In supermarkt telt toch vooral prijs van het vlees

Noord-Brabant stopt met schaalvergroting in de veehouderij. Wat betekent dat voor het milieu, voor agrarische bedrijven en voor de consument?

Het besluit om schaalvergroting in de veehouderij een halt toe te roepen is historisch en tegelijkertijd slechts een begin. Dat zeggen drie wetenschappers over de beslissing die de provincie Noord-Brabant afgelopen vrijdag nam. De weg naar een duurzamere veehouderij is ingezet.

Gé Backus, hoofd Consument en Gedrag aan Wageningen University en het Landbouweconomisch Instituut: „Het besluit vormt een breuk met het verleden. Het stopt snelle schaalvergroting, maar daarmee zijn onderliggende problemen niet meteen opgelost.”

Burgers vinden de moderne bedrijfsvoering van veehouders strijdig met dierenwelzijn. Ze vinden grote stallen lelijk en maken zich zorgen om het milieu, zegt Backus. Maar als ze in de supermarkt bij de vitrine staan, bepalen smaak, gezondheid, prijs en gemak welk stukje vlees zij kopen. Milieu en dierenwelzijn spelen op dat moment geen rol.

Backus: „Zo komen boeren in een spagaat terecht.” Economische wetmatigheden dwingen hen tot schaalvergroting. Maatschappelijke druk zorgt ervoor dat de overheid de mogelijkheid tot schaalvergroting blokkeert.

Volgens Backus zijn er twee opties. „Of de Nederlandse markt verduurzaamt de komende jaren. Of de veehouderij verplaatst zich noodgedwongen naar Denemarken en Duitsland, waar schaalvergroting wel is toegestaan. En met dat laatste schieten we niets op.”

Leo den Hartog snapt dat de provincie, onder maatschappelijke druk, wil bewerkstelligen dat boeren duurzamer gaan produceren. Hij is directeur Onderzoek en Ontwikkeling bij diervoederfabrikant Nutreco en bijzonder hoogleraar bedrijfsontwikkeling in de veehouderij aan Wageningen University. „Maar duurzaamheid bereik je niet door veehouderijen te verbieden te groeien.”

Duurzaamheid bereik je volgens Den Hartog door binnen de Europese Unie afspraken te maken over milieu en dierenwelzijn. „Als we bedrijven geen ruimte geven om te groeien, kunnen ze niet investeren in duurzaamheid en houden ze het niet vol.”

„Onzin”, zegt Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar transitiestudies aan Wageningen University. „Dat argument gebruiken varkenshouders al dertig jaar om schaalvergroting door te drukken. Klassieke sabotage. Denk je nu echt dat boeren als gevolg van dit provinciaal besluit massaal gaan stoppen? Nee, natuurlijk niet.”

Hij vindt de rem op schaalvergroting prima en onvermijdelijk. De krachtsverhoudingen rond de landbouw zijn aan het veranderen, zegt hij. Dat zie je aan de Rabobank, die steeds minder graag investeert in megastallen. Dat zie je aan Albert Heijn dat diervriendelijker geproduceerd varkensvlees in de schappen legt. En nu stuurt Noord-Brabant, de bakermat van de intensieve veehouderij, veehouders bij. „De politiek zegt voor het eerst: ‘We kunnen het niet aan de boeren overlaten’. Er komt een einde aan de tijd dat boeren het voor het zeggen hadden.”

Van der Ploeg noemt de beslissing van de provincie een eerste, heel belangrijke stap naar een veehouderij die beter past bij Nederland en geen bedreiging vormt voor de volksgezondheid. „Het is een begin”, zegt hij. „Er moet nog veel veranderen. Het antibioticagebruik moet bijvoorbeeld verminderen. En de totale productie moet sterk worden teruggeschroefd. Het is onbegrijpelijk dat in een van de dichtstbevolkte gebieden van Europa de meeste varkens worden gehouden.” Sturing van de overheid zal in de komende overgangsfase noodzakelijk zijn.

Er is afgelopen vrijdag, volgens Van der Ploeg, geschiedenis geschreven. „In navolging van Brabant zullen andere provincies zich afvragen: wat gaan wij doen? De ministeries van Landbouw en Ruimtelijke Ordening zullen de regie op zich moeten nemen. Voorheen verwees Landbouw altijd naar de markt, die alles moet regelen. Dat kan niet meer.”