Geloof het of niet, Paars+ is opeens ook een optie

Ruim voor de verkiezingen wordt in Den Haag het spel ‘Zoek de meerderheid’ gespeeld. Paars doemt weer op, met een groen plusje.

Wie aan Paars denkt, denkt aan puinhopen. De revolutionaire combinatie van PvdA, VVD en D66, die de confessionele partijen (lees CDA) voor het eerst in de geschiedenis uit de regering hield, kreeg na de euforie uit de eerste jaren een slechte naam in de kiezersrevolte onder leiding van wijlen Pim Fortuyn. Sindsdien is Paars synoniem voor een zelfgenoegzame elite van technocratische bestuurders, de burgers verweesd achterlatend.

Paars werd een vies woord. Toen Wouter Bos in 2006 als PvdA-lijsttrekker weer naar een coalitie met de VVD zei te verlangen, waren de aanvallen van binnen en buiten de partij zo hard, dat Bos deed alsof hij een grapje had gemaakt.

Toch kan na de Kamerverkiezingen van 9 juni alles weer anders zijn. In het spel ‘Zoek de Kamermeerderheid’ doemt het woord hier en daar weer op. Met een plusje erbij. Want op de robuuste Kamermeerderheden waar de eerste paarse kabinetten op steunden (92 zetels in 1994, 97 in 1998), hoeven PvdA, VVD en D66 volgens de laatste peilingen niet te rekenen. Paars+ dus, waarbij het plusje staat voor GroenLinks. Volgens de laatste peilingen kunnen deze vier partijen samen op nog geen 80 zetels rekenen, maar in deze tijden van politieke fragmentatie is dat al reden voor blijdschap.

De vraag: hoe levensvatbaar is zo’n coalitie? Er openlijk over praten willen ze bij de VVD en GroenLinks niet. Dat is anders bij de D66, de partij die in 1994 het initiatief nam tot het eerste paarse kabinet. Partijleider Alexander Pechtold is enthousiast. „Als de partijen tenminste dezelfde hervormingsgezinde houding opbrengen als de paarse partijen van toen.” Over GroenLinks maakt Pechtold zich geen zorgen: die partij is bereid, weet hij, de hervormingen te steunen die VVD en D66 noodzakelijk achten om de overheidsfinanciën te saneren.

De D66-leider maakt zich vooral zorgen over de PvdA. Die liet zich de laatste drie jaar van zijn conservatiefste kant zien, zegt Pechtold. „Ze propageerden complete stilstand, op de arbeidsmarkt, de woningmarkt, zelfs als het om staatskundige vernieuwing ging. Dat moet echt anders. Job Cohen zal nu duidelijk moeten maken wat ‘links’ voor de PvdA betekent: conservatief of progressief?” De voortekenen zijn niet onverdeeld gunstig. Zo hield de PvdA de door D66 en VVD vurig gewenste hervorming van het ontslagrecht tegen.

Pechtold moet zich ook zorgen maken over de VVD. Daar houden ze heus van verandering, maar VVD’ers willen ook de verkiezingen na een volgende regeerperiode overleven. „Electorale zelfmoord” noemen verschillende van hen het vooruitzicht van Paars+. Maar VVD’ers kunnen ook tellen: het liefst regeren ze met het CDA. Maar zelfs met de PVV erbij, is daarvoor geen meerderheid. Zo drijft de VVD toch richting Paars+.

De magie van vroeger is er nu wel vanaf

Vervolg Paars: pagina 2

Het leek een goed idee, toen PvdA-leider Wim Kok halverwege de jaren negentig de ideologische veren afschudde. Hij wilde Paars meer laten zijn dan een gelegenheidscoalitie van partijen met een historisch uiterst verschillend gedachtengoed. De tijd was er ook naar: sommige historici kondigden het ‘einde van de geschiedenis aan’, economen een einde van recessies.

Het liep wat anders, en aan het slot van de Paarse periode was de PvdA in een levensbedreigende identiteitscrisis terechtgekomen. Waren sociaal-democraten er nog wel voor de zwaksten in de samenleving? Was het eigenlijk mogelijk om met ‘rechtse middelen’ linkse doelstellingen te bereiken, zoals internationale sociaal-democratische leiders als Tony Blair bepleitten? De partij én veel kiezers wisten het niet meer.

De PvdA lijkt zijn karakter met vallen en opstaan te hebben hervonden. PvdA’ers zijn zelfs moedig geworden: ze blijken niet bang zich in een Paars+ opnieuw te verliezen. Met het vooruitzicht van grote maatschappelijke hervormingen is samenwerken met veranderingsgezinde partijen een aanlokkelijk vooruitzicht. Paars+ is dan de enige optie. Al is de magie van vroeger er wel af, zegt een PvdA’er.

Sommigen zijn écht enthousiast. Zoals het progressieve Kamerlid Mei Li Vos: „Voor mij is het de ideale coalitie. Al was het maar om eindelijk eens iets te doen aan staatsrechtelijke vernieuwing. Met het CDA erbij is dat onmogelijk.” Dat Pechtold zich vooral zorgen maakt om haar partij, begrijpt ze wel: „Want wij hebben geleerd om in de volle vaart der hervormingen de onderkant van de samenleving niet af te knijpen.” Die les zal de PvdA niet vergeten.

Dan het plusje. Voor GroenLinks is Paars+ de enige realistische mogelijkheid om mee te regeren (zie illustratie). En dat wil de partij dolgraag, bleek gisteren weer, toen partijleider Femke Halsema het verkiezingsprogramma presenteerde: „Wij zijn realistisch en verantwoordelijk en zeer graag tot samenwerking met anderen bereid.” Natuurlijk zal de partij in formatiebesprekingen veel moeten slikken. Maar in de oppositie heb je niets te vertellen .

Net als D66 onderstreept GroenLinks dat Paars+ een coalitie van progressieve krachten moet zijn. Dat progressieve karakter zou ook de enige legitimatie zijn om deze zo verschillende partijen in een regering bij elkaar te zetten. Tegelijk maakt juist die diversiteit de coalitie kwetsbaar: de ideeën over wat goede hervormingen zijn, lopen soms mijlenver uiteen.

Zo wil de VVD de structurele overheidstekorten oplossen met snelle en harde bezuinigingen. Belastingverhogingen zijn voor die partij onbespreekbaar. PvdA wijst daarentegen vooral op de risico’s van een „kaalslag van voorzieningen”. De partij wil een deel van het tekort wegwerken door de lasten te verhogen. PvdA, GroenLinks én D66 willen de hypotheekrenteaftrek verminderen of afschaffen. VVD-leider Mark Rutte zegt graag: „Als hij al niet bestond, zouden we de aftrek moeten invoeren.” Ook bij het aanpakken van de snel stijgende kosten in de zorg staan de partijen tegenover elkaar. VVD en D66 willen meer marktwerking, PvdA en GroenLinks niet.

Samenwerking op symbolisch belangrijke dossiers is ook niet vanzelfsprekend. Zo verzet de VVD zich heftig tegen de kilometerheffing, iets waar de andere partijen juist voor zijn. Over integratie en immigratie lopen de meningen ook mijlenver uiteen.

PvdA, D66 en GroenLinks hebben allen hoop dat ze die verschillen kunnen overbruggen. De VVD aarzelt. Maakt Pechtold zich zorgen over samenwerking met de PvdA, VVD’ers moeten er niet aan denken. Als je regeert met je natuurlijke tegenstander, gaan je kiezers op zoek naar een ander. Zo leidde onvrede over Paars tot de opkomst van outsider Pim Fortuyn. Nu is de situatie nog gevaarlijker: PVV (immigratie en integratie) én CDA (economie) kunnen de VVD van rechts aanvallen. Heeft Paars+ plus dan geen pluspuntjes? Een einde aan de bemoeizucht, zegt een VVD’er. Zoals over de zondagsrust. En wie weet kunnen ze zelfs iets aan het staatsrecht vernieuwen.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Geloof het of niet, Paars+ is opeens ook een optie (23 maart, pagina 1) ontbreekt in de illustratie van mogelijke regeringscoalities de combinatie CDA, PvdA, D66 en GroenLinks. Die combinatie zou volgens de peilingen met 83-87 zetels een ruime meerderheid in de Kamer hebben.