De subtiliteit is weg in Washington

De aanname van de zorgwet heeft de kloof vergroot tussen Republikeinen en Democraten. Obama zoekt naarstig naar verzoening.

Tom-Jan Meeus

Vandaag is een politieke feestdag voor Obama en de Democraten. De president ondertekent de wet voor een nieuw zorgstelsel en het woord historisch is al zo vaak gevallen dat het sleets wordt. Het interessantste is wat de dag van morgen brengt: hoe nu verder?

De belangrijkste keerzijde van Obama’s, jawel, historische overwinning is dat zijn zelfverkozen imago van consensuspoliticus schade heeft opgelopen. Het nieuwe stelsel, een zorgverzekering voor in principe elke Amerikaan, kwam er met alleen de stemmen van Democraten. En een president, leider van alle Amerikanen, die de indruk wekt dat hij alleen met de eigen partij kan werken, loopt een groot risico. Vraag maar aan George W. Bush.

Het probleem is niet nieuw voor Obama. Het speelde in zijn eerste jaar rond alle grote binnenlandse vraagstukken – het stimuleringsbeleid, de nationalisatie van de auto-industrie, de aanpak van het begrotingstekort.

Maar strategisch denken, is deze president niet vreemd. Telkens als hij het gevaar loopt dat het publiek hem gaat zien als partijtijger van (te) progressieve signatuur, komt hij met een antwoord op het gebied van veiligheidsbeleid en buitenlandse politiek: extra troepen naar Afghanistan, verhevigde aanvallen op Al-Qaeda in Pakistan.

Niemand moet daarom opkijken als hij zijn partij de komende weken opnieuw confronteert met zo’n onaangename verrassing. De afgelopen maand is duidelijk geworden dat het Witte Huis in gesprek is met de Republikeinse senator Lindsay Graham om het progressieve anti-terreurbeleid te herzien.

Graham is er fel tegen om het proces tegen het zelfverklaarde brein achter 9/11, Khalid Sheikh Mohammed (‘KSM’), in een burgerrechtbank te voeren. Hij wil dat KSM wordt berecht voor een militair tribunaal, de oplossing van Bush waartegen Obama en Democraten de laatste jaren te hoop liepen, omdat het de rechten van de verdachte onaanvaardbaar zou inperken.

Het compromis waaraan wordt gewerkt, houdt in dat de regering Bush’ militaire commissies alsnog accepteert. In ruil daarvoor wil Graham, zo heeft hij al bevestigd, de toezegging doen dat hij zijn partij probeert over te halen alsnog mee te werken aan sluiting van Guantánamo Bay (‘Gitmo’), de omstreden gevangenis voor terreurverdachten in Cuba.

Op dit moment is dat nagenoeg onmogelijk, omdat het Congres in 2009 op Republikeins initiatief vastlegde dat de VS niet bereid zijn Gitmo-gevangenen toe te laten. En Obama heeft een gevangenis in zijn thuisstaat Illinois op het oog waarin hij de terreurverdachten uit Gitmo wil opnemen.

Ongetwijfeld komt Graham de komende dagen onder immense druk van zijn partij te staan van dit compromis af te zien. In Republikeinse ogen zou hij Obama ermee in de kaart spelen, omdat de president zich dan opnieuw kan presenteren als leider die bereid is pijnlijke compromissen te aanvaarden in ruil voor politieke consensus. En juist na het weekeinde doen Republikeinen er alles aan Obama te brandmerken als een man met een on-Amerikaans progressieve agenda.

Zij maakten hun agenda voor de komende maanden – de Congresverkiezingen zijn in november – gisteren meteen duidelijk. Op de website van de partij werd de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, Democraat Nancy Pelosi, afgebeeld tegen een achtergrond van een vlammenzee met de tekst ‘Fire Pelosi’ – waarbij in het midden bleef of het om ontslag dan wel verbranding van de voorzitter gaat. Het is de manier waarop partijpolitieke oorlog in de VS wordt gevoerd: subtiliteit is allang geen streven meer.

Het verklaart ook waarom Republikeinen gisteren een nummer maakten van hun belofte de nieuwe zorgwet terug te draaien zodra zij in november de meerderheid in het Congres terug zouden winnen. Het werd aanbevolen door conservatieve auteurs in The Wall Street Journal, The Weekly Standard en National Review. Rekenkundig is het onmogelijk. Republikeinen zouden dan na november 67 zetels in de Senaat moeten bezetten (ze hebben er nu 41) en in het najaar kunnen zij domweg onvoldoende Democratische zetels terugwinnen om aan dat getal te komen.

Een andere tegenactie van de partij – procedures van Republikeinse staten omdat de nieuwe wet ongrondwettelijk zou zijn – lijkt niet veel kansrijker. Het in meerderheid conservatieve Hooggerechtshof zou dan het sinds 1965 veelvuldig door het Hof geaccepteerde principe moeten verwerpen, dat zorgwetgeving een voorrecht van de federale regering is. In theorie is dat niet onmogelijk. Het zou een spectaculaire ommezwaai vergen van conservatieve opperrechters, die in hun verhoren hebben beloofd dat zij eerder door het Hof ingenomen constitutionele principes niet zullen verwerpen.

Het kreeg weinig aandacht – maar door de zorgwetgeving moesten Republikeinen ook een slachtoffer in eigen gelederen noteren. De man die door ervaren partijgangers werd getipt als de kansrijkste Republikein in 2012, oud-gouverneur Mitt Romney van Massachusetts, verspeelt zijn kansen als zijn partij de komende jaren alles op verzet tegen het zorgstelsel zet. Als gouverneur voerde Romney in Massachusetts een zorgstelsel in dat op hoofdlijnen overeenstemt met het systeem dat Obama invoert.

Zo zitten beide partijen gevangen in hun realiteiten. Het nieuwe zorgstelsel is niet populair, en daarom kwetsbaar voor Republikeinse aanvallen. Tegelijk is het nieuwe stelsel allerminst de Amerikaanse omarming van socialistische principes die Republikeinen er graag van maken.

Voor Obama lijken de risico’s vooral te zitten in de compensatie die hij zoekt op het gebied van veiligheidsbeleid. De laatste dagen is veelvuldig gesproken over president Lyndon Johnson (1963-1969), de laatste Democratische president die met zijn Great Society belangrijke sociale wetgeving doorvoerde. Ook Johnson compenseerde dat met een buitenlands beleid dat niet goed lag in zijn eigen partij, en dat werd zijn politieke dood: hij struikelde uiteindelijk over de oorlog in Vietnam.