Sarkozy ergert Frankrijk

President Sarkozy van Frankrijk kijkt vaak in de spiegel. IJdelheid is hem niet vreemd. Na de regionale verkiezingen van zondag heeft hij een paradoxale reden om nog eens extra goed naar zichzelf te kijken.

Want waarom is zijn presidentiële Union pour un Mouvement Populaire (UMP) in nagenoeg alle regio’s overtuigend, soms zelfs vernietigend, verslagen door de oppositionele Parti Socialiste (PS)? Alleen in de Elzas hield een partijgenoot van Sarkozy stand.

En waarom is de president, die een cultureel identiteitsdebat over de islam entameerde, er bij deze verkiezingen zelfs niet in geslaagd om het Front National (FN) te temmen? Het debat over hoofddoekjes heeft de partij van vader en dochter Le Pen juist in de kaart gespeeld. Het FN haalde 17,5 procent van de stemmen, tegen 35 procent voor de UMP en 53 procent voor de PS en bondgenoten.

De PS is nu in haar eentje groter dan de UMP. En dat is eens te meer opmerkelijk omdat links de vorige regionale verkiezingen ook al overweldigend had gewonnen.

Dat moet Sarkozy te denken geven. In 2012 wil hij als president herkozen worden. De regionale verkiezingen hebben weliswaar een nogal laag politiek profiel. De regio’s in Frankrijk gaan vooral over infrastructuur. Maar de socialisten, die na het fiasco bij de presidentsverkiezingen van 2007 in niet te lijmen brokken uiteen waren gevallen, kunnen moed putten uit de uitslag. Althans, als de partij voor de verandering de gelederen nu eens wel sluit.

Op zichzelf is er nog geen nood aan de man voor de UMP. Maar dan moet Sarkozy wel bij zichzelf te rade gaan. Hij kan de nederlaag bij de tussentijdse verkiezingen niet eenvoudig in de schoenen van anderen schuiven, zoals zijn voorgangers deden. Als president heeft hij gebroken met de Franse traditie dat het staatshoofd in het Elysée op hoofdlijnen dirigeert. Sarkozy heeft zich nadrukkelijk bemoeid met de politieke uitvoering van het beleid. En hij maakt daarbij onbekommerd gebruik gemaakt van de media die hij, anders dan Berlusconi, niet controleert maar wel intimideert. Ook Sarkozy heeft een hele dunne huid als hij wordt gekritiseerd. Het is een van de redenen waarom de president zich heeft omringd met een hofhouding die hem afschermt van onwelgevallige ontmoetingen. Het biedt daarom geen soelaas om premier Fillon of fractieleider Copé te ontslaan. Fillon en Copé zijn nagenoeg de enige politici in het regeringskamp die niet louter in de schaduw van de president staan en wel een eigen positie hebben opgebouwd.

Het heeft vermoedelijk ook niet veel zin dat hij zijn programma verandert. Het hervormingsbeleid zelf is niet zozeer afgewezen als wel de uitvoering en de man die het belichaamt. Net als in het bedrijfsleven is ook in de politiek een cultuur van narcistisch leiderschap ontstaan. De kiezer heeft primair desillusie over de persoon Sarkozy kenbaar gemaakt.

De president zal komend jaar dus zijn eigen karakter en gedrag moeten veranderen, wil hij kans maken op een tweede termijn.

Dat is een zware opgave voor een politicus die rond zichzelf een cultus heeft gebouwd en daar zijn ziel en zaligheid in heeft gelegd.