Plant eet liever poep dan vlees

Dat deze plant op een toilet lijkt, is wel heel toepasselijk. De bekerplant Nepenthes rajah op Borneo blijkt namelijk niet te leven van kleine zoogdieren, zoals wel werd gedacht, maar van hun uitwerpselen. Dat beschrijft Charles Clarke van de Maleise Monash Universiteit binnenkort in New Phytologist.

Bekerplanten zijn vleesetende planten met vangbekers. Het geslacht Nepenthes levert de grootste. De klimplanten groeien in mistige, met mos bedekte wouden op tropische bergen of in lager gelegen bossen in Zuidoost-Azië. Net als andere bekerplanten hebben ze uitgewerkte structuren die spinnen of insecten verlokken zich in een precaire positie te begeven, vanwaar ze in een met verteringsstoffen gevulde val glijden. Zo komen de planten aan nitraten en fosfor. De Nepenthes rajah van Borneo staat bekend als de grootse vleesetende plant ter wereld. De enorme bekers, tot 50 centimeter lang, hebben een inhoud van twee liter. De planten zouden er kleine zoogdieren in vangen, zoals toepaja’s, boomspitsmuizen, nauw verwant aan de stamvader van de primaten.

Maar Clarke loopt sinds 1987 regelmatig bekerplanten af en stuitte nog nooit op een gedood zoogdier. Volgens hem is het de planten om iets anders te doen. De afstand van de mond van de beker tot de nectarklieren aan de binnenkant van het ‘deksel’ komt namelijk exact overeen met de lichaamslengte van een toepaja: het dier moet zijn achterste boven de bekermond manoeuvreren om de klieren met de tong te bereiken. Tijdens het nectar likken gaat zijn spijsvertering door. En de toepaja’s markeren hun gebied en bezit aan voedselplanten ook nog graag. De uitwerpselen zijn een bron van nitraten en andere voedingsstoffen. Het hooglandwoud is arm aan insecten; poep is een goede vervanger.