Ter onderscheiding, niet voor het genot

Vier toneelgroepen maken samen een voorstelling over De toverberg van schrijver Thomas Mann.

De spelers heben duidelijk geworsteld met de roman.

Zwarte sigaren rokend, gekleed als een Russische revolutionair (met baard en boezeroen) verspreidt acteur Damiaan De Schrijver plasjes Dettol over het podium. De geur van ontsmettingsmiddel vermengd met sigarenrook schept meteen de juiste sfeer: die van een sanatorium aan het begin van de twintigste eeuw.

Onder de afstotende titel /we hebben een/ het boek (niet) gelezen/ maken vier toneelgroepen uit de Discordia-school samen een voorstelling over De toverberg (1924) van Thomas Mann: een roman van 972 bladzijdes over een jongeman die zeven jaar in een Zwitsers sanatorium zit.

De cast, gerecruteerd uit Discordia, Stan, De Koe en Dood Paard, hoest er stevig op los, en een acteur veegt een op de achterwand geprojecteerde klok uit. De acteurs nemen hun tijd om er eens lekker voor te gaan zitten. Het duurt misschien wel tien minuten voor de eerste zin valt. Tijd, zo leert ons immers de roman, is een buigzaam begrip. Het gaat onder meer over verveling, of zoals Willem de Wolf corrigeert: het wézen van de verveling.

Over het boek zelf kom je verder niet veel te weten. De groep citeert er veelvuldig uit, maar omdat slonzig rommelen en onverstaanbaar mompelen op een toon alsof je het zelf ook allemaal twijfelachtig vindt, tot de vaste stijlmiddelen van de Discordia-school behoren krijg je er niet veel van mee. Gelukkig is Willem de Wolf er bij, die zich werkelijk voor het boek interesseert; anders was het een avondje ongein geworden, hoe geestig ook de ontregelende erupties van Damiaan De Schrijver.

De groep richt zich meer op de status van het boek, dat volgens De Wolf op nummer één staat in zowel de lijst ‘Boeken die je zou willen lezen’, als ‘Boeken die je zou moeten lezen’. Daarmee is de roman meteen een soort corvee geworden, die de meeste boekenlezers het liefst een paar decennia voor zich uit schuiven. De spelers heben duidelijk geworsteld met de roman, als ze hem al lazen, en die strijd levert de interessantste scènes op.

Na een passage over de aanschaf van een aangename kamelenharen deken, roept Damiaan De Schrijver dat dít het moment was dat hij het boek voor het eerst dichtsloeg en begon te verlangen naar het einde. „Wat voor wereld is dit?” vraagt hij zich af. De overbeschaafde wereld van de goede smaak, die Mann propageert als redding van de Europese beschaving, roept bij De Schrijver wrevel op.

Dit brengt ze op artistiek snobisme: obsessief kunst consumeren, niet voor het genot, maar om je te onderscheiden, om bij de wereld der intellectuelen te horen, uit angst iets te missen, uit angst om „er weer uitgegooid te worden”.

De Wolfs oprechte betrokkenheid tilt de tirade tegen snobisme naar een hoger plan. Hij houdt een roerende slotmonoloog over een intellectuele crisis die hij kreeg na een studie Duits. Wat levert al dat boeken lezen eigenlijk op? Misschien wel niets. Je moet het ook alleen maar doen als je niet zonder kan.

Theater

/we hebben een/ het boek (niet) gelezen/ door De Koe etc.

Tournee t/m april Inl: www.stan.nl ***