300 mannen geholpen na huiselijk geweld

Ruim driehonderd mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld klopten tussen juli 2008 en september 2009 voor hulp aan bij de mannenopvang in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Van hen werden er negentig opgenomen in de mannenopvang.

Dit blijkt uit het onderzoek Als de nood aan de man is dat in opdracht van de vier grote steden is uitgevoerd. Ruim de helft was slachtoffer van huiselijk geweld en de overige mannen waren slachtoffer van eergerelateerd geweld of mensenhandel.

In juli 2008 is in de vier grote steden, in samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid (VWS), een proef gestart met veertig opvangplekken voor mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld. Er was nauwelijks veilige opvang en begeleiding voor deze groep. De opvangplaatsen in de vier grote steden worden gebruikt voor mannen uit heel Nederland.

Veel mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld blijken op onbegrip te stuiten. Vaak hebben ze behoefte aan hulp bij het regelen van praktische zaken, zoals het vinden van een nieuw onderkomen en het op orde brengen van de financiën. Slachtoffers van eergerelateerd geweld moeten in de eerste plaats een geheim en veilig adres hebben en in een later stadium mogelijk bemiddeling bij de problemen met hun familie. Bijna alle slachtoffers hebben na een periode van hulp en opvang (alternatieve) huisvesting nodig.

Lees het rapport op nrc.nl/binnenland