Schokeffect op schokeffect

De Oostenrijkse kunstenaar Oskar Kokoschka schreef provocerende toneelstukken.

Een compilatie van zijn toneelwerk is te zien in het Gemeentemuseum Den Haag.

Op 4 juli 1909 zorgde de 22-jarige student Oskar Kokoschka voor een schandaal in de gevestigde Weense kunstwereld. In een klein theater vlakbij de Kunstschau voerden jonge acteurs zijn toneelstuk Mörder, Hoffnung der Frauen op. De jonge schilder en toneelschrijver van Hongaars-Oostenrijkse afkomst ontwierp het decor.

De scènes waren seksueel geladen. Een koor, dat Kokoschka de Krijgers noemt, fluisterde de naamloze Vrouw waarschuwend toe: „Hij martelt dieren, hij wurgt merries met zijn dijen.” In diezelfde Kunstschau exposeerde Kokoschka in dat jaar zijn eerste werk. Wegens de gepijnigde (zelf)portretten noemde het publiek deze ruimte ‘het griezelkabinet’.

De spelers van Mörder... waren schaars gehuld in vodden. Kokoschka beschilderde hun gezichten. Op hun armen en benen bracht hij met verf spieren, zenuwen en aderen aan. De muziek kwam van slagwerk, fluiten en cimbalen.

De Vrouw droeg een rode jurk, die de Man openscheurde. Ze werd met zwarte kool gebrandmerkt, rode verf kreeg ze over zich heen. Onder de toeschouwers ontstond tumult. Ze gingen de spelers te lijf. De politie herstelde de orde en Kokoschka, verantwoordelijk voor alle tumult, verwierf de geuzennaam Bürgerschreck. Hij moest de Kunstgewerbeschule verlaten en groeide uit tot een van de grootste expressionistische schilders van de twintigste eeuw. Hij schilderde en schreef vijf toneelstukken tussen 1907 en 1972. Heftig, getourmenteerd, kleurrijk en vol beweging, zo is zijn oeuvre te kenschetsen.

Nu, zo goed als een eeuw na het schandaal, voert het experimentele toneelcollectief De Warme Winkel opnieuw Kokoschka’s toneelstukken op. Ze zijn voor zover bekend nooit eerder vertoond in Nederland. De Warme Winkel heeft er een compilatie van gemaakt en fragmenten samengevoegd tot één voorstelling. De groep werkt samen met acteur Marien Jongewaard van Nieuw West en spelers en muzikanten van de Leidse Veenfabriek. De voorstelling heet Kokoschka Live! en wordt niet in een schouwburg gespeeld maar in het Gemeentemuseum Den Haag. Museumdirecteur Benno Tempel is verantwoordelijk voor deze voorstelling in een ruimte in de linkervleugel, die De Schatkamers heet.

Terwijl bezoekers in het museum zich verdringen bij de tentoonstelling Kandinsky en Der Blaue Reiter repeteren acteurs als Marien Jongewaard, Jeroen De Man, en Mara van Vlijmen voor Kokoschka Live! met als ondertitel Ode aan de extreme bevlogenheid van de Oostenrijkse kunstenaar. Componist, slagwerker en musicus Paul Koek van de Veenfabriek regisseert.

Bij zijn aanstelling in 2009 als directeur vatte Benno Tempel het plan op van het museum meer te maken ‘dan slechts een tentoonstellingsruimte die alleen overdag geopend is, en waar het ’s avonds verlaten is’. „Als net benoemd directeur zocht ik contact met De Warme Winkel, een gezelschap met flair. Nu is hier Kandinsky en Der Blaue Reiter te zien, een expositie over de kunstenaarsgroep die aan het begin van de twintigste eeuw de kunstwereld op zijn kop zette met expressieve schilderijen. Kunstenaars ontdeden zich van de oude wet dat schilderkunst realistisch moet zijn. Een schilderij werd een explosie van kleur en vorm. Niemand kijkt daar nu nog vreemd van op. Bij theater is dat anders. Toneel, zeker zoals De Warme Winkel dat brengt, zoekt de confrontatie met de toeschouwer. Net zoals Kokoschka destijds.”

Tempel: „Het is nauwelijks voorstelbaar hoeveel commotie het werk van schilders als Kandinsky, Kokoschka, Franz Marc en hun tijdgenoten veroorzaakte. Kokoschka deed in 1912 in München mee aan een tentoonstelling van Der Blaue Reiter. Zo is het idee ontstaan om Kokoschka nu met deze groep te verbinden.”

Om De Warme Winkel speelruimte te geven, heeft Tempel enkele muren laten wegbreken. De brug tussen beeldende kunst en theater is geslagen. Tempel ziet het voor zich: „Acteurs die losgaan in de ruimte zoals de twintigste-eeuwse schilders losgingen op het doek.”

Voordat de toneeltoeschouwers naar Kokoschka Live! gaan, lopen ze langs de werken van de Blaue Reiter-schilders. Het is de bedoeling dat de bezoeker de herinnering aan kleuren en vormen van deze schilderijen, aan de portretten met gele gezichten, rode handen en bijna abstracte lichaamsvormen meeneemt naar de theaterzaal.

En daar wacht de schok.

Actrice Mara van Vlijmen vertolkt in Moordenaar, Hoop der Vrouwen de Vrouw. Ze zit wijdbeens op het podium. Om haar heen staan muzikanten opgesteld met slagwerk, een melancholiek klinkend balgorgel uit 1800 en een clavinette, een snaarinstrument. Haar lichaam is besmeurd met rode verf. Net zoals in de Kunstschau van 1909 is het gezicht van de Vrouw kalkwit. Zwarte kringen rond haar holle ogen, felrode lippen. Zowel in zijn schilderijen, zijn theaterstukken als in zijn memoires varieert Kokoschka op het thema van zijn angst voor vrouwen.

Van Vlijmen noemt Kokoschka een ‘man die voor 3.000 procent leeft’. „Wij brengen de lichaamshoudingen van zijn schilderijen over op het toneel. Ik verwring mijn schouders, trek mijn gezicht in hoekige expressie”.

Regisseur Paul Koek is geboeid door de heftigheid van Kokoschka’s werk. „Alles wat de kunstenaars van die tijd ondernamen, was een combinatie van actie en passie.” Hij beschouwt Kokoschka Live! als „een palet van energie”.

Van Vlijmen memoreert de beslissende rol van Alma Mahler in Kokoschka’s leven. Hun liaison duurde van 1912 tot 1914. Bij de eerste aanblik van Alma werd Kokoschka op bezeten wijze verliefd op haar. Zij gaf hem de opdracht een meesterwerk te schilderen, dan mocht hij haar trouwen. Dat werd Die Windsbraut (De bruid van de wind) uit 1914, van een innig omstrengelde man en vrouw. Van Vlijmen: „Maar Alma weigerde een huwelijk. Uit verbittering ging Kokoschka als vrijwilliger in het Oostenrijks-Hongaarse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog en raakte zwaargewond.”

Na de oorlog verzocht Kokoschka een Weense poppenmaakster een pop te maken die treffende gelijkenis vertoont met Alma. In talloze brieven geeft hij minutieuze aanwijzingen over het poppenlichaam, de textuur van de huid, het innerlijk van de pop, ook haar dijen, buik, lippen, spieren, haar vlees. Deze wanhopig-nauwgezette ‘Poppenbrieven’ vormen een essentieel onderdeel van de voorstelling. In biografieën over Kokoschka wordt volop gespeculeerd wat Kokoschka met deze fetisj heeft uitgevoerd. In elk geval heeft hij Alma-de-pop veelvuldig geschilderd.

Dan nog een tweede schok, zelfs bij een prille repetitie. Acteur Marien Jongewaard vertolkt Kokoschka, gekleed in het zwart. Hij spreekt tegen de pop. Hij durft haar niet aan te zien. Zacht fluisterend, temend en met iets van bangheid zegt hij: „Kom, kom dan, kom, je hebt toch wel bloed om te blozen? Ga maar liggen. Ik ben Oskar Kokoschka en de behoefte die mijn leven beheerst is de liefde.”

Opeens begint Jongewaard grimmig te schelden, zomaar: „Dramahoer, uitverkoophoer, tingeltangel-hoer. En als het offer is geschied, dan laat ik die vrouw zeggen: ‘Help, mijn krachteloosheid vloeit over in jouw kracht.’” Dit is wat Benno Tempel in het Gemeentemuseum met Kokoschka Live! wil: de onorthodoxe kracht van de explosie van honderd jaar geleden met toneel weer „tastbaar maken”.

‘Kokoschka Live!’ co-productie van De Warme Winkel, Marien Jongewaard en Veenfabriek. Première 25/3, Gemeentemuseum Den Haag. T/m 25/4. Inl. www.kokoschka.nl.