De man met de hondenbaan van de Republiek

In Frankrijk krijgt meestal de premier de schuld van fouten van de regering. Maar François Fillon is daarvoor veel te populair.

President Nicolas Sarkozy zag hem gisteren aankomen, François Fillon. De afspraak was om 9 uur, op de agenda stonden de politieke gevolgen van de verkiezingsnederlaag van regeringspartij UMP bij de regionale verkiezingen, een dag eerder.

Wat wilde premier Fillon? Aftreden, had hij gesuggereerd, maar alleen in de wetenschap dat de president daar geen zin in had. En trouwens, Fillon zelf zei een dag eerder op tv ook dat er „continuïteit en volharding nodig waren”, dat de verkiezingsnederlaag aanleiding moest zijn tot meer van hetzelfde beleid.

Nee, Fillon wilde niet weg. Hij wilde juist een sterkere regering. Verse zwaargewichten om mee te hervormen. Het Franse concurrentievermogen versterken, de pensioenen betaalbaar houden, de begrotingstekorten terugdringen, daar staat Fillon voor. Maar Sarkozy zag hem komen.

In het Franse systeem krijgt meestal de premier de schuld, hij heeft de hondenbaan van de Republiek. Maar Fillon krijgt nauwelijks kritiek. Iedereen geeft de president de schuld van de verkiezingsnederlaag, zelfs de parlementariërs van de UMP vanmorgen. Tijdens de campagne hadden veel UMP-kandidaten liever Fillon dan Sarkozy op bezoek.

Fillon is de stille kracht van de regering. Onlangs liet het weekblad Le Point uitzoeken wat de Fransen dachten van Fillon als president in plaats van Sarkozy. Het antwoord luidde: doen! Fillon zou hebben gereageerd met: „Zo kan het wel weer, hè. We hoeven Sarkozy niet te tergen”.

Wie is deze 56-jarige runner-up? De vraag stellen is François Fillon onderschatten. Al ruim voordat hij in 2007 door Sarkozy tot premier werd benoemd, was Fillon een cruciaal schaakstuk van centrumrechts. Geworteld in de provincie, (de West-Franse Sarthe) was hij al als 27-jarige parlementariër, en sindsdien rijst zijn ster. Jong regiopresident, jong minister (hij schiep midden jaren negentig France Telecom uit de Franse PTT) en al snel een van de gezichten van het sociaal-gaullisme, een combinatie van een voorkeur voor een sterke staat en centrum-links sociaal beleid.

In 2002 bereidde hij zowel de herverkiezing van president Chirac voor als de oprichting van de centrum-rechtse eenheidspartij UMP. Hij gold ook toen als kandidaat-premier, maar werd achtereenvolgens minister van Sociale Zaken en van Onderwijs. In die rol was Fillon de architect van de enige sociale hervormingen in Chiracs tweede termijn, onder meer een eerste stap naar een later pensioen. Hij werd geprezen om zijn combinatie van bereidheid tot dialoog en vasthoudendheid.

Maar toen Chirac hem in 2005 plotseling bedankte, toonde Fillon zich van een andere kant. „Over twintig jaar zijn mijn hervormingen het enige dat men zich van Chirac herinnert.” Getergd beloofde hij Sarkozy aan het presidentschap te helpen. Dat Fillon dan zijn premier zou worden, was snel duidelijk.

Zijn begin als premier was moeizaam. Sarkozy noemde hem geringschattend „een medewerker”. Steun van het Elysée was voor ministers belangrijker dan van Fillon. Een tijd lang vergaderde Sarkozy zelfs wekelijks met zeven belangrijke ministers op het Elysée, zonder Fillon.

Maar Fillon bleek niet weg te gummen. Naar mate Sarkozy minder populair werd, kwamen zijn ernst en soberheid in een beter daglicht. Zelfverzekerd kondigde hij zelf al eens aan nog even aan te blijven, tot minimaal een jaar voor de verkiezingen van 2012.

Wat doe je als zo’n premier, die wel eens een rivaal kan worden, met eigen wensen komt na een verkiezingsnederlaag? Sarkozy besloot gisteren: geen nieuwe zwaargewichten erbij, wel eentje weg, minister van Sociale Zaken Xavier Darcos. Nieuw zijn alleen twee parlementariërs, Georges Tronc en François Baroin, vrienden van Sarkozy’s rivaal Dominique de Villepin. Een tactische zet, nu Villepin deze week een eigen partij opricht. Voor zijn laatste hervormingen vertrouwt Sarkozy opnieuw op Fillon.