Wilt u uw hond gegrild of gestoofd?

Chinese autoriteiten willen consumptie van honden en katten wettelijk verbieden.

Toch is het eten van deze dieren al flink afgenomen.

China wil een betere omgang met dieren. Als het aan Peking ligt, verdwijnen honden en katten van de menukaart.

Een tikkeltje verbaasd een buitenlander in zijn restaurant te zien aanschuiven, vraagt ober Gu Xianggang hoe zijn specialiteiten – hondenbouten en kattensatés – bereid moeten worden „Met of zonder huid? Gestoofd of gegrild? Mild, scherp of extra scherp?” Terwijl hij de bestelling noteert, vertelt Gu inderdaad te hebben gehoord dat de consumptie van honden- en kattenvlees in China verboden zal worden.

Dat verbod is verpakt in een nieuwe dierenbeschermingswet die tot doel heeft de omgang met alle soorten dieren, tam en wild, te reguleren. Het wetsontwerp stond op de agenda van het Nationale Volkscongres begin maart – op zich al een nieuwigheid in China – maar dat heeft vooralsnog niet geleid tot een verbod.

In restaurant Het Winterbos in een Shanghaise volkswijk is de keus gevallen op hondenvlees zonder huid, gestoofd, met gestoomde rijst, spinazie en een koud biertje. Kattensatés blijken al uitverkocht te zijn. Vijf minuten later staat de lunch te dampen op tafel. Ober Gu heeft dan al verteld dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen „huisdieren” en „consumptiehonden- en katten”.

Dus er drijft geen golden retriever of zwarte labrador in de ijzeren pot met donkerbruin, bijna zwart vlees, groentes, ui, veel knoflook en pepers uit Sichuan. „Nee, dit is gele hond, speciaal gefokt voor de consumptie. Echt wintereten”, beveelt ober Gu aan. Draadjesvlees dat een week heeft gesudderd, misschien wel van een oud schaap, zijn de onmiddellijke associaties na de eerste stevige happen. Nogal taai en alleen te verteren met een stevige slok Qingdao-bier.

Voor de avontuurlijke eter niet onsmakelijk of afstotelijk, maar ook niet direct die culinaire sensatie waar vooral Zuid-Chinezen, Mongolen en de Koreanen zo dol op zijn en die door Chinese honden- en kattenvrienden fel bekritiseerd wordt. Het probleem zit vooral tussen de oren en ook de geur vormt een hindernis: sterk, zurig, natte jassenachtig. Ober Gu ziet de aarzeling, vraagt of alles naar wens is en biedt een glas maotai (een soort jenever met 52 procent alcohol) aan. Zelfs verdoofde smaakpapillen blijven dienst weigeren.

Een kleine rondvraag in Het Winterbos, inmiddels stampvol, leert dat het zeer betreurd zou worden als het eten van aromatisch vlees, zoals de consumptie van honden en katten vertaald kan worden uit het Mandarijn, verboden zou worden.

Een meneer in een versleten blauwe blazer vertelt dat er vroeger honderden restaurants in de stad hond op het menu hadden staan. Met de groei van de welvaart is de consumptie afgenomen. Dat is mede te danken aan de campagnes van de Chinese Associatie voor de bescherming van kleine dieren, die al jaren actie voert voor het codificeren van rechten van honden, katten en andere huisdieren.

Deze organisatie is voor Chinese begrippen zeer mondig en probeert zo nu en dan ook transporten van consumptiehonden en katten te dwarsbomen. De opkomst en groei van deze dierenbeschermingsbond valt samen met de populariteit van huisdieren in de grote steden.

In steden als Shanghai, Peking, Ghengdu en Chongqing doen winkelketens die zijn gespecialiseerd in honden- en kattenparafernalia uitstekende zaken, de prijzen van huisdieren stijgen en ook het aantal zaken waar honden en katten verzorgd worden groeit. Uit niet-representatief onderzoek blijkt dat golden retrievers in Shanghai zeer populair zijn, net als Franse poedels en pekinezen.

Vraag in het park aan de Xingguo Lu aan een eigenaar van een labrador wat hij vindt van de culinaire traditie en het antwoord bevat onveranderlijk een zeer denigrerende opmerking over plattelanders („achterlijk”) en Koreanen („stompzinnig”).

Jaarlijks worden in China tien miljoen honden en vier miljoen katten gefokt en verkocht aan restaurants. De grote ketens in het zuiden, zoals de ‘Zonneschijn Geurig Vleesrestaurants’, hebben de krachten al gebundeld om te verhinderen dat de ontwerpwet die de consumptie moet verbieden ook realiteit wordt.

Honderden banen zouden verloren gaan. Zelfs Mao wordt erbij gehaald. De grote leider zou in 1963 een kasserol met hondenvlees hebben aangeprezen als weldadig voor de gezondheid en de mannelijkheid.

Ober Gu in het inmiddels lege Het Winterbos vertelt zich geen zorgen te maken over eventuele boetes en gevangenisstraffen als de wet wordt aangenomen. Terwijl hij afrekent: „Er zal altijd behoefte zijn aan hond en kat op het menu. Als het niet meer verkocht mag worden, geven we de gerechten gewoon een andere naam.”

Bekijk een fotoserie over het slachten en eten van hond (niet voor mensen met een zwakke maag): dog-meat.net/