Vormexperimenten rond de energiecrisis

Al twee afleveringen besteedde Tegenlicht (VPRO) aan het thema ‘De groene transitie’, een verkenning van de geopolitieke implicaties van het opdrogen van de fossiele energiebronnen en de noodzaak om snel duurzame alternatieven te implementeren.

Dat klinkt abstract en prekerig, maar beide programma’s onderscheidden zich juist door een concrete en fascinerende aanpak. Gisteren confronteerde Shuchen Tan in Energy Risk – de titel verwijst naar het bordspel over de strijd om mondiale dominantie – een groot aantal deskundigen met twee fictieve scenario’s voor een acute energiecrisis. In het eerste scenario explodeert een gaspijpleiding in Oezbekistan en zit de helft van winters Europa ineens zonder verwarming. De meeste westerse experts wijzen op de gevaren van de afhankelijkheid van Russisch gas, maar Michail Deliagin van de Moskouse denktank IPROG stelt in krasse bewoordingen dat die angsten vooral tot het rijk van de psychiatrie behoren.

In het tweede scenario leidt een Iraanse terreuraanval op een tanker in de Straat van Hormuz tot een versperring van de belangrijkste olieroute over zee. De Amerikaanse vloot moet wel ingrijpen en binnen korte tijd stijgt de olieprijs naar recordhoogte. Een diepe economische crisis is het gevolg.

Coby van der Linde, energie-expert van instituut Clingendael, waarschuwt voor de grote kans op militaire conflicten die in de nabije toekomst kunnen ontstaan door brandstofschaarste. De overgang naar groene energie gaat nog wel een tijdje duren, zodat in de periode tot 2050 aanzienlijke problemen zijn te verwachten.

De combinatie van fictie en expertise werkt goed in dit programma, beter dan in de voor deze gelegenheid door Tegenlicht ontwikkelde online productie Collapsus, een kruising tussen een quasi hippe videogame en een staaltje politiek geëngageerd theater zoals dat in de jaren zeventig werd beoefend.

Vorige week bewees Tegenlicht met De regenmakers, een documentaire over Chinese milieuactivisten, dat je ook op een zinnige manier met de vorm kunt experimenteren, als je maatschappelijke ontwikkelingen wilt signaleren. Regisseur is de voormalige Chinacorrespondent Floris-Jan van Luyn, die de strijd van zijn vier hoofdpersonen, tegen door locale machthebbers veroorzaakte milieuschandalen, in een gestileerde vorm perst.

Veel journalisten die documentaires gaan maken hangen sterk aan de noodzaak om informatie te ordenen en met beelden te illustreren. Bij uitzondering ontwikkelen ze zich tot echte filmmakers, die beeld en geluid voor zichzelf laten spreken. Van Luyn is zo’n witte raaf, de eerste sinds Jos de Putter, niet toevallig nu eindredacteur van Tegenlicht.