Sir Isaac Newton, alchemist

Wetenschap werd een hobby en een hype voor burgers in de achttiende eeuw. Drie Leidse professoren hielpen daar hard aan mee door de gloednieuwe ideeën van Newton met proefjes en opstellingen toegankelijk te maken, zegt bioloog Bart Grob (1973). Hij is conservator bij het Boerhaave Museum voor de Geschiedenis van de Natuurwetenschappen en van de Geneeskunde.

Was Isaac Newton een interessante man?

„Ik ga het onder meer hebben over de geheime Newton. Iedereen kent hem als de grote natuurkundige, die in zijn beroemde Principia en Opticks kwam met de zwaartekracht en de kleuren van de regenboog. Maar het beeld van hem is in de afgelopen periode veranderd. Vooral door de nalatenschap van een kist met brieven en aantekeningen, die pas in de jaren dertig geveild werd, ruim twee eeuwen na zijn dood. Een soort mysterie. Het zijn vooral geschriften over religie en alchemie, die inmiddels zijn gedigitaliseerd. Ze maken Newton een veel aansprekender figuur. Want het is toch raar dat die briljante geest dacht dat je lood in goud kunt omzetten. Mij interesseert ook dat hij een cultfiguur is geworden. Hij speelt bijvoorbeeld een rol in De Da Vinci Code, ook in de verfilming. Bij zijn praalgraf zie je een computeranimatie van het universum met planeten, wat dan weer een aanwijzing is.”

Maar hij werd al veel eerder populair?

„Nou, hij zelf niet. Zijn colleges werden weinig bezocht. Maar de wetenschap werd indertijd omarmd door de burgers. Die hadden genootschappen waar ze zelf experimenteerden. Dat succes begon bij de Leidse professoren Herman Boerhaave en Willem Jacob ’s Gravesande, die als eersten de nieuwe natuurkunde inzichtelijk maakten en enthousiast aan de man brachten. En Petrus van Musschenbroek. Die maakte het eerste ‘fysisch kabinet’: een verzameling instrumenten met allemaal proefjes, die nog steeds op school gebruikt worden en zich vanuit Leiden verspreid hebben over science centers in de hele wereld. Valtoestellen, vacuümpompen, en die tegen elkaar tikkende knikkers aan draadjes, bijvoorbeeld. Wat later kreeg je ook de physique amusante.”

Wat was dat?

„Dat kwam voort uit die burgerij waar demonstraties van natuurkundige verschijnselen in salons een hit waren.

„Je had daar een rondreizende kermisvariant van. Een groot succes was de Venuskus. Een bevallige dame in een tentje, die op een glazen krukje zat – dus geïsoleerd. Met behulp van een Leidsche fles, de voorloper van de batterij, werd ze opgeladen. Als je haar kuste kreeg je dus een statische schok, zoals soms van je trui bij vriesweer.”

Is dat fysisch kabinet er nog voor de tegenwoordige burgers?

„Het is de geboortecollectie van het Boerhaavemuseum, maar voor de nu lopende doe-tentoonstelling Newtonmania hebben we grote spellen gemaakt, zonder delicate historische objecten.

„Je kunt Newtons natuurwetten voelen, bijvoorbeeld door jezelf op te tillen met katrollen. En merken dat het niet uitmaakt hoe zwaar je bent op een schommel: de lengte van de touwen bepaalt altijd hoe vaak je heen en weer gaat.”

Liesbeth Koenen

Morgen spreekt drs. Bart Grob over Sir Isaac Newton, 19.30 uur. Museum Boerhaave, Lange Sint Agnietenstraat 10, Leiden. Met rondleiding tentoonstelling Newtonmania na. Toegang: museumkaartje.