Een weidevogel heeft rust nodig

De aantallen weidevogels blijven dalen. Tijd voor een andere aanpak. Boerenzoon Ard Schenk bepleit boeren als vijftig, zestig jaar geleden.

„Het is niet vijf voor twaalf, maar twaalf uur”, zegt schaatsheld Ard Schenk, ook bekend als liefhebber van weidevogels. In een gisteren gepresenteerde film luidt hij de noodklok over de almaar dalende aantallen weidevogels in Nederland.

Vijf jaar geleden nam toenmalig minister Veerman (Landbouw en Natuur, CDA) al een reeks maatregelen om in 2010 de achteruitgang te hebben gekeerd. Dat is niet gelukt. De afgelopen jaren zijn de populaties verder gedaald.

Ard Schenk presenteerde zijn film gisteren in Eemnes, aan de rand van het Nationaal Landschap Arkemheen-Eemland, een van de weinige plaatsen waar het nog stikt van de grutto’s, kieviten en tureluurs. In het reservaat in het midden van het gebied en op de boerenbedrijven eromheen groeien de aantallen weidevogels nog, en het komt regelmatig voor dat boeren tweehonderd broedparen op hun grond tellen. Dat zijn boeren die de politiek nu vragen om versoepeling van de voorwaarden waaronder zij subsidie krijgen. Die voorwaarden bepalen onder meer dat een boer om elk nest vijftig vierkante meter grond met rust moeten laten. Maar met al die nesten houden deze boeren bij wijze van spreken geen weiland over.

Het zijn zeldzame luxeproblemen. In de rest van Nederland lijden de weidevogels nog altijd zwaar onder de agrarische productiemethoden. Die vergen eenvormige, zwaar bemeste graslanden waaruit de kruiden zijn verdwenen, met lage waterstanden zodat grote landbouwmachines niet wegzakken, en die vroeg worden gemaaid. Daar houden weidevogels niet van.

Boerenzoon Ard Schenk vertelt in de film hoe heerlijk het was om tot in de jaren vijftig als kind te merken dat boer en vogel nog met elkaar in harmonie leefden. Dat grutto’s niet voor niets duizenden kilometer vanuit Afrika afleggen om hier terug te keren naar de omgeving van het nest waar ze het jaar daarvoor ook al zijn geweest. „Als sporter heb ik daar grote bewondering voor.” En dat hun jonge grutto’s vervolgens niet zoals nu onder de maaibladen van de machines worden gedood.

Volgens Schenk, die aan de rand van de Noord-Hollandse Eilandspolder woont, moeten weidegebieden veel vaker met rust worden gelaten. Door sporadisch te maaien en te bemesten, en door de waterstand te verhogen. „We moeten op een andere manier gaan boeren, zoals een jaar of vijftig, zestig geleden.”

Of dat laatste ervan komt, is de vraag. Vooralsnog zet demissionair minister Verburg (Landbouw en Natuur, CDA) vooral in op efficiëntere methoden van bescherming. Ze trekt drie ton uit voor onderzoek naar de „meest kansrijke” gebieden om weidevogels te beschermen.

De afgelopen jaren is nogal wat subsidie gegaan naar gebieden waar de kans op succes erg klein was. Verburg wil de huidige budgetten daarom „gerichter” inzetten. Extra geld moet vooral komen vanaf 2013, als het Europese landbouwbeleid niet langer alleen de productie van boeren beloont, maar ook hun „maatschappelijke functie” zoals natuurbescherming. „Want waarom zou je daarvoor wel een boswachter belonen en een boer niet?” aldus Verburg.

Misschien ook kunnen de beleidsmakers hun voordeel doen met bevindingen uit onderzoek naar de effectiviteit van bepaalde maatregelen. Zo blijkt mozaïekbeheer – percelen weidegrond wisselend benutten en ongemoeid laten – alleen in grote gebieden nuttig. In kleine gebieden trekken stukken land die voor de nesten met rust worden gelaten juist de aandacht van roofvogels. „Die stukjes land zijn een McDonald’s voor kraaien”, zegt Ard Schenk.

En nog iets: beschermen van nesten door vrijwilligers is heel nuttig en noodzakelijk in gebieden waar deze nesten daadwerkelijk worden bedreigd. Maar in gebieden waar dat niet zo is, trekken nestbeschermers met hun loop- en geurspoor juist de aandacht van roofdieren, en worden er dus meer jonge vogels verorberd dan zonder nestbescherming zou zijn gebeurd, blijkt uit onderzoek van SOVON Vogelonderzoek Nederland.