Zegen zonder dreiging

Is het tolerantie of globalisering? Dat is de vraag die Bayaan dan weer stelt. Ik had mijn verwondering uitgesproken over de gestage stroom buitenlandse missiewerkers die Mongolië al jaren aandoet. Twee decennia onafhankelijk en democratisch, en nog altijd een front van christelijke bekeringsdrang. Maar Bayaan, die ik spreek tijdens de voorbereidingen van een film hierover, kan zich er niet over opwinden. Integendeel, dat Mongolië ter wereld het hoogste percentage buitenlandse boodschappers van het Goede Nieuws elt, heeft volgens hem alles te maken met de waarachtigheid van de Mongoolse democratie. En bovendien, zegt Bayaan, breng één winter in de barre kou van het steppeland door en je verlangt vanzelf naar God.

Nu is Bayaan zelf een Mormoon, dus dat verklaart wel iets, maar hij is nog niet klaar met me. „In een land waar alles voor zich spreekt, zoals in jouw Nederland, waarom zou je daar ook in vredesnaam spiritualiteit nodig hebben? Daar vindt iedereen de bijbel toch onzin, daar lopen de kerken toch leeg?”

Waar haalt Bayaan het recht vandaan? „Omdat ik een half jaar in Nederland heb gewoond”, zegt hij met twinkelende ogen. „Nederlanders zijn net verwende kinderen: ze vinden dat ze overal recht op hebben, ze hebben geen respect.” Bayaan struinde door de Rotterdamse straten, deelde korte tijd een kantoor in de Alexanderpolder en wist toen waarom de democratie van Mongolië, corrupt en al, zo slecht nog niet was. „Ik zag die nette gebouwen, maar achter het kantoorglas ging een wereld van cynisme schuil. Mensen die elkaar alleen nog het leven zuur konden maken.”

Maar wat wil je ook, zegt Bayaan. „Voor twaalven hebben jullie al sloten koffie op. En ’s middags suist de cafeïne met zo’n rotgang door jullie aderen, dat jullie hoofden ervan tollen. Dan ga je vanzelf lopen zieken.” Hij schaterlacht het uit. En geniet de stilte die volgt.

Dan zegt hij woord voor woord: „Maar als je dan de dreiging voelt, dan kijk je op naar God. Dan weet je pas hoe zwak je bent. Alleen los je ’t toch niet op.”