Woorden, woorden, woorden. Maar waar zijn de daden?

Nicolas Sarkozy wilde leider van Frankrijk, Europa, nee, de héle wereld worden.

Nu zeggen de Franse kiezers: hij is toch meer politicus dan staatsman.

Je zit in de trein en moet antwoorden zonder nadenken. Wie zijn de Europese leiders van het moment? Nou...?

Goed, je noemt Angela Merkel, dat is één. Brown ook, Berlusconi misschien, en natuurlijk Nicolas Sarkozy. De Franse president, de drukke baas met de grote geldingsdrang, die vergeet niemand toch?

Nu nog eens meteen antwoorden. Waarmee waren de Europese leiders recent in het nieuws? Merkel: de Griekse financiële crisis. Berlusconi: thuis in opspraak. En hoe zat het ook alweer met Nicolas Sarkozy?

Eh, waren er geen geruchten over buitenechtelijke escapades van de president en zijn eega Carla Bruni? Ja, die waren er. „Dacht u nu echt dat ik daar als president van een belangrijk land maar een seconde tijd voor had”, mopperde Sarkozy onlangs op bezoek bij premier Brown in Londen.

Maar waarom horen we eigenlijk zo weinig van hem over Griekenland? Was hij vorig jaar bij de klimaattop ook al niet onopvallend? Kortom, waar is de Europese leider Nicolas Sarkozy gebleven?

Antwoord: hij heeft problemen thuis. Niet in zijn huwelijk, die geruchten bleken door een balorige twitteraar verzonnen. Zijn echte problemen zijn minder sexy, maar des te serieuzer. Bijna drie jaar na zijn verkiezing zijn de Fransen op hem uitgekeken. Peilingen geven dat al maanden aan, en dit weekeinde kwam de bevestiging bij de regionale verkiezingen. Regeringspartij UMP haalde een historisch laag percentage stemmen: 36 procent. Links haalde 23 van de 26 regio’s binnen, met het hoogste percentage stemmen sinds de verkiezingsoverwinning van François Mitterrand in 1981, bijna dertig jaar geleden (54 procent).

Bij de UMP begint men zich langzamerhand vragen te stellen: kan Sarkozy in 2012 nog wel herkozen worden? Verscheidene kopstukken in zijn partij, onder wie de ex-premiers Jean-Pierre Raffarin en Alain Juppé, hebben al voorzichtig gesuggereerd dat Sarkozy wel eens een een-termijn-president zou kunnen worden.

Dat is een verrassende ontwikkeling voor een president die de eerste jaren van zijn vijfjarige mandaat zoveel indruk maakte als energieke voorganger, dat zelfs zijn tegenstanders ervan uitgingen dat „we zeker tien jaar aan Sarkozy vastzitten”.

Sarkozy was er tot voor kort meester in altijd het politieke initiatief te houden. Anders dan zijn voorgangers Mitterrand en Chirac voert Sarkozy nadrukkelijk de politieke actie van zijn regering aan. Hij reist voortdurend het land door, belooft hier noodlijdende bedrijven overeind te houden, kondigt daar wetten aan na weer een gewelddadig incident. Hij houdt vol een hervormingspresident te zijn, terwijl hij tegelijk de Fransen gerust wil stellen dat de staat hen uit de economische crisis zal leiden. De Fransen stellen dat op prijs, zegt Sarkozy: „ze willen voelen dat er een kapitein op het schip is”.

Europees is hij ook vooral door dergelijke bravoure opgevallen: altijd de weg willen wijzen. Met de financiële crisis in 2008 was Sarkozy in topvorm. Hij was juist voorzitter van de raad van de Europese Unie en genoot ervan de Europese regeringsleiders op zijn Elyséepaleis uit te nodigen voor snel en gecoördineerd ingrijpen. Achteraf kreeg hij er lof voor. Hij presenteerde zich als voorvechter van mensenrechten, die Rusland tot de orde zou roepen. Ook richtte hij een Mediterrane Unie op, waarin alle landen rond de Middellandse Zee met Europa moesten gaan samenwerken.

Anderhalf jaar later overheerst teleurstelling. De Mediterrane Unie: een slepende mislukking. Mensenrechten: Sarkozy heeft de zaak verraden, meent André Glucksmann, een Franse intellectueel en activist die Sarkozy’s voornaamste steunpilaar op dit gebied was.

Idem voor de economische coördinatie in Europa: nu het erop aankomt hoe de EU tegenover Griekenland optreedt, heeft Sarkozy geen antwoord op Duitse suggesties zoals de instelling van een Europees monetair fonds. Hij is wel tegen een interventie van het IMF, dat geleid wordt door een mogelijke rivaal bij de Franse presidentsverkiezingen, de sociaal-democraat Dominique Strauss-Kahn. Om dat te voorkomen, wil Frankrijk dat de Europese Unie Griekenland helpt. Het is petit jeu, kleine politiek, zeggen diplomatieke volgers in Parijs.

In Frankrijk wordt Sarkozy’s interventionistische optreden meestal aangeduid als ‘hyperpresidentieel’. Maar zo langzamerhand blijkt dat het Sarkozy juist ontbreekt aan de staatsmanachtige dimensie die Fransen in een president waarderen. Zelfs Chirac, die vooral tijdens zijn tweede mandaat vaak de kritiek kreeg lijdzaam te zitten niksen in zijn paleis, wordt nu terugwerkende kracht als een populaire staatsman in ruste beschouwd.

Sarkozy krijgt daarentegen aanhoudend kritiek dat hij optreedt als een chef de clan, aanvoerder van een politiek belang, niet als president boven de partijen.

Een paar recente voorbeelden:

1 Het landelijke debat over de nationale identiteit en het verbod van de gelaatsbedekkende kledij zoals de boerka en de niqaab. Sarkozy noemde dat debat „fundamenteel” en wilde het „zonder taboe” voeren. Maar hij bleek niet voldoende autoriteit te hebben om de oppositie te bewegen tot deelname: zij zag het debat als een electorale manoeuvre om stemmen te winnen bij de regionale verkiezingen. In Sarkozy’s eigen partij leefde de vrees dat de manier waarop minister Besson (Immigratie en Integratie) het debat aanpakte, het extreemrechtse Front National in de kaart zou spelen. De critici kregen gelijk: in de regionale verkiezingen maakte het FN een opmerkelijk comeback, met een score boven de twintig procent voor leider Jean-Marie Le Pen en zijn dochter en beoogde opvolger Marine Le Pen.

2 De campagne voor de regionale verkiezingen. Sarkozy verklaarde een maand geleden met geacteerde ernst in een tv-interview dat het een president niet past campagne te voeren in regionale verkiezingen. In de weken daarna reisde hij alle kandidaten van zijn partij in kansrijke regio’s langs, officieel gewoon voor werkbezoeken, maar wel met publiek. Kritiek daarop veegde hij van tafel: „Er zijn elk jaar verkiezingen. Als ik daarop zou letten kwam ik nooit ergens.”

In den lande valt zulke zelfrechtvaardiging niet goed. Er zijn nog volop Fransen te vinden die vinden dat Sarkozy’s politiek zo slecht nog niet is – de populariteit van premier Fillon, de hoofduitvoerder van het beleid, wijst daar ook op. „Ik word er ziek van, politici zijn altijd met zichzelf bezig”, vertelde Michel Buffet, een oudere heer, deze week. Hij behoort door zijn leeftijd en zijn liberale opvattingen tot het electoraat waar Sarkozy het van moet hebben. „Maar ik ga niet meer stemmen. Ze verdienen mijn stem gewoon niet.”

Dat Sarkozy doeltreffend kan optreden tegen de economische crisis wordt ook betwijfeld door de mensen aan wie hij beloftes heeft gedaan. In het noordoostelijke stadje Gandrange hebben werknemers van staalbedrijf Arcelor-Mittal een graf aangelegd met het opschrift: „Hier rusten de beloftes van Nicolas Sarkozy”. De president beloofde ze dat hij hun fabriek zou openhouden.

Medewerkers van Sarkozy hebben intussen maatregelen genomen om te zorgen dat hij niet al te zichtbaar in botsing komt met zijn critici. Demonstranten worden bij werkbezoeken in het land door de politie op kilometers afstand geweerd. Volgens sommigen worden zelfs de mensen met wie hij in beeld komt geselecteerd op voorkomen: niet te groot, niet te indrukwekkend naast de kleine president. Het Elysée ontkent dergelijke regie.

Maar zelfs onder politieke vrienden van Sarkozy heerst voorzichtigheid. Veelzeggend was de reactie op de verkiezingsnederlaag dit weekeinde van een keurige, nogal onopvallende verschijning die vaak in de buurt van Sarkozy wordt gesignaleerd: premier Fillon. Fillon was bereid de verantwoordelijkheid te nemen voor de verkiezingsnederlaag, zei hij zondagavond.

Hij wist wat hij zei. Vorige Franse presidenten, zoals Chirac en Mitterrand, stelden wel na kleinere nederlagen een andere premier aan. Maar Fillon is tegenwoordig een stuk populairder dan Sarkozy. De politiek verzwakte president kan niet meer zonder zijn saaie, berekenbare premier. Onlangs liet het weekblad Le Point uitzoeken wat de Fransen dachten van Fillon als president in plaats van Sarkozy. Het antwoord leidde tot een coververhaal dat veel stof deed opwaaien: doen! Commentaar van Fillon tegen een enthousiaste medewerker, volgens verschillende media: „Zo kan het wel weer hè. We hoeven Sarkozy niet te tergen.”

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

De foto’s van Sarkozy die gebruikt zijn bij de illustratie van het coverartikel (gisteren 23 maart, pagina 1, 4 en 5) zijn van fotopersbureau AP. Bij de foto op de economiepagina’s 12 en 13 ontbrak de naam van de fotograaf, dat is Merlin Daleman.