Vastentijd met doperwten

Fuut, fuut, tralala, tjielp, tjielp,  hopsasa! Zo doen ze hoor, de  vogeltjes. Lente in het land, joechee! Je krijgt gewoon zin om de  krokussen op te eten, zo vol staan  ze erbij, zo lachend, zo duidelijk  de lente in het land te bezingen. Je  denkt altijd aan Gorter in de lente,  niet vanwege de mei zozeer, maar  meer vanwege de verwachting:  „de lente komt van ver,/ ik hoor  hem komen”.

Het is lente, en het is ook vastentijd. Voor katholieken. Die zijn  na carnaval aan de veertig dagentijd begonnen en snoepen nu niet  en ze eten ook geen vlees. In mediterrane landen, aan de Europese  kant van de middellandse zee dan,  bestaan veel vastengerechten en  die hebben dan vanzelf iets leuk  voorjaarsachtigs, met veel jonge  groenten.

Voorjaarsgroenten van eigen  koude grond zijn er nog láng niet,  dat is altijd een beetje moeizaam  in het voorjaar. We zijn aangewezen op import en kassen. Nu is een goede moderne kas  helemaal geen probleem – kassen  verzamelen enorm veel warmte in  de zomer, meer dan ze verbruiken  in de winter. Het is tegenwoordig  mogelijk om die extra warmte terug te leveren, zodat een kas energie produceert in plaats van energie verslindt. Maar ja, ‘mogelijk’  en ‘in de praktijk gebruikt’ zijn  twee verschillende dingen. Ik heb  de indruk dat er nog niet erg veel  kassen zijn die zo werken – dan  maakten ze wel reclame met hun  energiezuinige of zelfs energieproducerende groenten, maar dat  zie je eigenlijk nooit.

Enfin. Ik ga niet weer eindeloos  over het milieu zaniken want een  mens wordt er gek van, zeker als je  nu net zo fijn per kookboek op vakantie bent in Spanje.

Het is nog niet zo makkelijk om  precies te zeggen wat nu het  Spaanse is van Spaans eten. Zodra  je ergens van dat gerookte paprikapoeder in gaat gebruiken (Pimentón de la Vera), smaakt het  wel Spaans, maar de Spaanse keuken drijft niet helemaal op paprikapoeder. De gestoofde artisjokken van gisteren, die we zometeen  in de salade gaan doen, hebben  wel iets Spaans vind ik, iets in de  aanblik – gezellig en boers – en in  de geur. Zonder dat je zou weten  wat er zo specifiek Spaans is aan  iets dat gestoofd is in witte wijn  met tomaat en sjalot en knoflook.

Zouden Italianen misschien eerder alléén knoflook gebruiken of  alleen ui of geen witte wijn?  Hier  is een ware kenner van de Spaanse  keuken nodig.

Hoe dan ook: over deze salade  gaat manchego (schapenkaas).  Volgens Pizarro kan er ook Parmezaanse kaas over. Dat heb ik geprobeerd maar dat vind ik niet  zo’n succes, te scherp. Maar wie  dat juist wel lekker vindt, heeft  dus de zegen van de meester.

Artisjokkensalade  met schapenkaas

  • 4 artisjokken, voorbereid
  • 4 el olijfolie
  • 2 el witte wijnazijn
  • 2 handenvol raketsla
  • 125 g diepvriesdoperwten
  • 2 el pijnboompitten, geroosterd
  • 80 g manchego, geschaafd

Kook de schoongemaakte artisjokken zoals gisteren beschreven,  of kook ze gewoon in vieren gesneden in water. Maak een vinaigrette van de olie en de azijn met  wat peper en zout.

Laat de diepvriesdoperwtjes even zacht en  ontdooid worden in kokend water: niet meer doen dan ze in kokend water gooien, vuur meteen  uit, en 2 minuten laten staan. Dan  zijn ze nog mooi groen en fris stevig. De kleine tuinerwtjes van  Bonduelle zijn zéér lekker moet ik  zeggen, lekkerder dan menige  verse doperwt.

Vermeng de erwtjes met de artisjokken, de raketsla, de pijnboompitten en de kaas. Schep de vinaigrette erdoor, bestrooi met peper  en zout en eet de salade met een  stukje brood.