien zelfs wel met Muqtada Sadr. Agent Wahdi hoopt dat premier Maliki opnieuw de leiding krijgt. Dat Irak nu aanzienlijk veiliger is dan jaren geleden, dankt het land aan hem, zegt hij, zelf een gelovige shi’iet. De mortiergranaten die op verkiezingsdag over de stemlokalen vlogen, waren wat hem betreft het bewijs dat de vijanden van dat beleid de vijanden van Irak zijn. „We moeten weer gaan samenwerken, anders is er geen andere optie dan conflict.” Maar ook als dat zou gebeuren, zal agent Wahdi er staan, voor de poorten van het ministerie van Olie.