Schoonmakers gaan gebukt onder concurrentiestrijd

Als schoonmakers staken is dat al snel zichtbaar. Grote hopen afval lagen vorige week demonstratief in de stationshal van Utrecht Centraal. Gisteren hebben zij hun werk weer hervat, maar de strijd voor een betere cao duurt voort.

Een loonsverhoging van 2,5 procent. Dat hebben de stakingen, die ook hun weerslag hadden op het aanzien van Schiphol en de treincoupés, opgeleverd. Maar daarmee is slechts een deel van de zorgen onder schoonmaakpersoneel weggenomen.

Brian Droop, vrijwilliger van FNV Bondgenoten en in het dagelijks leven universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, stond zondagmorgen op een enorme poetslap voor het spandoek ‘Schoon Genoeg’. Hij legt uit dat de actie is gericht tegen de directies van de grote schoonmaakbedrijven, zoals Hago, Asito, Coppejans en Gom, die in opdracht van Schiphol, ABN Amro en de Nederlandse Spoorwegen personeel leveren.

Reiskosten

“Ze krijgen tien euro bruto per uur, dus wat hou je daarvan over? Zeven, acht euro misschien”, zegt Droop. “En er zijn pas reiskostenvergoedingen vanaf een flink aantal kilometers, maar niet binnen Utrecht of Amsterdam.” Ook de arbeidsomstandigheden baren hem zorgen, vooral die op kantoren. Een aantal uren per dag kan er niet schoon gemaakt worden omdat er dan te veel kantoorpersoneel is. Voor die uren worden de schoonmakers niet betaald. “Maar ze moeten wel in de buurt van het object blijven.”

Geen opleiding

Promotie maken is lastig in dit vak, weet Droop.

“Er is ook geen ruimte voor opleiding. Mensen zitten vast aan deze baan. Zo’n schoonmaakbedrijf weet dat mensen in een moeilijke positie zitten. Dus die gebruikt het ook als een middel tegen de schoonmakers.” Uit angst voor het niet verlengen van het tijdelijke contract zijn schoonmakers bang zichzelf ziek te melden. “Je moet de hele dag dit soort bewegingen doen”, zegt Droop terwijl hij denkbeeldig veegt. “En dat ga je op een gegeven moment merken in je rug.”

Een medewerker van een bloemenzaak onderbreekt het gesprek. Hij vraagt of hij een bezem kan lenen om de ruimte voor zijn winkel schoon te houden. “We gaan niks opruimen”, antwoordt Droop. “Dat moet van de politie”, werpt de man tegen. “Sorry, maar dan komt de politie dat zelf maar vertellen. We gaan de staking niet breken, meneer. Die is juist bedoeld om voor onze rechten op te komen en daar gaan we geen afstand van doen.”

Prijzen dalen

Op 12 december vorig jaar legde de FNV in het witboek Schoon genoeg de oorzaak van de bekritiseerde werkomstandigheden bij de concurrentiestrijd tussen schoonmaakbedrijven. “Hun prijzen dalen terwijl hun beloftes aan klanten groeien.”

De sector is snel gegroeid omdat steeds meer bedrijven het schoonmaken uitbesteden. “Door het enorme aanbod aan schoonmaakwerk – er zijn zo’n 6.500 schoonmaakbedrijven actief – wordt de standaard niet bepaald door de euro, maar door het dubbeltje. En voor dat dubbeltje wordt de eerste rang beloofd.”

Om die negatieve spiraal te doorbreken wil FNV dat schoonmaakbedrijven de volgende criteria onderschrijven: fatsoenlijk loon, reiskostenvergoeding, monitoring van werkdruk en het aanbieden van een vakopleiding.