Uittocht werk treft ook hoog opgeleide

Nederlandse bedrijven verplaatsen al decennia banen naar het buitenland. Maar het gaat al lang niet meer alleen om banen voor laag opgeleiden die naar lagelonenlanden gaan.

De afgelopen vijf jaar nam de werkgelegenheid in Nederland met ongeveer 41.000 banen af omdat bedrijven hun activiteiten naar het buitenland hebben verplaatst. Maar demissionair Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) put hoop uit de studie die ze heeft laten uitvoeren door universiteit Nyenrode, want vergeleken met eerdere studies neemt ook het aantal activiteiten dat weer wordt teruggehaald naar Nederland toe, met 17 procent. De oorzaak is dat de buitenlandse activiteiten moeilijk te managen zijn en dat kosten hoger uitvallen dan verwacht. .

Een meerderheid van de bedrijven (65 procent) heeft de afgelopen vijf jaar geen activiteiten naar het buitenland verplaatst en is ook niet van plan dat te doen. Van der Hoeven: „Dat is een goed teken en geeft aan dat we een concurrerend vestigingsklimaat hebben.”

De maatschappelijke discussie over banenverlies aan het buitenland werd eerder dit jaar weer actueel naar aanleiding van een besluit van Wärtsilä. De Finse multinational besloot de productie van scheepsmotoren en scheepsschroeven van Nederland naar China te verplaatsen.

„De Chinezen hebben ons duidelijk gemaakt dat ze met lokale producenten willen werken”, zei Wärtsilä-directeur Fred van Beers in een toelichting. Later paste hij deze argumentatie aan. „Je moet daar zijn waar de markt is”, liet woordvoerder Gert van Doorn weten. 80 procent van de productie van Wärtsilä vindt plaats in Europa, terwijl 80 procent van de grote schepen in Azië wordt gebouwd. „Dáár liggen onze kansen, dus dáár willen we uitbreiden.”

Naar aanleiding van de opmerking van Van Beers stelde het ministerie van Economische Zaken een onderzoek in. Dat industriële bedrijven hun productie verplaatsen naar China, is niks nieuws. Maar dat ze dat onder druk van China doen wel. En dat is in strijd met de internationale spelregels voor de wereldhandel.

Uit het onderzoek bleek dat Wärtsilä niet was gedwongen. „Naspeuring door de Nederlandse ambassade in Peking heeft geleid tot de vaststelling dat er evenmin wet- of regelgeving bestaat die zou dwingen tot de aanschaf van in China geproduceerde onderdelen”, schreef minister Van der Hoeven aan verontruste parlementariërs die hierover vragen hadden gesteld.

Met Wärtsilä kwam, volgens hoogleraar Jules Theeuwes van de Universiteit van Amsterdam, „een sluimerende ontwikkeling even aan de oppervlakte”. Het is een niet af te wenden trend dat de maakindustrie uit Europa verdwijnt en zich vestigt in China, maar ook in Brazilië en India, zegt hij. Uit het onderzoek van Nyenrode blijkt dat India en China voor bedrijven de populairste landen zijn om zich te vestigen, gevolgd door de Verenigde Staten, Duitsland en Polen.

Het berekende banenverlies van 41.000 banen in vijf jaar wordt gedeeltelijk gecompenseerd door buitenlandse investeringen in Nederland. Vorige week publiceerde het Netherlands Foreign Investment Agency cijfers waaruit blijkt dat buitenlandse investeringen de afgelopen vijf jaar 14.820 nieuwe arbeidsplaatsen hebben gecreëerd in Nederland. NFIA stimuleert buitenlandse ondernemingen om zich in Nederland te vestigen.

Minister Van der Hoeven wijst erop dat internationalisering en het verplaatsen van activiteiten hand in hand gaan. „Nederland wil graag dat onze bedrijven internationaal actief zijn en hun blik naar buiten richten. Dat is goed voor onze economische ontwikkeling en de kracht van de bedrijven zelf.”

Het onderzoek van Nyenrode laat zien dat het merendeel van de verplaatste activiteiten naar regio’s gaat met een hoog inkomensniveau. Opvallend is dat een substantieel deel van de banen is verdwenen naar landen als de Verenigde Staten en Duitsland. De opvatting dat alle activiteiten naar zogenaamde lage-inkomenslanden worden verplaatst, wordt niet door de onderzoeksresultaten bevestigd. Ook blijkt het niet alleen te gaan om banen voor laag opgeleiden, maar hebben hoog opgeleide werknemers er net zo goed mee te maken.

Van der Hoeven wijst erop dat bedrijven die activiteiten verplaatsen vaak de groeibedrijven van de Nederlandse economie zijn. „Uit onderzoek van Nyenrode uit 2006 blijkt bijvoorbeeld dat bedrijven die activiteiten verplaatsen, wegens die groei ook banen creëren. Zowel hoogwaardige als goedkopere arbeid. Daarnaast zijn er ook veel buitenlandse bedrijven die investeren in Nederland, juist wegens een goed opgeleide bevolking en een economie die zich weet te onderscheiden. Dat levert Nederland ook banen op, bijvoorbeeld op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.”

Uit de internationaliseringsmonitor 2009 van het CBS blijkt dat meer dan 700.000 Nederlanders voor een buitenlands bedrijf werken. Buitenlandse bedrijven zorgen voor 15 procent van alle banen en voor 24 procent van de totale toegevoegde waarde van het bedrijfsleven in Nederland. Daarnaast zijn ze verantwoordelijk voor 22 procent van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling. „De Nederlandse economie profiteert in hoge mate van andere landen die activiteiten hierheen verplaatsen”, zegt Van der Hoeven. „Om banen te behouden moet Nederland daarom niet het verplaatsen van activiteiten tegenhouden, maar meer investeren in de brede weerbaarheid van de economie door middel van onderwijs en innovatie.”

Lees de studie Offshoringin Nederland van Nyenrode via nrc.nl/economie