Oude fabrieken hebben vaak puntdaken, waarom?

Paulien van de Gein uit Drunen zat in de trein naar Deventer en reed langs een oude fabriek. „Waarom hebben die oude fabriekshallen een schuin dak met punten?” vraagt ze zich af. „Tegenwoordig zie je dat niet meer.”

Wat Van de Gein vermoedelijk bedoelt, zijn zaagtanddaken of zaagdaken. Daken, in kartelvorm, als een reeks rechthoekige driehoeken na elkaar. Grote fabriekshallen van negentiende-eeuwse industriële panden hebben zulke daken voor een goede lichtinval. „Het zijn zijn vaak brede en diepe gebouwen”, vertelt NRC-redacteur Bernard Hulsman, gespecialiseerd in architectuur.

Die zaagtanddaken zie je daarom alleen bij lage fabrieken, waarbij de lichtinval dus van boven moet komen. Hulsman: „Bedrijven met verschillende verdiepingen hebben vaak grote brede ramen, en een plat dak.” Zoals de Witte Dame in Eindhoven, de oude Philips-fabriek. Of de Van Nelle-fabriek in Rotterdam.

Maar als het gaat om lichtinval, waarom dan die punten, en geen plat glazen dak? Hulsman: „Een plat glazen dak lekt sneller. Bovendien komt er dan ook een kwak zonlicht binnen. Te heet en te veel licht.”

En dat voorkomt het zaagtanddak: de schuinste delen staan naar het noorden gericht, dat zorgt voor een gelijkmatige lichtinval. Klopt, beaamt Auke van der Woud, hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Rijks Universiteit Groningen. „En een glazen dak wordt snel vuil”, merkt hij op.

De schuine stukken van de zaagtanddak-constructie zouden er ook voor moeten zorgen dat het binnen niet loeiheet wordt. Maar dat valt tegen, vertelt Hulsman. De meeste fabrieken met zo’n dak hebben maar één verdieping. En dan wordt het toch behoorlijk warm. Denk aan een zolder waar in de zomer de zon op schijnt.

Architecten lieten de het zaagtanddak varen toen de tl-lamp kwam, vertelt Van der Woud. Het lichtprobleem was opgelost. En daarbij, een dicht plat dak is goedkoper in aanbouw en onderhoud.

Viola Lindner

Bouwkundige informatie en beelden van zaagtanddaken op www.joostdevree.nl