Cash? Nee, teken hier maar

Elk goed doel heeft een collecteweek: deze maand het Reumafonds en Jantje Beton.

De fondsen gebruiken wervers en collectebussen. Wat levert het meeste op?

Dingdong. Zes uur ’s avonds gaat de bel. Voor de deur staat een verkleumde jongen met formulieren onder zijn arm. Hij stelt zich voor en steekt van wal. Achter je branden de aardappelen aan.

De jongen is huis-aan-huis werver van een goed doel. Hij vraagt je donateur te worden voor een vast bedrag per maand, meestal zo’n zes euro.

Elk goed doel heeft zijn eigen collecteweek. De Hersenstichting stuurde in februari tienduizend collectanten langs de Nederlandse deuren, deze maand kun je Jantje Beton en het Reumafonds verwachten. Voor mei heeft het Astmafonds vijftigduizend vrijwilligers klaarstaan.

De goede doelen maken doorgaans gebruik van twee soorten collectanten om geld op te halen: huis-aan-huis wervers met formulieren die om een maandelijkse bijdrage vragen en de vrijwilligers met collectebussen.

Maar welke variant levert de fondsen nu het meest op?

De kans dat mensen geld in een collectebus gooien is groter dan dat ze een handtekening zetten, zegt hoogleraar sociologie aan de VU, René Bekkers. Bekkers is deskundige in de achtergronden van geefgedrag. „Vrijwillige collectanten zijn vaak mensen die in hun eigen buurt actief zijn. Aan die mensen doe je eerder een gift.”

Donateurs zitten volgens hem niet te wachten op duur en een langduriger commitment. En daarbij, mensen weten dat collectanten niet betaald worden en straatwervers wel. „Dat maakt de collectanten sympathieker en de kans op een gift groter.”

Het klopt dat men in de collectebus vaker geld stopt, maar dit bedrag is gemiddeld een stuk lager dan bij straatwerving. De opbrengst per deur is bij collecteren gemiddeld 3,15  euro, vermeldt het onderzoek Toekomstverkenning goede doelen collectes van René Bekkers en Evelien Boonstoppel. Bij straatwerving haal je per donateur een verplicht minimumbedrag binnen en dat levert dus meer op.

En dat klopt, laat de Hersenstichting weten. Bij het goede doel brengt het werven 2 tot 2,5 keer zoveel binnen als een collecte. Het inzetten van wervers is een dure methode. Maar de donateurs die lang aan de stichting verbonden blijven, zijn belangrijk.

Dat donateurs zich voor langere tijd verbinden is overigens wel noodzakelijk. De werving kost veel geld, legt Helen van Winden uit, fondsenwerver bij de Hersenstichting. Goede doelen mogen van het Centraal Bureau Fondsenwerving niet meer dan 25 procent van hun inkomsten daaraan besteden.

Van Winden zegt: „De kosten van een nieuwe donateur zijn na twaalf maanden terugverdiend, maar de persoon moet drie à vier jaar blijven voordat er geld is om weer een nieuwe donateur te werven. Het is ieder jaar weer een puzzel wat de inkomsten gaan worden en hoeveel je waaraan kan uitgeven.”

Werven heeft als voordeel, zegt Van Winden, dat je een relatief onbekend fonds goed onder de aandacht kan brengen. „Huis-aan-huis wervers gaan getraind op pad met een goed verhaal. Ze hebben, meer dan een collectant, tijd en ruimte om uit te leggen wie wij zijn.” Maar de wervers zijn volgens haar geen pushers. Ze komen van gespecialiseerde bureaus en werken deels op provisiebasis en ontvangen deels een vast uurloon. Ze hoeven mensen dus niet koste wat kost over te halen.